Erbarmen

Uit Christipedia

Erbarmen is medelijden met een ongelukkige, met de bereidwilligheid om te helpen.

Verwante begrippen. Met (zich) erbarmen in betekenis overeenkomend zijn zich ontfermen en zich aantrekken. Deze betekenen allebei medelijden hebben met een ongelukkige. Bij ontfermen denkt men meer aan de daad, die het gevolg is van het innig gevoel, bij erbarmen meer aan de bereidwilligheid om te helpen. Veel verschillen zij echter niet van elkaar; zij worden dan ook door elkaar of parallel naast elkaar gebruikt.

Ro 9:15 Want tot Mozes zegt Hij: ‘Ik zal Mij erbarmen over wie ik Mij erbarm en Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm’. (Telos)

Wanneer meer bepaald het gevolg van het medelijden, de daaruit voortvloeiende daad ten bate van een persoon bedoeld wordt, is ook 'zich iemand aantrekken er mee synoniem, en vrij wel gelijk in betekenis. Bij zich aantrekken wordt echter meer de daad, dan de gemoedsstemming in het oog gehouden.

Een Kananese vrouw smeekte Jezus dat hij zich over haar zou erbarmen (TELOS-vertaling). Vergelijk verschillende vertalingen:

Mt 15:22 En zie, een Kananese vrouw die uit dat gebied kwam, riep de woorden: Erbarm U over mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter is ernstig bezeten. (TELOS)

Mt 15:22 En ziet, een Kananese vrouw, uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere! [Gij] Zone Davids, ontferm U mijner! mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten. (SV)

Mt 15:22 En zie, een Kananese vrouw, die uit dat gebied kwam, riep naar Hem: Heere, Zoon van David, ontferm U over mij! Mijn dochter is ernstig door een demon bezeten. (HSV)

Mt 15:22 En zie, een Kananese vrouw uit dat gebied kwam en riep: Heb medelijden met mij, Here, Zoon van David, mijn dochter is deerlijk bezeten. (NBG51)

Twee blinden buiten Jericho riepen de woorden tot Jezus: "Erbarm U over ons!"

Mt 20:30 En zie, toen twee blinden, die langs de weg zaten, hoorden dat Jezus voorbijging, riepen ze de woorden: Erbarm U over ons, Heer, Zoon van David! Mt 20:31 De menigte echter waarschuwde hen dat zij zouden zwijgen; zij riepen echter des te meer en zeiden: Erbarm U over ons, Heer, Zoon van David! Mt 20:32 En Jezus bleef staan, riep hen en zei: Wat wilt u dat Ik u doe? Mt 20:33 Zij zeiden tot Hem: Heer, dat onze ogen geopend worden. Mt 20:34 Jezus nu werd met ontferming bewogen, raakte hun ogen aan, en terstond konden zij weer zien, en zij volgden Hem. (TELOS)

Vergelijk:

Mt 20:30 En zie, twee blinden, die aan de weg zaten, riepen, toen zij hoorden dat Jezus voorbijging: Heere, Zoon van David, ontferm U over ons! Mt 20:31 De menigte bestrafte hen, opdat zij zouden zwijgen; maar zij riepen des te meer: Ontferm U over ons, Heere, Zoon van David! (...) Mt 20:34 En Jezus, Die innerlijk met ontferming bewogen was, raakte hun ogen aan; en meteen werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem. (HSV)

Bron

Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908) s.v. Erbarmen (zich) — ontfermen (zich) — aantrekken (zich).