Alef

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Alef (of Aleph) is de naam van de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet. De Hebreeuwse letter is א.

Ps. 119 is in twee en twintig afdelingen verdeeld, volgens het aantal letters van het Hebreeuwse alfabet. De afdelingen omvatten elk acht verzen. Vóór elk deel is een letter uit het alfabet geplaatst. Al de verzen in elke afdeling beginnen in het oorspronkelijk met de Hebreeuwse letter, die aan het hoofd staat van de afdeling, waaronder zij gerangschikt zijn. Dus alle verzen van het Alef-deel, het eerste deel van Psalm 119, beginnen in het Hebreeuws met de letter Alef. 

Ps 119:1 Aleph. Welzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet van de HEERE gaan.
Ps 119:2 Welzalig wie Zijn getuigenissen in acht nemen, [die] Hem met heel hun hart zoeken,
Ps 119:3 die ook geen onrecht bedrijven, [maar] in Zijn wegen gaan.
Ps 119:4 [HEERE], Ú hebt geboden om Uw bevelen ten zeerste in acht te nemen.
Ps 119:5 Och, waren mijn wegen zo vast om Uw verordeningen in acht te nemen!
Ps 119:6 Dan zou ik niet beschaamd worden, als ik oog zou hebben voor al Uw geboden.
Ps 119:7 Ik zal U loven met een oprecht hart, wanneer ik Uw rechtvaardige bepalingen geleerd heb.
Ps 119:8 Ik zal Uw verordeningen in acht nemen, verlaat mij niet geheel en al.
Ps 119:9 Beth. Waarmee houdt een jongeman zijn pad zuiver? Als hij [dat] bewaart overeenkomstig Uw woord.
(HSV)

Na het Alef-deel begint het tweede psalmdeel (Ps. 119:9-16, eveneens acht verzen) met de aanvangsletter Beth, de tweede letter van het Hebreeuwse alfabet.

Bron

Voor de eerste versie van dit lemma is in 2011 gebruikgemaakt van tekst uit: Bijbelsch Handboeken Concordantie, blz. 285-286. Rotterdam: J.M. Bredée, ca. 1892.