Rachab

Uit Christipedia

Rachab was een Kanaänitische vrouw, een hoer te Jericho, die de verspieders, door Jozua gezonden, verborg, waarom zij en de haren, bij de verovering van de stad, alleen gespaard bleven en het leven behielden, Joz. 2: 1-22; 6: 17-25.

Rachab verbergt de twee verspieders onder vlasstengels (Joz. 2:6).

Naam. Haar naam Rachab (Hebr. רָחָב, Rachab; Eng. en Du. Rahab) betekent ‘breed’, ‘wijd’, van het werkwoord rachob  = verwijden, uitbreiden[1]. De eigennaam wordt 5x in het Oude Testament genoemd (Joz. 2:1, 3; 6:17, 23, 25) en 3x in het Nieuwe Testament (Matth. 1:5, Heb. 11:31, Jak. 2:25).

Hoer. Rachab was een hoer (Joz. 2:1; 6:17, 25; Hebr. 11:31; Jak. 2:25). De oude Griekse vertaling van het Oude Testament (Septuagint) en het Grieks van het Nieuwe Testament bezigen het woord πόρνη, pornè, “hoer”.

Geloofsdaad. Ze had gehoord van de wonderen die God voor de bevrijding van Israël had gedaan, en zij getuigt van de schrik die op haar landgenoten was gevallen. In het geloof riskeerde ze haar leven door de spionnen te verbergen. Ze slaagde hierin en sloot een overeenkomst met de twee mannen, dat als zij hen zou niet verraden, haar leven en het leven van haar familie gespaard zou worden bij de inneming van de stad. Dit was slechts bindend voor de verspieders als Rachab de haren in haar huis bracht, onder het teken van de scharlaken koord, dat uit het venster zou hangen waaruit de verspieders waren neergelaten, daar het huis op de stadsmuur gebouwd was. Jozua zag erop toe dat de belofte werd nagekomen, en Rachab en haar familie werden behouden. Want toen de muren van Jericho door een wonder waren ingestort, werd de stad ingenomen en mens en dier met het zwaard gedood, maar Rachab en haar familie, allen die in haar huis waren, werden gespaard.

De beide verspieders ontsnapten langs een scharlaken koord.
Joz 6:21  En zij sloegen alles wat in de stad was, met de ban, met de scherpte van het zwaard, van de man tot de vrouw toe, van het kind tot de oude, en tot het rund, het schaap en de ezel toe. Joz 6:22  En Jozua zei tegen de twee mannen, de verkenners van het land: Ga het huis van die vrouw, die hoer, binnen en breng de vrouw vandaar naar buiten, met alles wat van haar is, zoals u haar gezworen hebt. Joz 6:23  Toen gingen de jongemannen, de verkenners, naar binnen en brachten Rachab naar buiten, met haar vader, haar moeder, haar broers, en alles wat van haar was. Ook brachten zij al haar familieleden naar buiten en zij lieten hen buiten het kamp van Israël verblijven. Joz 6:24  De stad verbrandden zij met vuur, met alles wat daarin was. Alleen het zilver en het goud en de koperen en ijzeren voorwerpen legden zij bij de schat van het huis van de HEERE. Joz 6:25  Zo liet Jozua de hoer Rachab in leven, met de familie van haar vader en alles wat van haar was. Zij heeft tot op deze dag in het midden van Israël gewoond, omdat zij de boden verborgen had die Jozua gestuurd had om Jericho te verkennen. (HSV)
Haar geloof wordt in de brief aan de Hebreeën geroemd. Rachab was een verrader van haar land en had gelogen tegen de koning, maar dat had ze gedaan om zichzelf te werpen onder de bescherming van de God van Israël. Haar leugen wordt niet geprezen, maar wel haar geloof, Heb 11:31; en haar werken rechtvaardigden haar (voor de mensen), Jac. 2:25. 
Jakobus 2:25 En is niet evenzo ook Rachab de hoer op grond van werken gerechtvaardigd, toen zij de boodschappers opgenomen en langs een andere weg uitgelaten had? (Telos)
Voormoeder van de messias. Sedert die tijd schijnt zij een beter leven aangevangen te hebben, wonend onder Israël en gehuwd met Salmon, wien zij een zoon, Boaz, baarde. Boaz werd een voorvader van David en Jezus Christus. Rachab was de betovergrootmoeder van David. Zo kwam zij in de geslachtslijn van de messias, "zoon van David" (Matth. 1:1).
Geslachtslijn
Salmon
 
Rachab
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Boaz
 
Ruth
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Obed
 
(onbekend)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Isaï
 
(onbekend)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
David

Dat de Rachab van Mt 1: 5 is dezelfde als de Rachab uit Jericho blijkt uit het bepaalde lidwoord ‘de’. Boaz is verwekt 'uit de Rachab' (Grieks: εκ της ραχαβ): zij was de Rachab genoemd in het Oude Testament. 

Dat zulke vrouwen als Rachab en Thamar in het geslachtsregister van de Heer Jezus moesten worden vermeld, bewijst de goddelijke oorsprong van de lijst, want de mens zou waarschijnlijk deze namen hebben weggelaten (de geslachtslijst van Mattheüs laat wel enkele andere namen, van mannen, weg). De vermelding van beide vrouwen maakt groot de genade die alle zonde overtreft.

Meer informatie

Joshua the Conqueror. Youtube.com: The FaithTube, 'The Holy Bible - Joshua the Conqueror', 26 okt. 2011. Duur: 15 min. 46 sec. Oude korte film over Jozua als de veroveraar van het Beloofde Land. Bevat vanaf 2 min 8 sec. het verhaal van de twee verspieders en hun ontmoeting met Rachab.

Bronnen

S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Rachab.

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Rachab' is op 28 dec. 2015 verwerkt.

A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Rahab, Rachab. Tekst van dit lemma is op 28 dec. 2015 vertaald en verwerkt.

Voetnoot

  1. S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Rachab. Van Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler. Het Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia, geeft als betekenis 'wijd' op.
    Van Ronkel heet Rachab een 'waardin', dat is de vrouw van een herbergier of een vrouwelijke herbergier. Ten onrechte heeft men wel gemeend, aldus P.J. Gouda Quint (aangehaald werk), dat het woord, in onze vertaling door ‘hoer’ overgezet, ook 'waardin' of 'heidin' betekenen kan. Jak. 2:25 noemt haar echter 'Rachab de hoer'.