Jozua

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Josuë)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jozua of Josuë is in de Bijbel de naam van een boek (boek Jozua) en van onderscheidene personen, van wie de meest bekende is de aanvoerder van de Israëlieten bij de verovering van Kanaän.

Naam. De naam De naam Jozua (Josua) of Jehosua betekent "Jhwh brengt redding"[1], of[2] “wiens hulp de Heere is, wien de Heere helpt”, van het werkwoord Jasoä (in hiphil) “helpen, redden, verlossen” en Jo. De naam komt 218x in het Oude Testament voor. In het Engels is de naam Joshua.

Verwijzing. De naam verwijst in de Bijbel naar de volgende personen:

  1. Jozua (zoon van Nun) de zoon van Nun, van de stam van Efraïm en de opvolger van Mozes als aanvoerder van de Israëlieten; hij leidde de verovering van Kanaän
  2. Jozua de inwoner van Bet-Semes op wiens terrein de Ark des Verbonds kwam te staan na de teruggave door de Filistijnen, 1 Sam. 6:14, 18.
  3. Jozua de gouverneur van Jeruzalem onder koning Josía die zijn naam gaf aan een poort van de stad Jeruzalem, 2 Kon. 23:8
  4. Jozua (hogepriester) de zoon van Jozadak, hogepriester na de terugkeer van de eerste groep Joodse ballingen uit Babel

Bron

Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.

Voetnoot

  1. Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Josua. Van Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler.