Jozua (boek)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jozua is een boek in de Heilige Schrift, dat de doortocht beschrijft van het volk Israël door de Jordaan, de verovering van het land Kanaän onder leiding van Jozua, de opvolger van Mozes, en de verdeling van het land onder de stammen van Israël.

Naam

Deze naam Jozua is aan dit boek gegeven omdat Jozua, de zoon van Nun, de hoofdpersoon is in de geschiedenis die erin wordt beschreven.

Sleutelteksten

Sleutelteksten zijn:

  • Jozua 11:23, waarin de inhoud van het boek als het ware wordt samengevat: "Jozua veroverde het land naar Gods bevel en gaf het aan de stammen van Israël in bezit, toen kwam er rust na de strijd."
  • Jozua 21:44-45, in deze verzen ligt de nadruk op Gods trouw aan zijn beloften. "Niet één van de beloften die God Israël had gegeven bleef onvervuld, alles kwam uit."

Auteur

Nergens in het boek wordt expliciet vermeld wie de schrijver van het boek Jozua  was. In de Talmoed werd ervan uitgegaan dat Jozua de schrijver was. Ook enkele latere rabbi's gingen hiervan uit, hoewel ze vaststelden dat sommigen teksten aan een latere hand moesten worden toegeschreven. Op basis van de steeds voorkomende uitdrukking: "tot op deze dag," meende de joodse geleerde Abravanel dat Samuël de auteur moest zijn. Nader onderzoek wijst uit dat het boek Jozua waarschijnlijk geschreven is na de dood van Jozua en Eleazar en voor de tijd van koning Saul, dus in de richterentijd. Maar sommige tekstgedeelten doen vermoeden dat ze stammen uit de tijd van Jozua, misschien heeft men later gebruik gemaakt van vroegere bronnen, en zo een geheel gemaakt van het boek Jozua.

Karakter van het boek

Jozua beveelt de zon stil te staan. Schilderij door Joseph Marie Vien, ca 1743-1744.

Het boek Jozua is een geschiedkundig boek: het verhaalt de geschiedenis van de militaire acties die door Jozua en zijn mannen werden gevoerd bij de inneming van het beloofde land. Daarnaast bevat het boek ook profetische en educatieve elementen. We vinden tal van profetische uitingen, onder meer in de afscheidsrede van Jozua in het laatste hoofdstuk.

Plaats in de Bijbel

Jozua is het zesde boek in de Bijbel. De geschiedenis in het boek vermeld sluit nauw aan bij de boeken van Mozes.

Na de Thora (de vijf boeken van Mozes) vormen de boeken Jozua, Richteren, Samuël en Koningen samen de bundel "De Eerste Profeten" of "De Vroege Profeten". Jozua is het eerste boek van 'De Vroege Profeten' en van de boeken der 'Profeten' (Nebiïm).

Staan de boeken van Mozes vol met beloften, het boek Jozua legt nadruk op de vervúlling van die beloften.

Het boek staat ongeveer in dezelfde betrekking tot de vijf boeken van Mozes als het boek Handelingen in het Nieuwe Testament tot de vier evangeliën.

Voorgaande boek: Deuteronomium. Volgende boek Richteren.

Voorgeschiedenis

Wat in het boek Jozua verhaalt wordt, heeft een voorgeschiedenis: de eerste kennismaking met het land Kanaän, vrees en ongeloof van Israël, de eerste nederlaag, het meerjarig verblijf in Kades, de tocht naar Kanaän, Sihon, Og, Baäl-Peor, in de vlakke velden van Moab. Zie Voorgeschiedenis voor het hoofdartikel.

Inhoud

Het boek begint met de voorbereiding, door Jozua getroffen, om Kanaän in bezit te nemen. Het beschrijft de verovering van het land Kanaän onder leiding van Jozua, de opvolger van Mozes, en de verdeling onder de stammen van Israël. Het boek eindigt met Jozua's dood en de dood van de hogepriester Eleazart, de opvolger van Aäron.

Jozua 11:23 vat de inhoud van het boek als het ware samen: "Jozua veroverde het land naar Gods bevel en gaf het aan de stammen van Israël in bezit, toen kwam er rust na de strijd."

Indeling en overzicht

We kunnen in grote lijnen het boek grofweg in vier gedeelten verdelen:

Joz. 1-5. Het binnentrekken in het beloofde land. Gods opdracht aan Jozua en aan het volk, de verspieders in Jericho, de doortocht door de Jordaan en de besnijdenis en reiniging van het volk van smetten van Egypte.

Joz. 1  God beveelt Jozua Israël naar Kanaän te geleiden. De verzekering dat de Heer het hele land Kanaän voor het volk Israël heeft bestemd. Jozua geeft bevel tot de overtocht.

Joz. 2  Verspieders worden uitgezonden en krijgen te Jericho contact met Rachab die hen verstopt en doet ontkomen. Ze vernemen dat de vrees voor Israël over de mensen van het land was gekomen.
Rest van een muur te Jericho
Joz. 3  De doortocht door de Jordaan met de ark van het verbond voorop.

Joz. 4  Twaalf gedenkstenen worden uit de Jordaan meegenomen en als gedenkteken van dit wonderlijke gebeuren geplaatst te Gilgal.

Joz. 5  Vrees bij de volken. Besnijdenis te Gilgal[1]. Viering van het Pascha in Kanaän[2]. Verschijning aan Jozua.

Joz. 6-12. De verovering van het beloofde land, Jericho, Ai, strijd tegen de vorsten van het zuiden en de vorsten van het noorden.

Joz. 6  De val van Jericho door een wonder van God. De stad wordt verbrand; Rachab blijft met haar familie gespaard. Jericho vervloekt.

Joz. 7  Israël voor Ai geslagen, doordat van het door God verbannene van Jericho was meegenomen door Achan. Als straf wordt hij gestenigd en zijn lichaam verbrand. Ook zijn familie en bezittingen ondergaan hetzelfde lot.

Joz. 8  Inneming en verwoesting van Ai. Het altaar wordt gebouwd op de berg Ebal.

Joz. 9  De list der Gibeonieten. Ze worden niet gedood, maar als houthakkers en waterputters te werk gesteld.

Joz. 10 Slag bij Gibeon, waar God de zon doet stilstaan. Inneming van verschillende steden in het zuidelijke deel van Kanaän.

Joz. 11 Overwinning in het noordelijk deel van Kanaän en een overzicht van de krijgsverrichtingen.

Joz. 12 Lijst van namen van overwonnen koningen.

Hoofdstuk 12 sluit dit deel van het boek af, waarin staat dat het hele land was ingenomen; maar Jozua 13 begint met de verklaring dat er "nog heel veel land overbleef om te bezitten". In zekere zin hadden de Israëlieten alles van noord tot zuid genomen, zodat ze het land onder de stammen konden verdelen; maar niet al hun vijanden werden vernietigd, en ze bezaten nog niet al het land dat aan Abraham was beloofd.

Joz. 13-22. De verdeling van het beloofde land onder de stammen, twee en een halve stam , Ruben, Gad en de halve stam Manasse trekken na de verovering naar het gebied ten oosten van de Jordaan. Let op de speciale toewijzing van land aan Kaleb (Jozua 14:6-14.) Ook Jozua zelf mocht een erfenis kiezen. (Jozua 19:50.)

De verdeling van Kanaän onder de twaalf stammen van Israël.

Joz. 13  Namen van nog niet veroverde streken en de verdeling van het Overjordaanse land.

Joz. 14  Het erfdeel van Kaleb.

Joz. 15  Het erfdeel van Juda. Kaleb. Achsa's erfdeel. De steden van Juda.

Joz. 16  Het erfdeel van Efraïm.

Joz. 17  Het erfdeel van Manasse.

Joz. 18  Verdeling van het onverdeelde land. Het erfdeel van Benjamin.

