Mensheid van Jezus Christus

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De mensheid of het mens-zijn van Jezus Christus is zijn bestaan en natuur als mens. Hij kwam uit de hemel om mens te worden en ... te blijven.

Mens geworden

Het is duidelijk dat de Zoon van God mens is geworden. Zijn menswording wordt al door God zelf aangeduid, wanneer hij de slang aankondigt dat zijn kop vermorzeld zal worden door 'haar zaad', dat is een nakomeling van de eerste vrouw.

Het Woord is vlees geworden, heeft menselijk vlees aangenomen en heeft onder ons mensen geleefd (Joh. 1). Hij is als mens opgegroeid, heeft gewandeld, geknield en geweend, heeft dorst en honger gekend, alsook vermoeidheid en de rust van de slaap. Hij heeft als mens geleden, naar geest, ziel en lichaam, en is als mens gestorven.

Flp 2:7 maar Zichzelf ontledigd heeft, de gestalte van een slaaf aannemend, de mensen gelijk wordend. Flp 2:8 En uiterlijk als een mens bevonden heeft Hij Zichzelf vernederd, gehoorzaam wordend tot de dood, ja, tot de kruisdood. (TELOS)

Heb 2:14 Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel, (TELOS)

Mens gebleven

Heeft Hij zijn mens-zijn verloren toen hij stierf. Heeft Hij, hoewel Hij is opgestaan uit de doden, opgehouden mens te zijn? Nee, wij mogen stellen dat er een mens gezeten is aan de rechterhand van God? Voor de voortzetting van Jezus' mens-zijn door dood, opstanding en hemelvaart heen, zijn de volgende argumenten aan te voeren.

  1. Zijn gebruik van het woord 'zoon des mensen' voor handelingen in de toen nabije en verre toekomst.
  2. Het gebruik van de titel 'de zoon van David' voor 's Heren toekomstige heerschappij
  3. Gods aanduiding van 'mijn knecht David' voor de toekomstige Herderkoning
  4. De uitdrukking 'de laatste Adam' voor de Heer Jezus.

Zoon des mensen

De Heer Jezus gebruikte de titel 'zoon des mensen' voor handelingen in de nabij en (voor ons) verre toekomst, alle handelingen die gebeurden na zijn sterven.

Opgestaan. De Mensenzoon, een mens dus, zou uit de doden worden opgewekt,

Mr 8:31 En Hij begon hun te leren dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten, de overpriesters en de schriftgeleerden en gedood worden en na drie dagen opstaan. (TELOS)

Lu 9:22 en zei: De Zoon des mensen moet veel lijden en verworpen worden door de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en op de derde dag worden opgewekt. (TELOS)

Mt 17:9 En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun aldus: Zegt aan niemand het gezicht, voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewekt. TELOS)

Mr 9:9 En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Hij hun dat zij niemand zouden vertellen wat zij hadden gezien, voordat de Zoon des mensen uit de doden was opgestaan. (TELOS)

Mr 9:31 want Hij leerde zijn discipelen en zei tot hen: De Zoon des mensen wordt overgeleverd in handen van mensen en zij zullen Hem doden; en na gedood te zijn zal Hij na drie dagen opstaan. (TELOS)

Lu 11:30 Want zoals Jona voor de Ninevieten een teken was, zo zal ook de Zoon des mensen het zijn voor dit geslacht. (TELOS)

Als Hij na zijn opstanding aan zijn leerlingen verschijnt maakt hij duidelijk dat Hij geen geest is, maar dat Hij geen geest is, maar vlees en beenderen heeft. 'Ik ben het Zelf', zegt Hij hun geruststellend.

Lu 24:39 Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het Zelf ben; betast Mij en ziet, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb. (TELOS)

Naar de hemel gegaan. Het is de Mensenzoon die naar de hemel is gegaan

Joh 3:13 En niemand is opgevaren in de hemel dan Hij die uit de hemel is neergedaald, de Zoon des mensen die in de hemel is. (TELOS)

Joh 6:62 Wat dan, als u de Zoon des mensen ziet opvaren waar Hij tevoren was? (TELOS)

In de hemel. Het is niet een niet-menselijke geest, maar een mens, 'de Mensenzoon', die aan de rechterhand van God zit.

Mt 26:64 Jezus zei tot hem: U hebt het gezegd. Ik zeg u evenwel: van nu aan zult u de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht en zien komen op de wolken van de hemel. (TELOS)

Mr 14:62 Jezus nu zei: Ik ben het. En u zult de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht en zien komen met de wolken van de hemel. (TELOS)

Lu 22:69 Van nu aan echter zal de Zoon des mensen zitten aan de rechterhand van de kracht van God. (TELOS)

Vergelijk:

Ps 80:17 (80:18) Laat Uw hand rusten op de Man van Uw rechterhand, op de Mensenzoon, [Die] U voor Uzelf sterk gemaakt hebt. (HSV)

De eerste discipel die de marteldood stierf zag de Zoon des mensen staan aan Gods rechterhand

Hnd 7:56 en zei: Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan Gods rechterhand. (TELOS)

Het is de Mensenzoon in de hemel die gelovige mensen op aard belijdt voor de engelen van God.

Lu 12:8 Ik nu zeg u: Ieder die Mij belijdt voor de mensen, die zal ook de Zoon des mensen belijden voor de engelen van God. (TELOS)

De apostel Johannes zag Hem, 'de Zoon des mensen gelijk'.

