Hethieten

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Hethieten, ook gespeld HettietenHethieten, Hittieten of Chitieten, waren afstammelingen van Heth, de zoon van Kanaän (Gen. 10:15) en een achterkleinzoon van Noach. Ze waren één van de Kanaänitische volkstammen (Hethieten, JebusietenAmorietenGirgasietenHevieten) in het land Kanaän. Ze werden in het huidige Turkije een machtig rijk tijdens de regering van Mursilis I (vanaf 1620 v.Chr.).

Naam en afkomst

De naam Hethiet betekent 'nakomeling van Heth'. De Hethieten worden 'zonen van Heth' (bijv. in Gen. 23:10) genoemd. Het Engelse woord is Hittites. Duits: Hethiter.

Nageslacht van Cham

Hethieten in Kanaän

De Hethieten behoorden tot de vijf Kanaänietische volksstammen (Hethieten, Jebusieten, Amorieten, Girgasieten en Hevieten) die zich in Kanaän vestigden. De Hethieten bezaten in de 14de tot de 12de eeuw vóór Chr. in Klein-Azië en Syrië een machtig rijk, machtiger dan Egypte en Babylonië. Een tak van deze stam schijnt zich reeds vroegtijdig in Kanaän te hebben gevestigd, vooral in de streken van Hebron (Gen. 23 :2 v.; 26 :34, Num. 13 :29, Joz. 1 :4.)

Niet-Israelietische volken in Kanaän, onder andere Hethieten

De Hethieten waren in Kanaän 'het volk van het land', in wier midden Abraham woonde (Gen. 23:6-7) bij Kirjath-Arba, dat is het latere Hebron. Abraham kocht van de Hethiet Efron een akker met een spelonk voor de begrafenis van zijn overleden vrouw Sara (Gen. 23).

Ezau huwde de Hethitische vrouwen Judith, Basmath (Gen. 26:34) en Ada (Gen. 36:2), naast anderen.

De twaalf verspieders die Kanaän hadden verkend, noemden in hun relaas de streek waar de Hethieten woonden: 

Nu 13:29 In het Zuiderland woont Amalek, in het bergland [wonen] de Hethieten, de Jebusieten en de Amorieten, aan de zee en aan de oever van de Jordaan wonen de Kanaänieten. (HSV)

Ze waren meerder en machtiger dan de Israëlieten.

De 7:1 Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij; (SV)

Aangaande het beloofde land zei God tegen Jozua:

Joz 1:4  Van de woestijn en dezen Libanon af tot aan de grote rivier, de rivier Frath, het ganse land der Hethieten, en tot aan de grote zee, [tegen] den ondergang der zon, zal ulieder landpale zijn. (SV)

Het 'gehele land van de Hethieten' slaat waarschijnlijk op het land Kanaän, waar de Hethieten een machtige volksstam waren, evenals de Amorieten. Een dergelijke aanduiding van het geheel (het land Kanaän) door een deel (het land der Hethieten) heet een synecdoche.

De Israëlieten verdreven niet alle Hethieten.

Ri 3:5 Toen nu de Israëlieten te midden van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten woonden, Ri 3:6 namen zij hun dochters voor zich tot vrouwen en gaven zij hun [eigen] dochters aan hun zonen. En zij dienden hun goden. (HSV)

Salomo en de Hethieten

Kooplieden van koning Salomo brachten wagen en paarden naar alle koningen van de Hethieten.

2Kr 1:16 En de aanvoer van de paarden die Salomo had, was uit Egypte en uit Kewe. Kooplieden van de koning namen ze tegen een bepaalde prijs uit Kewe mee. 2Kr 1:17 Een wagen werd uit Egypte uitgevoerd voor zeshonderd zilverstukken en een paard voor honderdvijftig. Zo voerden ze die door hun tussenkomst uit naar alle koningen van de Hethieten en de koningen van Syrië. (HSV)

Geschiedenis

Vóór 2300 v.C.[1] In het huidige Turkije leefde een ras van niet-Indo-Europeanen, genaamd Hattianen.

2300-2000 v.C.[1] De Hattianen worden onderworpen door Indo-Europese indringers. Deze nemen vervolgens de naam Hatti aan. In Semitische talen, zoals Hebreeuws, zouden Hatti en Hitti met dezelfde letters (=medeklinkers) worden geschreven.

ca. 2050 v.C.[1]. In het gebied van het huidige Hebron wonen Hethieten. Abraham had contact met hen (Gen. 23).

1950-1850 v.C.[1] Tussen de verschillende Hettitische vorstendommen in het huidige Turkije doen zich conflicten voor.

1620 v.C.[1] Aanvang van de regering van Mursilis I. Onder zijn regering wordt het rijk der Hethieten machtig in het Midden-Oosten.

1600 v.C.[1] De Hethieten veroveren de stad Babylon.

Rijk der Hethieten in de late bronstijd (1600-1200)

2e helft 14e eeuw v.C.[1] Het Hettitische koninkrijk bereikt zijn hoogtepunt.

1274 v.C. Slag van Kadesh, tussen het Hethitische rijk onder Muwatalli II en het Egyptische rijk onder Ramses II. Uit de strijd komt geen echte winnaar.

1259 v.C.[2] Vijftien jaar na de slag van Kadesh wordt een vredesverdrag gesloten tussen Ramses II en Hattusili III (indirecte opvolger van Muwatalli II).

1246 v.C.[2] Hattusili III en zijn vrouw Puduheba zenden een van hun dochters naar Egypte om in het huwelijk te treden met Ramses II, opdat de goede relaties tussen de beide dynastieën daarmee verzekerd zullen worden.De volgende video verhaalt in het Engels de geschiedenis van de Hethieten.
Who were the Hittites? The history of the Hittite Empire explained in 10 minutes. Youtube.com: Epimetheus, 30 nov. 2018. Speelduur: 10 min.

Bronnen

In dit lemma is, onder toestemming, in mei 2011 gebruik gemaakt van tekst uit: C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis. Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009. Bewerking van de uitgave uit 1929, door J. Pluimers.

Slag van Kadesh, nl.wikipedia.nl. Enige tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 25 aug. 2020.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 1,5 1,6 Geisler, N. L., & Howe, T. A. (1992). When critics ask : a popular handbook on Bible difficulties (pp. 52–53). Wheaton, Ill.: Victor Books.
  2. 2,0 2,1 https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_bij_Kadesh