Joz. 19  De erfdelen van Simeon, Zebulon, Issaschar, Aser, Nafthali en Dan. Erfdeel van Jozua.[3]

Joz. 20  De zes vrijsteden.

Joz. 21  De steden der Levieten.

Joz. 22  Jozua ontslaat de twee en een halve stammen. Deze bouwen een altaar aan de oever van de Jordaan[4] en dit wordt tenslotte goed gevonden door de andere stammen, die in Kanaän blijven om er te wonen.

Joz. 23-24. Afscheid van Jozua de leider, zijn laatste toespraak en de dood van Jozua en de hogepriester Eleazar.

Joz. 23  Afscheidsrede van Jozua tot de hoofden van het volk. Hij vermaant het volk tot onderhouding der wet

Joz. 24  Afscheidsrede van Jozua tot het volk te Sichem, waarin hij zichzelf tot voorbeeld kan stellen in het dienen van Jahweh. Jozua vernieuwt het verbond met Israël. Jozua's dood. Ook de hogepriester Eleazar sterft.

Samenvatting en commentaar

Op de volgende pagina's van Christipedia worden passages of onderwerpen behandeld:

Lessen

Zoals reeds eerder gezegd, het gaat om veel meer dan de geschiedenis van Jozua's oorlogen. In grote lijnen bevat het boek vier belangrijke geestelijke lessen:

  1. In de eerste plaats benadrukt het de trouw van God. (zie boven vermelde sleutelverzen.) God is getrouw aan zijn beloften.
  2. Verder laat het boek zien, dat we, willen we van Gods goede gaven genieten, we ook in die geest moeten handelen. (zie Jozua 1:2-3.) God heeft beloofd, maar jij hebt de verantwoording ernaar te handelen in geloof. Jozua kreeg de opdracht van God Zelf om het land in bezit te nemen. Moed en gehoorzaamheid aan God zijn voorwaarden voor succes. Jozua werd aangespoord om sterk te zijn. God zou hem niet in de steek laten. Wat ons beloofd is, moeten we toeëigenen, als het ware onze voeten erop zetten.
  3. De derde les is Gods toorn en haat over de zonde. De Kanaänieten waren door en door goddeloze volken, waarover het oordeel en de toorn van God werden voltrokken
  4. De militaire campagne van de inname van Kanaän is een beeld van de geestelijke strijd die God kinderen hebben te voeren. De Kanaänieten vertegenwoordigen onze vleselijke begeerten, zonden van gebondenheid, geestelijke tegenstanders, maar in vertrouwen op Gods beloften kunnen we in dit boek het geheim ontdekken van het overwinningsleven.
  5. Zelfverloochening (besnijdenis) en de verlossing door en vereenzelviging met de Heer in zijn dood (Pascha) zijn uitgangspunten voor de strijd
  6. Het geloof redt: het geloof van Rachab redde haar en haar familie. Een heiden krijgt door geloof een plaats in het aan Israël beloofde bezit.
  7. Zonde ondermijnt de kracht van een volk en moet worden weggedaan, zoals we zien in de overtreding van Achan.
  8. Gehoorzaamheid aan het geschreven Woord is een voorwaarde om het land te bezitten. Na de vernietiging van Ai wordt een altaar voor God gebouwd en de wet op stenen geschreven. De wet werd aan de hele gemeente voorgelezen (vgl. Deut. 27: 2-8).
  9. De list van de Gibeonieten leert ons dat we God moeten raadplegen in vreemde of verdachte situaties. De Gibeonieten pasten een list toe en kwamen in een vredesverbond met Israël. De Israëlieten raadpleegden niet de Heer, ze handelden naar hun (feilbaar) menselijk inzicht.

Er is nog een opvallend feit t.a.v. het boek Jozua. Dit heeft te maken met de introductie van een nieuwe vorm van onderricht. Tot nu toe had God zich geopenbaard in dromen, visioenen, door bediening van engelen en door zijn knecht Mozes. Nu worden de lezers opgeroepen te luisteren naar de woorden van Gods wetboek, dat aanwezig was. (Zie Jozua 1:8.) Dit is tot op de dag van vandaag ook geldig voor ons, zij het dan dat we heel wat meer geschreven boeken hebben dan de Thora en het boek Jozua.

