2 Petrus 2

Uit Christipedia

2 Petrus 2 van de Tweede brief van Petrus wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

2 Petrus, hoofdstukken: 123.

Samenvatting

In 't kort: de toekomstige valse leraars, die zedeloos zullen zijn en in hun verderf zullen omkomen. 1-3 Toekomstige valse leraars. 4-13 Hun straf komt, terwijl de rechtvaardigen behouden zullen worden. 13-22 Vervolg beschrijving van de valse leraars; het zal voor hen erger worden van vóór hun bekering.

1

2Pe 2:1  Er waren echter ook valse profeten onder het volk, zoals er ook onder u valse leraars zullen zijn, die verderfelijke sekten heimelijk zullen invoeren en de Meester die hen gekocht heeft, zullen verloochenen en een spoedig verderf over zichzelf brengen. (Telos)

Onder u valse leraars zullen zijn. Ook Paulus waarschuwde hiervoor: valse leer en sektarische scheuring.

Hnd 20:29 Ik weet, dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet sparen; Hnd 20:30  en uit uzelf zullen mannen opstaan, die verdraaide dingen spreken om de discipelen achter zich af te trekken. (Telos)

2Co 11:13 Want zulke mensen zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. (Telos)

1Ti 4:1 De Geest nu zegt uitdrukkelijk, dat in de latere tijden sommigen van het geloof zullen afvallen, terwijl zij zich zullen bezighouden met verleidende geesten en leringen van demonen (Telos)

Opb 2:2 Ik weet uw werken en uw arbeid en uw volharding en dat u de bozen niet kunt verdragen; en u hebt op de proef gesteld hen die zeggen dat zij apostelen zijn en het niet zijn, en hebt hen leugenaars bevonden; (Telos)

Jds 1:4 Want bepaalde mensen zijn binnengeslopen, die van ouds tot dit oordeel tevoren opgeschreven zijn, goddelozen, die de genade van onze God veranderen in losbandigheid en onze enige Meester en Heer Jezus Christus verloochenen. (...) Jds 1:19 Dezen zijn het die zich afscheiden, natuurlijke mensen die de Geest niet hebben. (Telos)

Mt 24:11 En vele valse profeten zullen opstaan en zij zullen velen misleiden. (Telos)

Verderfelijke sekten. Wat verderven die sekten? 1e die een of meer christelijke zeden (vgl. 'losbandigheden', vs. 2), 2e de volgelingen, 3e de sekteleiders zelf, 4e mogelijk de gemeentes waaruit zij zich afscheiden.

Een kenmerk van deze sekten wordt hierna genoemd: verkondigen verzinsels (3), losbandigheden (2), hebzucht en materiële uitbuiting van hun volgelingen (3).

Een spoedig verderf over zichzelf brengen. Door het oordeel van God (3)

2

2Pe 2:2  En velen zullen hun losbandigheden navolgen, en om hen zal de weg van de waarheid gelasterd worden. (Telos)

De weg van de waarheid. Het christendom, de christelijke godsdienst en levensweg. Zie De Weg.

Hnd 24:14  Dit echter beken ik u, dat ik naar de Weg die zij een sekte noemen, zo de God van de vaderen dien, terwijl ik alles geloof wat volgens de wet is en in de profeten geschreven staat (Telos)

Om hen zal de weg van de waarheid gelasterd worden. Wanneer christenen zich misdragen, wordt de kerk, het christendom of religie in het algemeen gelasterd. Dit komt door onze menselijke neiging om enkele indrukken te veralgemenen tot een totaalbeeld. Een voorbeeld hiervan, als wij onvoldoende kennis van zwanen hebben: die en gene zwanen zijn zwart, dus alle zwanen zijn zwart.

3

2Pe 2:3  En door hebzucht met verzonnen woorden zullen zij koopwaar van u maken; het oordeel rust niet voor hen van oudsher en hun verderf sluimert niet. (Telos)

Hebzucht ... koopwaar van u maken. Zodat hun navolgers een winstbron voor hen zijn.

1Ti 6:3  Als iemand een andere leer brengt en zich niet voegt naar de gezonde woorden van onze Heer Jezus Christus en de leer die overeenkomstig de godsvrucht is,  1Ti 6:4  die is opgeblazen en weet niets, maar lijdt aan twistziekte en woordenstrijd, waaruit afgunst ontstaat en twist, lasteringen, kwade vermoedens, 1Ti 6:5  voortdurend geruzie van mensen die verdorven zijn in hun denken en van de waarheid beroofd zijn, die menen dat de godsvrucht een winstbron is. (...) 1Ti 6:9  Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in vele onverstandige en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. 1Ti 6:10  Want de geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te streven zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord. (Telos)

1Ti 3:8  Dienaars moeten eveneens eerbaar zijn, niet tweetongig, niet aan wijn verslaafd, niet op schandelijke winst uit, (Telos)

Tit 1:7  Want de opziener moet onstraffelijk zijn, als een rentmeester van God, niet aanmatigend, niet opvliegend, geen drinker, geen vechter, niet op schandelijke winst uit, (Telos)

Tit 1:11  Men moet hun de mond stoppen, daar zij hele huizen omkeren, door te leren wat niet behoort ter wille van schandelijke winst. (Telos)

1Pe 5:2  hoedt de kudde van God die bij u is en houdt toezicht, niet gedwongen maar vrijwillig, in overeenstemming met God, ook niet om schandelijke winst, maar bereidwillig; (Telos)

Verzonnen woorden. De boodschap van Christus wederkomst is "geen vernuftig verzonnen fabel" (1:16).

