Bedolah

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Bedólah)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Bedólah is in de Statenvertaling en de Leidse vertaling de overschrijving van een Hebreeuwse woord dat men niet wist te vertalen. Het gaat waarschijnlijk om een welriekende hars of om een edelsteen. Het leek op manna.

Naam. De Hebreeuwse naam is בדלח, bedolach = harsgom[1]; waarschijnlijk van het werkwoord בדל, badal, dat scheiden, afzonderen, verdelen betekent. Het woord komt 2x voor in de Bijbel. Het Strongnummer is 0916.

Verwijzing en vertaling. Bedólah is de naam van een edelgesteente of van een reukstof[2]. De Leidse vertaling tekent aan: "waarschijnlijk een soort van welriekende hars, doorzichtig, op was gelijkend"[3]. Karl August Dächsel verklaart in zijn commentaar: "een doorschijnend en welriekend hars, gelijkende aan was of mannah"[4].

De meeste moderne vertalingen hebben 'balsemhars' (Canis, NBG51, WV78, WV95, NBV2004, HSV) of 'edelhars' (NaB) of 'geurige hars' (Canis, Num. 11:7) of 'kostbare hars' (Groot Nieuws Bijbel). Luther vertaalde door 'Bedellion'. De Engelse King James vertaling heeft 'bdellium'.

Schriftplaatsen. In het land Havila is bedólah te vinden.

Ge 2:12  En het goud van dit land is goed; daar is ook bedólah, en de steen sardónix. (SV)

Het manna dat de Israëlieten in de woestijn kregen zag eruit als bedolah.

Nu 11:7  Het manna was als korianderzaad en zag er uit als bedolah. (Lei)

Voetnoten

  1. Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce.
  2. P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Lexique Hébrue (onderdeel van de Online Bible) noemt twee betekenissen: 1) gomhars; 2) een parel of kostbare steen die het midden houdt tussen goud en onyx.
  3. De weergave van de aantekening is in moderne spelling gedaan.
  4. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Gen. 2:11.