Jozua (boek)/1

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb
Jozua (boek), hoofdstuk: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24

Hoofdstuk 1 van Jozua (boek) wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Kort: Gods woord tot Jozua (1-9). Jozua's woord tot de stammen (10-18). — God beveelt Jozua met het volk over de Jordaan te trekken tot het land dat Hij Israël gegeven. God vermeldt de grenzen ervan (1-4). Hij versterkt Jozua met bijzondere beloften en vermaant hem sterk te zijn en goede moed te hebben en te handelen naar de wet die Mozes heeft geboden (5-9). Jozua beveelt het volk zich voor te bereiden tot de tocht over de Jordaan (10-11). Hij vermaant de Rubenieten, Gadieten en de half stam van Manasse om de overige stammen te helpen om het land Kanaän in bezit te nemen, hetgeen zij beloven te doen (12-18).

Joz. 1:4

Joz 1:4  Van de woestijn en deze Libanon af tot aan de grote rivier, de rivier Frath, het gehele land der Hethieten, en tot aan de grote zee, [tegen] de ondergang der zon, zal ulieder landpaal zijn. (CP[1])

De woestijn. Dit is de de woestijn Sin, in het zuiden (Num. 34:3; verg. Num. 13:1).

Het aan Israël beloofde land. De woestijn Sin vormt daarvan een zuidelijk grensgebied.

Deze Libanon. Van uw huidige legerplaats zichtbare Libanon. "Deze", in het Hebreeuws, הזה, hazzèh. Deze hier, omdat van de plaats, waar Jozua stond, het gebergte van de Libanon zichtbaar was.

Frath. De Eufraat, in het noorden.

Het gehele land der Hethieten. Het gehele, tussen de drie opgenoemde punten gelegen land van de Hethieten en andere Kanaänieten (Deut.1:8). Het volk van de Hethieten volk wordt alleen genoemd, maar duidt het gehele volk van Kanaän aan. Hethieten staat hier voor de bewoners van het land Kanaän. De stijlfiguur waarbij een deel het geheel aanduidt, heet synecdoche.

De grote zee. De grote, Middellandse Zee, tegen de ondergang van de zon, het westen

Ulieder landpaal. Uw gebied (Gen.15:18).

Joz. 1:5

Joz 1:5  Niemand zal voor uw aangezicht bestaan al de dagen uws levens; gelijk als Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn; Ik zal u niet begeven, en zal u niet verlaten. (SV)

Zal Ik met u zijn. Zie vers 9.

Joz. 1:6

Joz 1:6  Wees sterk en heb goede moed! want u zult dit volk dat land erfelijk doen bezitten, dat Ik hun vaderen heb gezworen hun te geven. (CP[1])

Wees sterk. Zie vers 7, 9, 18.

Heb goede moed. Zie vers 9, 18. Daarentegen bestond er "geen moed meer in iemand" van Jericho vanwege de Israëlieten (2:11).

Joz. 1:7

Joz 1:7  Alleen wees sterk en heb zeer goede moed, dat u waarneemt te doen naar de gehele wet, welke Mozes, Mijn knecht, u geboden heeft, en wijk daarvan niet, ter rechter [hand] noch ter linkerhand, opdat u verstandig handelt alom, waar u zult gaan; (CP[1])

Wees sterk. Zie vers 6, 9, 18

Heb zeer goede moed. 'Zeer' wordt niet gevonden in verzen 6, 9 en 18.

Joz. 1:9

Joz 1:9  Heb Ik het u niet bevolen? wees sterk en heb goede moed, en verschrik niet, en ontzet u niet; want de HEERE, uw God, is met u alom, waar u heengaat. (SV)

Wees sterk. Zie vers 6,7, 18

Heb goede moed. Zie vers 6, 7, 18.

Is met u. Zie ver 5.

Joz. 1:13

Joz 1:13  Gedenkt aan het woord, hetwelk Mozes, de knecht des HEEREN, ulieden geboden heeft, zeggende: De HEERE, uw God, geeft ulieden rust, en Hij geeft u dit land; (SV)

Rust. Zie vers 15.

Joz. 1:15

Joz 1:15  Totdat de HEERE uw broederen rust geve, als ulieden, en dat zij ook erfelijk bezitten het land, dat de HEERE, uw God, hun geeft; alsdan zult gijlieden wederkeren tot het land uwer erfenis, en zult het erfelijk bezitten, dat Mozes, de knecht des HEEREN, ulieden gegeven heeft, aan deze zijde van de Jordaan, tegen den opgang der zon. (SV)

Rust. Zie vers 13.

Joz. 1:18

Joz 1:18  Alle man, die uw mond weerspannig wezen zal, en uw woorden niet horen zal in alles, wat gij hem gebieden zult, die zal gedood worden, alleenlijk wees sterk en heb goede moed! (CP[1])

Wees sterk. Zie vers 6, 7, 9.

Heb goede moed. Zie vers 6, 7, 9.

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), enige tekst van het commentaar op Joz. 1 is onder wijziging verwerkt op 25 aug. 2020

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.