Opgravingen

Aanvankelijk richtte de bijbelcritici zich tegen tal van geschiedenisfeiten uit het boek Jozua, waarmee zij de betrouwbaarheid van het boek in hoge mate in twijfel trokken. Maar opgravingen van de laatste 50 jaar hebben ertoe bijgedragen dat de betrouwbaarheid van het boek tegenwoordig veel hoger wordt aangeslagen. Vooral de opgravingen rondom Jericho bevestigen de historiciteit van het boek in hoge mate. Onderzoek wijst uit dat tal van beschrijvingen zeer nauwkeurig aansluiten bij de jongste bodemvondsten. Interessant, maar het geloof in het deel van Gods Woord dat wij kennen als Jozua is niet gegrond op resultaten van de wetenschap, al dragen die wel bij aan een beter begrip van de tijd van Jozua.

Typologie

Jordaan. De ark in de Jordaan (Joz. 3) is een schaduwbeeld van de Heer Jezus die in de doodsrivier kwam, toen Hij aan het kruis zijn leven gaf. (Rom. 6:3-8; Hebr. 9:4, 5; 1 Petr. 3 : 20). De doortocht door de Jordaan symboliseert de mede-gestorven en mede-opgewekt zijn met Christus, het ingaan van de gelovige, in de kracht van de Geest, in de beloofde hemelse zegeningen.

Toeëigening. Israël had recht op alles wat aan Abraham was beloofd, maar zij zouden datgene bezitten waarop hun voetzolen zouden staan. Zo zou het land hun eigendom worden. Datspreekt van geestelijke toeëigening. De in Kanaän genoten rust staat voor het genot van de gelovigen van Gods zegen (de Heer Jezus: 'Mijn vrede geef ik u').

Jozua. Jozua is een type van de Heer Jezus als leidsman (Joz. 1, Hebr. 4:8).

Besnijdenis. Het eerste dat bij binnenkomst in het beloofde land moest gebeuren is de besnijdenis van de mannelijke Israëlieten, te Gilgal (Joz. 5). Daarmee werd de smaad van Egypte afgewenteld. De gelovige in Christus is besneden met de besnijdenis van Christus aan het kruis (Kol. 2:11 - 3: 3-5). Dat beseffend kan hij het vleselijke (zondige) leven verzaken en zondige uitwassen 'doden'.
Col 3:3  Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God. Col 3:5  Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, [namelijk] hoererij, onreinigheid, [schandelijke] beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst. (Telos)
Pascha. Daarnaast werd het Pascha gehouden, een zinnebeeld van de vredige herinnering bij de gelovige aan die dood die hem in staat heeft gesteld om van het beloofde te genieten. Zij aten van het oude koren van het land (type van een hemelse Christus), en het manna hield op.

Leger. De besnijdenis en het Pascha betaamde de Israëlieten om hun rol als leger van de Heer aan te nemen en uit te voeren. De Heer presenteerde zich vervolgens aan Jozua als aanvoerder van het leger, met een getrokken zwaard in zijn hand. Jozua viel ter aarde en aanbad.

Strijd. De strijd in het Beloofde Land symboliseert het conflict van de gelovigen met de geestelijke machten van goddeloosheid in de hemelse gewesten. Zoals de woestijnreis van de Israëlieten de gelovigen in onze bedeling eraan herinneren wil dat zij vreemdelingen op aarde zijn en zich op weg bevinden naar het hemels Kanaän, zo wordt in Jozua de strijd (Joz. 6v.) geschilderd, die de gelovigen hebben te strijden tegen de boze machten in de hemelse gewesten.

Behoudenis. Rachab (Joz. 2) wordt onder de geloofshelden genoemd. Zij stelt de heiden voor die door het geloof aan God en het schuilen achter het bloed van de Heiland behouden wordt.

