Tweede brief van Petrus

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf 2 Petrus)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De tweede brief van Petrus of 2 Petrus is de tweede brief van de apostel Petrus die ons in het Nieuwe Testament is overgeleverd. Door herinnering aan hun roeping en het profetische woord wil Petrus, wiens levenseinde op aarde nadert, de gelovigen aanmoedigen tegenover toekomstige zedeloze dwaalleraars en spotters standvastig te blijven en voorbereid te zijn op de komst van de Heer Jezus.

Schrijver

Zowel de tweede als de eerste brief vermelden in het begin de schrijver. "Simeon Petrus, een slaaf en apostel van Jezus Christus" (tweede brief); "Petrus, een apostel van Jezus Christus" (eerste brief). Hij was ooggetuige van de verheerlijking van Jezus op de berg en hoorde de stem van god die tot de Heer Jezus kwam (1:17-18)[1]. Petrus weet door openbaring "dat het afleggen van zijn tent aanstaande is" (1:14-15), dat hij binnenkort heengaat.

Geadresseerden

De eerste brief schreef Petrus aan de gelovigen in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bitynië (1 Petr. 1:2). De tweede brief vermeldt echter niet aan wie de brief is geadresseerd noch de plaats waar de brief is opgesteld. Wel wordt in 3:1 verwezen naar een eerder geschreven brief, waarschijnlijk 1 Petrus.
2Pe 3:1 Geliefden, dit is al de tweede brief die ik u schrijf. In beide wek ik door herinnering uw oprechte gezindheid op, (TELOS)
Als dat zo is, dan is de brief dus ook bestemd geweest voor de gelovigen in Klein-Azië en is hij waarschijnlijk niet lang na de eerste brief geschreven.

De tweede Petrusbrief draagt het kenmerk van een afscheidsbrief. Petrus weet dat zijn einde nadert.

Datering

Volgens 3:1 heeft de apostel niet lang na de eerste brief de tweede geschreven en wel aan dezelfde christenen, aan wie hij de vorigen gezonden had. De apostel verwacht spoedig te sterven (1:13-14), wat erop wijst dat de brief vermoedelijk geschreven is omstreeks 65 na Christus.

Boodschap

Na zijn lezers vermaand te hebben door een christelijke wandel aan hun hoge voorrechten te beantwoorden, herinnert hij hun de komst van de Heer, die zeker en gewis is (hoofdstuk 1), waarschuwt hen tegen dwaalleeraars, wier oordeel bepaald is (hoofdstuk 2), en gewaagt nogmaals van de zekere komst van de Heer, al werd die tijdelijk vertraagd, opdat Gods lankmoedigheid de mensheid tot bekering bewegen mocht (hoofdstuk 3).

Dwaalleraren. De brief bevat sterke waarschuwingen tegen zedeloze dwaalleraren, die de gelovigen verlokken tot ongerechtigheid.
2Pe 3:1 Geliefden, dit is al de tweede brief die ik u schrijf. In beide wek ik door herinnering uw oprechte gezindheid op, 2Pe 3:2 opdat u terugdenkt aan de woorden die tevoren door de heilige profeten gesproken zijn en aan het gebod van de Heer en Heiland, door uw apostelen verkondigd. (...) 2Pe 3:17 U dan, geliefden, nu u dit van tevoren weet, weest op uw hoede dat u niet, door de dwaling van de zedelozen meegesleept, afvalt van uw eigen standvastigheid; 2Pe 3:18 maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen. (TELOS)
Hun voornaamste kenmerk is ongebondenheid en normloosheid. Ze praten over geestelijke werkelijkheden, zonder er zelf enig benul van te hebben.

Wederkomst van Christus. Petrus besteedt ook ruime aandacht aan de dag van de Heer. Hoewel mensen om hen heen spotten omdat de komst van de Heer uitblijft, dringt hij erop aan dat de gelovigen zich voorbereiden en standvastig zullen zijn, want de wederkomst zal totaal onverwachts zijn. Opdat zij zich erop voorbereiden wijst hij op het belang van de profetische geschriften.

Indeling

De brief bestaat uit 3 hoofdstukken, overeenkomstig de drie hoofdthema's standvastigheid, dwaalleraren, wederkomst:

  • 2 Petrus 1: aanmoediging om standvastig te blijven.
  • 2 Petrus 2: waarschuwing tegen dwaalleraren.
  • 2 Petrus 3: herinnering aan de wederkomst.

De brief kan ook, naar de inhoud meer verfijnd, als volgt worden verdeeld:

  • 1:1-2 Zegenwens
  • 1:3-11 Onze roeping
  • 1:12-15 Petrus’ oogmerk ten aanzien van de lezers
  • 1:16-21 De vastheid van het profetische woord aangaande de toekomst
  • 1:20-2:22 Waarschuwing voor valse, zedeloze leraars
  • 3:1-16 Spot in de laatste dagen, en de dag van de Heer
  • 3:17-18 Samenvattende vermaning. 

Samenvatting

2 Petrus 1: 1-2 Vredegroet. 3-11 God heeft ons alles geschonken wat het leven en de godsvrucht betreft, wij zijn deelgenoten van de Goddelijke natuur geworden en nu hebben wij de roeping de ene deugd bij de andere te voegen, zodat wij een ruime ingang zouden hebben in het eeuwig koninkrijk. 12-15 Petrus verwacht het afleggen van zijn tent; hij denkt dus dat zijn einde nabij is. 16-21 Hij herinnert zich de verheerlijking op de berg en vestigt de aandacht op het profetische woord.

2 Petrus 2: In 't kort: de toekomstige valse leraars, die zedeloos zullen zijn en in hun verderf zullen omkomen. 1-3 Toekomstige valse leraars. 4-13 Hun straf komt, terwijl de rechtvaardigen behouden zullen worden. 13-22 Vervolg beschrijving van de valse leraars; het zal voor hen erger worden van vóór hun bekering.

2 Petrus 3: 1-6 Spotters met de belofte van Christus’ komst. 7-18 De Heer is lankmoedig en wil dat iedereen tot bekering komt. De tegenwoordige hemelen en aarde en goddeloze mensen zullen vergaan en opgevolgd worden door nieuwe hemelen en aarde waar gerechtigheid woont. Daarom moeten wij ons beijveren onbesmet en onberispelijk voor Hem te worden gevonden in vrede. Het toekomstige optreden van zedeloze dwaalleraars wetend, moeten we op onze hoede zijn èn opgroeien in de genade en kennis van onze Heer en Heiland.


Commentaar

De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

2 Petrus, hoofdstukken: 123.

Zie ook

Eerste brief van Petrus

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Enige tekst van het lemma 'Petrus' is op 2 okt. 2021 onder wijziging verwerkt.

Voetnoot

  1. Desondanks is de tweede Petrusbrief één van de brieven waarvan het auteurschap van Petrus sterk in twijfel is getrokken. Argumenten: (1) de verschillen in stijl tussen de eerste en tweede brief; (2) de sterke inhoudelijke overeenkomst met de Judasbrief. Tegen deze argumenten kan men inbrengen: (1) de verschillen zijn mogelijk het gevolg van de inbreng door Silas in de eerste brief. (2) overeenkomst tussen brieven bewijst niet dat een ander dan Petrus de auteur van de tweede Petrusbrief is. De Judasbrief kan ook teruggrijpen op de tweede Petrusbrief, of beide grepen terug op een oudere ons onbekende brief.