Jozua (boek)/24

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb
Jozua (boek), hoofdstuk: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24

Hoofdstuk 24 van Jozua (boek) wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Joz. 24:2

Joz 24:2  Toen zeide Jozua tot het ganse volk: Alzo zegt de HEERE, de God Israëls: Over gene zijde der rivier hebben uw vaders van ouds gewoond, [namelijk] Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend. (SV)

Rivier. De Eufraat.

Zij hebben andere goden gediend. Zie 14-15:

Joz 24:14  En nu, vreest den HEERE, en dient Hem in oprechtheid en in waarheid; en doet weg de goden, die uw vaders gediend hebben, aan gene zijde der rivier, en in Egypte; en dient den HEERE. Joz 24:15 Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen! (SV)

Joz. 24:12

Joz 24:12  En Ik zond horzelen voor u heen; die dreven hen weg van ulieder aangezicht, [gelijk] de beide koningen der Amorieten, niet door uw zwaard, noch door uw boog. (SV)

Horzelen. Of 'horzels'. Zie Horzels (Wikipedia). De NBG51-vertaling heeft 'hoornaars'. Hoornaars, de grootste Nederlandse wespensoort, worden in de volksmond ook vaak horzels genoemd.

Joz. 24:14

Joz 24:14  En nu, vreest den HEERE, en dient Hem in oprechtheid en in waarheid; en doet weg de goden, die uw vaders gediend hebben, aan gene zijde der rivier, en in Egypte; en dient den HEERE. (SV)

Rivier. De Eufraat.

De goden, die uw vaders gediend hebben, aan gene zijde der rivier.

Joz 24:2  Toen zeide Jozua tot het ganse volk: Alzo zegt de HEERE, de God Israëls: Over gene zijde der rivier hebben uw vaders van ouds gewoond, [namelijk] Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend. (SV)

Joz. 24:19

Joz 24:19  Toen zeide Jozua tot het volk: Gij zult den HEERE niet kunnen dienen, want Hij is een heilig God; Hij is een ijverig God; Hij zal uw overtredingen en uw zonden niet vergeven. (SV)

Niet vergeven. Hij zal ze niet onbestraft laten, Hij zal genoegdoening willen hebben. De Heer Jezus betaalde onze schuld, verschaft God genoegdoening door in onze plaats te sterven aan het kruis.