Titus (boek)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Titus is een brief in de Bijbel, geschreven door Paulus (Tit. 1:1) rond 64 – 66 na Christus en geadresseerd aan Titus, één van Paulus' voornaamste medewerkers. Deze was van niet-joodse afkomst en door Paulus' verkondiging tot geloof gekomen (1:4).

Voorstelling van Titus. Hoe Titus er echt uit heeft gezien is onbekend.

Aanleiding van de brief

Deze brief vormt samen met de 2 brieven aan Timotheüs de zg. “pastorale brieven”, welke door Paulus zijn geschreven. Deze groep wordt zo genoemd vanwege de vele instructies die bestemd zijn voor de ouderlingen van christelijke gemeentes, welke betrekking hebben op de pastorale beleid van deze gemeentes.

Op zijn reis naar Rome doet Paulus Kreta aan. Hij laat Titus achter om als een soort ambassadeur oudsten aan te stellen.

Hij geeft Titus praktische richtlijnen welke dienen als richtsnoer voor de oudsten die aangesteld moeten worden in elke stad op het eiland.  Kennelijk was in elke stad een groepje Christenen. Deze steden waren o.a. Salmone, Lasea en Fenix.

Titus krijgt ook de opdracht richtlijnen door te geven aan leden van de gemeente, aangezien ook zij invloed hebben op het imago van de kerk.

In zijn instructies benadrukt Paulus dat Christenen goede burgers horen te zijn.

Wij gelovigen zijn door Gods genade gered, niet vanwege onze daden, maar om in staat te zijn tot goede daden.

Indeling

1:1–4. Aanhef en groet.

1:5–9. Kwaliteitseisen aan een oudste.

1:10-16. Aanpak van valse leraars.

2:1–15. Kwaliteitseisen aan anderen.

3:1–11. Algemene instructies voor de gelovigen.

3:12-15. Slot.

Samenvatting

Titus 1: Afzender en zegenwens (1-4). Titus moet in elke stad op Kreta oudsten aanstellen. Ze moeten aan bepaalde eisen voldoen (5-9). Hij moet brengers van een valse leer aan de kaak stellen (10-16).

Titus 2: Titus moet aan oud en jong en aan de slaven een christelijke wandel voorhouden (1-10); want de genade van God is geopenbaard opdat wij rein, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven, in de verwachting van Christus' heerlijke verschijning (11-15).

Titus 3: Titus moet de gelovigen eraan herinneren aan de overheid onderdanig te zijn, tot alle goed werk bereid te zijn en zich daarop toe te leggen, en met iedereen in vrede te leven. Ook wij leefden vroeger in de zonde, maar wij zijn vernieuwd. Van twistvragen houde Titus zich ver (1-11). Na enige meedelingen van persoonlijke aard wordt de brief met een heilbede besloten (12-15).

Commentaar

Op de volgende pagina's worden de hoofdstukken samengevat en sommige gedeelten becommentarieerd:

Titus 1 Titus 2 Titus 3

Meer informatie

J.N. Darby, Titus, uit: Synopsis van de Bijbel.  Download (pdf-bestand) van OudeSporen.nl. Pagina's: 7.

M.G. de Koning, De brieven aan Timotheüs, Titus en Filémon; een verklaring van Paulus’ brieven, speciaal voor jou. Zwolle: uitgeverij Daniël, 2008. Pagina's: 191. Download (pdf-bestand) van OudeSporen.nl

W.J. Ouweneel, De brief van Paulus aan Titus. Winschoten: Uit het Woord der Waarheid, z.j. Pagina's: 301.

Bronnen

Walter A. Elwell, Gids bij de bijbel. Kampen: Voorhoeve. Klein handboek.

John Drane, Nieuwe encyclopedie van de Bijbel. Kampen: Kok.