Gregorius de Grote

Uit Christipedia
Gregorius I, de Grote. Schilderij door José de Ribera.

Gregorius de Grote of Gregorius I (geb. 540 — gest. 604) neemt onder de pausen een zeer voorname plaats in. De meeste geschiedschrijvers laten met zijn optreden als paus (590-604) het begin van de Middeleeuwse kerkgeschiedenis samenvallen. Hij wordt door de Rooms-Katholieke Kerk onder de doctores ecclesiae (= kerkleraars) gerekend.

Hij is in meerdere opzichten een groot man geweest, 1°. als mens (vroom, weldadig, ootmoedig, verstandig); 2°. als paus heeft hij het gezag van de kerk en de pauselijke stoel zeer verhoogd; 3°. hij was een voorstander en bevorderaar van het werk der zending; 4°. hij ijverde voor een welingelicht kloosterleven; 5°. hij was een beoefenaar van het kerkgezang; 6°. hij was een veel betekenend schrijver.

Hij werd ca. 540 geboren uit een zeer aanzienlijk geslacht. Hij ontving een zorgvuldige opvoeding en studeerde in de rechten. Veel las hij in de kerkvaders. In 571 werd hij Romeins prefect. Door de dood van zijn vader erfgenaam van een groot vermogen geworden. stichtte hij de Benedictijner kloosters op Sicilië en een te Rome, waar hij zelf intrek nam. In 577 werd hij tot diaken benoemd en in 579 tot apocrivarius te Constantinopel. In 585 werd hij abt in zijn klooster en in 590 werd hij gekozen tot paus.

Hij bewees aan Italië grote diensten tegenover de Longobarden. Door zijn vriendschap met Theodelinde, de Longobarden-koningin, bewerkte hij, dat haar gemaal Agitulf de katholieke bisschoppen naar hun zetels liet terugkeren. In 593 zag Agitulf voor een grote som geld van de inneming van Rome af.

Met de Grieksche patriarch Johannes IV stond hij op gespannen voet. Deze had zich meer dan eens de naam 'patriarchus universalis' toegeëigend. Daartegenover noemde Gregorius zich „Servus servorum Dei", d.w.z. „dienaar der dienaren Gods".

In het Westen trachtte hij echter de metropolitanen in groter afhankelijkheid van de Roomse stoel te brengen.

Zijn zendingsijver strekte zich vooral uit op Corsica en onder de Angelsaksen. Hij had zijn eigen zendingsmethode, die echter de oppervlakkigheid in de hand werkte. Hij wilde zich namelijk aansluiten bij de gewoonten en zeden van de heidenen en zo het christendom ingang doen vinden.

De monniken begunstigde hij zeer. Hij bracht een scheiding teweeg tussen de monniken en de geestelijkheid. Gregorius was de beschermer der monniken. Hij predikte zelf veel. Zijn Regula pastoris bleef eeuwenlang het hoofdwerk voor de pastorale arbeid. Voor de godsdienstoefeningen verbeterde hij het Sacramentarium van Gelasius. Men zegt (maar dat is bestreden) dat hij door zijn zangkoor in de plaats van het Ambrosiaanse gezang het Gregoriaanse stelde.

Hij verklaarde voor het eerst het avondmaal als een herhaling van Christus' offer. Hij bevorderde de heiligen- en relikwieëndienst, breidde de leer van het vagevuur uit, insgelijks van de zielmissen, en hij verdedigde de beeldendienst als aanschouwelijk onderricht voor de leken.

De door hem verzamelde wonderverhalen zijn uitgegeven onder de titel: Dialogorum de vita et miraculis patrum Italicorum et de aeternitate animae libri IV.

Gregorius stierf 12 maart 604.

Bron

F. W. Grosheide, J.H. Landwehr, C. Lindeboom, J.C. Rullmann, Christelijke Encyclopaedie voor het Nederlandsche volk. Kampen: J.H. Kok, 1925-1931. Zes delen. Tekst van het lemma 'Gregorius. I.' is onder wijziging verwerkt op 24 nov. 2022.