Korf

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Een korf (Du. Korb; Eng. basket) is in de Bijbel een mand uit palmbladeren, papyrus, bast enz. gevlochten (waarop de Hebreeuwse namen sal, taenae , kelubh wijzen) voornamelijk tot het dragen en bewaren van levensmiddelen, brood (Gen. 40 : 16 vv.; Matth. 14: 20; 15 : 37), vlees (Richt. 6 : 19), ooft (Deut. 28 : 5).

Foto: druiven verzamelen in korven. Israel, 1937.

Gezegend zij uw korf, d. i. uw oogst (Jer. 24 : 2; Am. 8 : 1). Wanneer de Israëlieten gehoorzaam Gods geboden en inzettingen zouden houden en doen, dan zou hun korf gezegend zijn.

De 28:4 Gezegend zal zijn de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw land en de vrucht van uw vee, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee. De 28:5 Gezegend zal zijn uw korf en uw baktrog. (HSV)

Wanneer zij daarentegen ongehoorzaam zouden zijn, zou hun korf vervloekt zijn.

De 28:17 Vervloekt zal zijn uw korf en uw baktrog (HSV).

In de korf werden de vruchten bewaard; in de baktrog de spijzen bereid[1]. Beide waren verzamelplaatsen van voedsel. Bij gehoorzaamheid zou er volop voedsel zijn, op ongehoorzaamheid echter zou gebrek volgen.

De spijsoffers (Exod. 29 : 3, 23, 32; Lev. 8 : 2, 26, 31) en eerstelingen (Deut. 26: 2, 4), werden in korven naar het heiligdom gebracht.

In korven werden de hoofden van de zonen van Achab gelegd, (2 Kon. 10 : 7).

Een korf werd voor Paulus (Hand. 9: 25; 2 Kor. 11 : 33), wellicht ook voor de verspieders (Joz. 2: 15) en voor David (1 Sam. 19 : 12) een middel tot redding.

Bron

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Korf. Hieruit is op 4 september 2015 tekst genomen en verwerkt.

Voetnoot

  1. Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Deut. 28:5.