Lemuël

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Lemuël of Lemoeël is de in Spreuken 31:1 genoemde koning, wiens moeder hem spreuken van wijsheid naliet waarvan sommige in het boek Spreuken zijn opgenomen. Hij is overigens onbekend.

Spr 31:1 De woorden van den koning Lemuel; de last, waarmede zijn moeder hem onderwees. Spr 31:2 Wat, o mijn zoon, en wat, o zoon mijns buiks? ja, wat, o zoon mijner geloften? (SV)

Spr 31:1 De woorden van koning Lemuel, de last waarmee zijn moeder hem onderwezen heeft. Spr 31:2 Wat, mijn zoon, en wat, zoon van mijn schoot, ja, wat zal ik je aanraden, zoon van mijn geloften? (HSV)

De Hebreeuwse naam is למואל, Lemoeël, en betekent "voor God", "Aan God gewijd", "Godgewijd". Het Strongnummer is 03927. De naam komt 2x voor in de Bijbel: Spr. 31:1, 4).

'Last' (vers 1) = Hebreeuws 'massa' of 'masa' = godsspraak, lering, spreuk. Later heeft men het Hebreeuwse woord ook als naam van een plaats genomen voor het in Gen. 25 : 14 vermeldde Arabische Masa — waarvan men anders niets weet — en vertaalt: "Lemuel, koning van Massa."

Spr 31:1 Woorden van Lemuel, de koning van Massa, waarmee zijn moeder hem vermaande. (NBG51)

Spr 31:1 Woorden voor Lemoeël, koning van Masa,- waarmee zijn moeder hem heeft vermaand. (NaB)

Wie is deze koning? Daarop zijn verschillende antwoorden gegeven:

  1. Salomo: mogelijk is 'Lemuël' ('Godgewijd') een symbolische naam van koning Salomo, wiens moeder Bathseba hem mogelijk als de zoon van haar geloften (Spr 31:2 'zoon van mijn geloften') met bijzondere zorg voor de Heer opvoedde.
  2. Koning Hizkia.
  3. Een overigens onbekende koning van Massa.

Bron

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Lemuel. De tekst van dit lemma is op 25 dec. 2018 onder wijziging verwerkt.