List. Toen de koningen in het zuiden van Kanaän hoorden van de vernietiging van Jericho en Ai, spanden ze samen om tegen Israël te strijden. De Gibeonieten echter pasten een list toe en kwamen in een vredesverbond met Israël. Hun list is een type van de listen van Satan, waartegen de christen wordt gewaarschuwd. De israëlieten raadpleegden niet de Heer, ze handelden naar hun (feilbaar) menselijk inzicht.

Zelfverloochening. Na het verslaan van de zuidelijke coalitie van Kanaänieten keerde Jozua keerde terug naar Gilgal: type van de christen die in de plaats van zelfverloochening blijft en de werkingen van het vlees doodt.

Onvolledige bezitting. Hoofdstuk 12 sluit het eerste deel van het boek af, waarin staat dat het hele land was ingenomen; maar Jozua 13 begint met de verklaring dat er "nog heel veel land overbleef om te bezitten". In zekere zin hadden de Israëlieten alles van noord naar zuid genomen, zodat ze het land onder de stammen konden verdelen; maar al hun vijanden werden niet vernietigd, en ze bezaten niet echt al het land dat aan Abraham was beloofd. Dit staat voor de gelovige die alle dingen heeft en toch niet zijn volledige hemelse positie inneemt.

Levieten. De stam Levi had een eigenaardige status: "de Here, de God van Israël, was hun erfenis"; en "de vuuroffers van de Here God van Israël" waren hun erfdeel. Zij stellen gelovigen voor die hun schatten in de hemel hebben.
Mt 6:21  want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. (Telos)
Uit de hemel. De tabernakel werd opgericht in Silo, dat tamelijk centraal gelegen was. De toedeling van het land werd in Silo gedaan voor het aangezicht van de Heer, bij de deur van de tent der samenkomst. De christen krijgt zijn deel uit de hemel!

Zie ook

Jozua

Meer informatie

Overview: Joshua. Youtube.com: BibleProject, 27 feb. 2016. Duur: 8 min. 47 sec. Overzicht van tot het boek Jozua door middel van animatie (bewegende tekeningetjes).

Bill Cooper, The Authenticity of the Book of Joshua. Uitgegeven door de Creation Science Movement.

Ger de Koning, Jozua, Toegelicht & toegepast 06. Uitgeverij Daniel, 2018, 2e druk. Pagina's: 223. Nu lezen op kingcomments.com. Download pdf van oudesporen.nl. E-book ePub-formaat. E-book Mobi-formaat. Productinfo over de papieren versie.

H.C. Voorhoeve, De strijd des geloofs. Beschouwing over het boek Jozua. 's Gravenhage: J.N. Voorhoeve, 1926.

Bronnen

De indeling en het overzicht heeft gebruikgemaakt van pericopen (opschriften) ontleend aan de Statenvertaling, editie van Jongbloed, Heerenveen, 1995.

H. Moll, Wat zegt Gods Woord over ...? Deel 3: een korte inhoud van alle Bijbelboeken met alfabetische lijst van namen. (Oostburg: uitgeverij W.J. Pieters, z.j.), blz. 21-23. Tekst hiervan is onder wijziging verwerking op 14 maart 2021.

A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Joshua, Book of. Enige tekst hiervan is vertaald en onder wijziging verwerkt op 16 maart 2021.

Voetnoten

  1. De besnijdenis had in de woestijn niet plaats gevonden.
  2. Dit is de derde keer dat de viering van het pascha wordt vermeld.
  3. De verdere verdeling van het land aan Kaleb, Jozua en de verschillende stammen, beschreven in de hoofdstukken 14 tot 19, had ongeveer zes jaren na de doortocht van de Jordaan plaats. Aldus H. Moll, Wat zegt Gods Woord over ...? Deel 3: een korte inhoud van alle Bijbelboeken met alfabetische lijst van namen. (Oostburg: uitgeverij W.J. Pieters, z.j.).
  4. Ten oosten of ten westen van de Jordaan, dat is onduidelijk en daarover bestaat dan ook verschil van mening onder de uitleggers.