Cham

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Cham (Eng. Ham) was de jongste zoon van Noach. Met zijn ouders en broeders werd hij en de vrouwen in de ark van de waterdood gered. Cham, d. i. heet, is de stamvader der bewoners van het werelddeel Afrika. Volgens Gen. 10: 6 is hij de vader van vier zonen: Koesj (Ethiopië), Put (Libïë), Mizraïm (Egypte) en Kanaän. Egypte heet ook wel "land van Cham".

Nageslacht van Cham

Als vader van Kanaän was hij vooral belangrijk voor de Israëlieten, daar de vloek, door Noach over Kanaän, dus ook over de Kanaänieten, uitgesproken, hun volgens Gen. 9:25-27 het recht gaf over Kanaän te heersen. De vaderlijke vloek had Cham zich berokkend door zijn schandelijk en spotachtig gedrag, toen zijn vader, door de kracht van de wijn bewusteloos geworden, zich onwillekeurig ontbloot had.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Van het lemma Cham is op 25 nov. 2012 tekst genomen en bewerkt.