Jozua (boek)/20

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb
Jozua (boek), hoofdstuk: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24

Hoofdstuk 20 van Jozua (boek) wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

In het kort: de zes vrijsteden. Het bevel van God aangaande de vrijsteden voor degenen die onverhoeds een doodslag begaan zouden (1-4), en het rechte gebruik daarvan (5-6). De Israëlieten bestemmen hiertoe zes steden, drie aan deze zijde en drie aan gene zijde van de Jordaan (7-9).

Kaart

Onderstaande kaart geeft met rode vierkantjes de vrijsteden weer.

Levitische steden en Vrijsteden.jpg

Joz. 20:6

Joz 20:6  En hij zal in die stad wonen, totdat hij sta voor het aangezicht van de vergadering voor het gericht, totdat de hogepriester sterft, die in die dagen zijn zal; dan zal de doodslager wederkeren, en komen tot zijn stad, en tot zijn huis, tot de stad, van waar hij gevlucht is. (CP[1])

Vergelijk:

Nu 35:24  Zo zal de vergadering richten tussen den slager, en tussen den bloedwreker, naar deze zelve rechten. Nu 35:25  En de vergadering zal den doodslager redden uit den hand des bloedwrekers, en de vergadering zal hem doen wederkeren tot zijn vrijstad, waarheen hij gevloden was; en hij zal daarin blijven tot den dood des hogepriesters, dien men met de heilige olie gezalfd heeft. (SV)

In verband met Num. 35:24-25 beduidt dit gebod, dat de doodslager in die stad zal vertoeven, totdat het gerecht over hem zal uitspraak hebben gedaan, onderzocht of het een moedwillige doodslag is geweest of een onwillige, waaraan bij zich heeft schuldig gemaakt. Was de uitspraak dat hij een moedwillige begaan had, dan moest hij aan de bloedwreker worden overgeleverd, maar zo niet, dus een onwillige, dan werd hij naar de vrijstad teruggebracht en moest daarin blijven wonen, totdat de Hogepriester was gestorven. De doodslager ging in tijdelijke ballingschap.

Vergadering. De gemeente, de stad waartoe de doodslager behoorde toen hij iemand doodde.

De hogepriester. De persoon die het hogepriesterlijk ambt bekleedde ten dage van de doodslag.

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901). Enige tekst van het commentaar op Joz. 20:6 is onder wijziging verwerkt op 7 dec. 2020.

Bijbel. Amsterdam: Nederlandsch Bijbelgenootschap, Amsterdam, 1923. Tekst van de samenvatting van Joz. 20 is onder wijziging verwerkt op 7 dec. 2020

Voetnoot

  1. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.