Jozua (boek)/16

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb
Jozua (boek), hoofdstuk: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24

Hoofdstuk 16 van Jozua (boek) wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

De hoofdstukken 16 en 17 beschrijven het erfdeel van Jozefs kinderen. Het lot van de kinderen van Jozef, namelijk dat van Efraïm en Manasse in het algemeen (1-4). Daarna een afzonderlijke beschrijving van de landpalen (grenzen) van Efraïm (5-9). De Efraïmieten verdreven de Kanaänieten te Gezer niet, maar zij maakten hen alleen schatplichtig (10).

Bron

Statenbijbel uitgegeven door het Nederlandsch Bijbelgenootschap, Amsterdam, 1923. Tekst van de samenvatting van Joz. 16 is verwerkt op 21 nov. 2020.