Hun verderf sluimert niet. En zal hen spoedig overkomen (1).

4

2Pe 2:4  Want als God engelen die gezondigd hadden niet gespaard, maar hen in de afgrond geworpen en overgeleverd heeft aan ketenen van donkerheid om tot het oordeel bewaard te worden; (Telos)

Engelen die gezondigd hadden. Hierna is sprake van Noach en de zondvloed. De engelen zijn waarschijnlijk "zonen van God" die geslachtsgemeenschap met vrouwen hadden in de tijd vóór de zondvloed.

Ge 6:4  In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich [kinderen] gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name. (SV)

In de afgrond geworpen. In de oorspronkelijke Griekse tekst is er één Grieks werkwoord gebruikt: ταρταροω, tartaro-oo. Dit is afgeleid van het zelfstandig naamwoord Tartaros = afgrond, zie Tartarus.

9

2Pe 2:9  dan weet de Heer godvrezenden uit de verzoeking te redden, maar onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel om gestraft te worden; (Telos)

Uit de verzoeking te redden. 'Uit', Grieks: ek. 'Redden', is het gebruikte Griekse werkwoord ρυομαι, rhu-omai, dat betekent[1]: 1) tot zich trekken, redden, bevrijden, 2) bewaren, beschermen.

Opb 3:10  Omdat u het woord van mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, dat over het hele aardrijk zal komen, om te verzoeken hen die op de aarde wonen. (Telos)

In Opb. 3:10 wordt achter 'voor' ook Gr. 'ek' (= uit) gebruikt, maar een ander werkwoord voor 'bewaren', namelijk τηρεω, tereo, van 'teros' = bewaker. 'Tereo' betekent[1]: zorgvuldig letten op, zorgdragen voor, 1a) bewaken, 1b) metaf. bewaren, iemand in de toestand waarin hij is, 1c) houden, naleven, 1d) sparen: iets ondergaan.

Onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel. Het Griekse werkwoord is tereo.

10

2Pe 2:10  en vooral hen die in onreine begeerte het vlees achterna gaan en de heerschappij verachten. Vermetel, aanmatigend, schromen zij niet de heerlijkheden te lasteren, (Telos)

De heerschappij verachten. Ze verloochenen de Meester (de Heer Jezus) die hen gekocht heeft (1).

Lasteren. Zie vs. 12.

11

2Pe 2:11  terwijl engelen, die in sterkte en macht groter zijn, geen lasterend oordeel tegen hen vanwege de Heer uitbrengen. (Telos)

Engelen. Heilige engelen

Lasterend oordeel. In het Grieks: βλασφημον κρισιν, blasphemon krisin. Blasphemon is bijvoeglijk naamwoord. Vgl.:

Jds 1:9  De aartsengel Michael echter durfde, toen hij met de duivel redeneerde en redetwistte over het lichaam van Mozes, geen oordeel van lastering tegen hem uitbrengen, maar zei: Moge de Heer u bestraffen! (Telos)

'Oordeel van lastering', in het Grieks: κρισιν ... βλασφημιας, krisin ... blasphemias. Blasphemias is een zelfstandig naamwoord.

Vanwege de Heer. 'Vanwege', in het Grieks het voorzetsel 'para'. Namens de Heer. Anderen: "bij de Heer", "voor de Heer".

Geen lasterend oordeel tegen hen vanwege de Heer uitbrengen.

De engelen brengen geen smadelijk oordeel, geen krenkend woord, over die onrechtvaardigen (9) bij de Here uit, ze onthouden zich daarvan, hoewel een dergelijk oordeel met reden zouden kunnen vellen. "Hoe scherp tekent de heilige behoedzaamheid van de engelen zich af tegenover de verwatenheid van de dwaalleraars."[2]

12

2Pe 2:12  Dezen echter, als redeloze dieren, die van nature voortgebracht zijn om gevangen en omgebracht te worden, zullen ook, daar zij lasteren in dingen die zij niet begrijpen, in hun eigen verderf omkomen, (Telos)

Lasteren. Zie vs. 11.

In hun eigen verderf omkomen. Ten gevolge van hun zedeloos gedrag. Wellicht mogen we ook denken aan een dodelijke ziekte die zij krijgen door hun ontuchtig gedrag.

Zij zijn "slaven van het verderf" (19).

13

2Pe 2:13 en het loon van de ongerechtigheid ontvangen. Zij achten de zwelgpartij overdag een genot; zij zijn vlekken en smetten en zwelgen in hun bedriegerijen, als zij bij u brassen. (Telos)

Het loon van de ongerechtigheid. Zie vs. 15.

14

2Pe 2:14 Zij hebben overspelige ogen, die niet ophouden te zondigen; zij verlokken onstandvastige zielen en hebben een hart geoefend in hebzucht, kinderen van de vervloeking. (Telos)

Overspelige ogen, die niet ophouden te zondigen.

Mt 5:28  Maar Ik zeg u, dat ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren, al overspel met haar gepleegd heeft in zijn hart. (Telos)

Hebzucht. Zie volgende vers: "Bileam ... die het loon van de ongerechtigheid liefhad,

15

2Pe 2:15 Door de rechte weg te verlaten zijn zij afgedwaald en volgen de weg van Bileam, de zoon van Bosor, die het loon van de ongerechtigheid liefhad, (Telos)

Loon van de ongerechtigheid. Zie vs. 13.

16

2Pe 2:16 maar een berisping voor zijn eigen wetteloosheid kreeg: het stomme lastdier dat met mensenstem sprak, verhinderde de dwaasheid van de profeet. (Telos)

Het stomme lastdier dat met mensenstem sprak. Gelijk de slang in de hof van Eden, die tot Mannin sprak.

18

2Pe 2:18  Want door vruchteloze gezwollen taal te uiten verlokken zij door vleselijke begeerten, door losbandigheden hen die sinds kort ontvlucht waren aan hen die in dwaling wandelen. (Telos)

Ontvlucht. Zie vs. 20.

19

2Pe 2:19 Zij beloven hun vrijheid, terwijl zijzelf slaven van het verderf zijn; want door wie men overmeesterd is, diens slaaf is men geworden. (Telos)

Slaven het verderf. Zie ook vs. 12: "in hun eigen verderf omkomen".

Overmeesterd. Zie vs. 20.

20

2Pe 2:20  Want als zij door de kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus de bevlekkingen van de wereld ontvlucht maar opnieuw daarin verstrikt zijn en erdoor overmeesterd worden, dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste. (Telos)

De kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Zie vs. 21: "de weg van de gerechtigheid ... die gekend te hebben".

Ontvlucht. Zie vs.18. Elders zegt Petrus dat begeerten strijd voeren tegen onze ziel. Het “ontvlucht” duidt de strijd aan. De begeerten, wanneer wij eraan toegeven, dan worden we bevlekt, bevlekt door de wereld.

Overmeesterd. Zie vs. 19

21

2Pe 2:21  Want het was beter voor hen geweest de weg van de gerechtigheid niet gekend te hebben, dan na die gekend te hebben zich af te keren van het heilige gebod dat hun was overgeleverd. (Telos)

De weg van de gerechtigheid niet gekend te hebben. Zie vs. 20: "door de kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus".

Het heilige gebod.

2Pe 3:2  opdat u terugdenkt aan de woorden die tevoren door de heilige profeten gesproken zijn en aan het gebod van de Heer en Heiland, door uw apostelen verkondigd. (Telos)

Wellicht: "bekeert u en gelooft het evangelie" (Mark. 1:14). "bekering tot vergeving van zonden moest worden gepredikt aan alle volken" (Luk. 24:45).

Mr 1:14  Maar nadat Johannes was overgeleverd, kwam Jezus naar Galilea en predikte het evangelie van het koninkrijk van God  Mr 1:15  en zei: De tijd is vervuld en het koninkrijk van God is nabij gekomen; bekeert u en gelooft in het evangelie. (Telos)

Lu 24:45  Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden,  Lu 24:46  en zei tot hen: Zo staat er geschreven dat de Christus moest lijden en uit de doden opstaan op de derde dag, Lu 24:47  en in zijn naam bekering tot vergeving van zonden moest worden gepredikt aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. (Telos)

Hnd 20:21  terwijl ik zowel aan Joden als Grieken de bekering tot God en het geloof in onze Heer Jezus betuigde. (Telos)

Anderen verstaan "het heilige gebod" door: het gebod van de liefde.

Joh 13:34  Een nieuw gebod geef Ik u: dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u heb liefgehad, dat ook u elkaar liefhebt. (Telos)

Het gebod van bekering is echter waarschijnlijker bedoeld, gezien de terugval van de dwaalleraars en daarmee het ongedaan maken van hun bekering.

22

2Pe 2:22  Hun is overkomen wat het ware spreekwoord zegt: ‘De hond is teruggekeerd naar zijn eigen braaksel’, en: ‘De gewassen zeug tot het wentelen in de modder’. (Telos)

Zeug. Is een vrouwtjesvarken.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht (Boekencentrum, 1987).