Opb 1:13 en in het midden van de kandelaars iemand, de Zoon des mensen gelijk, bekleed met een gewaad tot de voeten en aan de borst omgord met een gouden gordel, (TELOS)

Terugkeer. Het is de Mensenzoon die terugkomt.

Mt 24:37 Want zoals de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. (TELOS)

Lu 17:26 En zoals het is gebeurd in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen: (TELOS)

Mt 24:39 en zij het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. (TELOS)

Mt 24:44 Daarom weest ook u gereed, want op een uur dat u het niet vermoedt, komt de Zoon des mensen. (TELOS)

Lu 12:40 Weest ook u gereed, want op een uur dat u het niet vermoedt, komt de Zoon des mensen. (TELOS)

Lu 21:36 Waakt echter, terwijl u te allen tijde bidt dat u in staat zult zijn te ontkomen aan dit alles wat staat te gebeuren, en te bestaan voor de Zoon des mensen. (TELOS)

Lu 17:30 Op dezelfde wijze zal het zijn op de dag dat de Zoon des mensen wordt geopenbaard. (TELOS)

Mt 24:27 Want zoals de bliksem uitgaat van het oosten en schijnt tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. (TELOS)

Mr 13:26 En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in wolken, met grote kracht en heerlijkheid. (TELOS)

Lu 21:27 En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met kracht en grote heerlijkheid. (TELOS)

Mt 16:27 Want de Zoon des mensen staat te komen in de heerlijkheid van zijn Vader met zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn doen.

Lu 18:8 Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Als evenwel de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op de aarde? (TELOS)

Mr 8:38 Want wie zich voor Mij en mijn woorden schaamt onder dit overspelig en zondig geslacht, voor hem zal ook de Zoon des mensen Zich schamen wanneer Hij komt in de heerlijkheid van zijn Vader, met de heilige engelen. (TELOS)

Lu 9:26 Want wie zich voor Mij en voor mijn woorden schaamt, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen wanneer Hij komt in zijn heerlijkheid en die van de Vader en van de heilige engelen. (TELOS)

Mt 24:30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid. (TELOS)

De profeten Daniël en Ezechiël en de apostel Johannes zagen hem in een gezicht:

Da 7:13 Ik keek toe in de nachtvisioenen, en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand als een Mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van dagen en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbij komen. (HSV)

Opb 14:14 En ik zag en zie, een witte wolk, en op de wolk zat iemand, de Zoon des mensen gelijk, die op zijn hoofd een gouden kroon en in zijn hand een scherpe sikkel had. (TELOS)

Eze 1:26 Boven het uitspansel boven hun hoofden was wat er uitzag als lazuursteen, dat de vorm had van een troon; en daarboven, op hetgeen een troon geleek, een gedaante, die er uitzag als een mens. (NBG51)

De Mensenzoon zal zijn engelen uitzenden.

Mt 13:41 De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn koninkrijk verzamelen alle aanleidingen tot vallen en hen die de wetteloosheid doen, (TELOS)

Op Zijn troon. De Mensenzoon zal zitten op de troon van zijn heerlijkheid om te oordelen. Hij heeft de bevoegdheid om te oordelen omdat Hij de Mensenzoon is.

Joh 5:27 en Hij heeft Hem macht gegeven oordeel uit te oefenen, omdat Hij de Mensenzoon is. (TELOS)

Mt 19:28 Jezus nu zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal zitten op de troon van zijn heerlijkheid, u ook op twaalf tronen zult zitten om de twaalf stammen van Israel te oordelen. (TELOS)

Mt 25:31 Wanneer nu de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en alle engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van zijn heerlijkheid; (TELOS)

De zoon van David

De Heer Jezus is de zoon van de mens David, een spruit van David (Jer. 23:5).

Mt 1:1 Geslachtsregister van Jezus Christus, Zoon van David, Zoon van Abraham. (TELOS)

Hij is niet opgehouden zoon van David te zijn, toen hij stierf. Hij, de Opgestane, zal eens zitten op de troon van zijn vader David. Ook met betrekking tot zijn toekomstige heerschappij wordt Hij gezien als een nakomeling van David. Een engel deelde mee:

Lu 1:32 Deze zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en de Heer, God, zal Hem de troon van zijn vader David geven, (TELOS)

Jes 9:7 Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de HERE der heerscharen zal dit doen. (NBG51)

Jes 16:5 dan zal op goedertierenheid een troon worden gevestigd en in getrouwheid zal daarop in Davids tent zetelen een, die richt en die het recht zoekt en die zich haast gerechtigheid te oefenen. (NBG51)

Jer 23:5 Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. (NBG51)

Jer 33:15 In die dagen en te dien tijde zal Ik aan David een Spruit der gerechtigheid doen ontspruiten, die naar recht en gerechtigheid in het land zal handelen. (NBG51)

Jer 33:17 Want zo zegt de HERE: Nimmer zal het David ontbreken aan een man, die op de troon van het huis Israels gezeten is; (NBG51)

Hnd 2:29 Mannen broeders, het is geoorloofd met vrijmoedigheid tot u te spreken over de aartsvader David, dat hij en gestorven en begraven is, en zijn graf is onder ons tot op deze dag. Hnd 2:30 Daar hij dan een profeet was en wist, dat God hem met een eed had gezworen een uit de vrucht van zijn lendenen op zijn troon te doen zitten, Hnd 2:31 heeft hij vooruitgezien en gesproken over de opstanding van de Christus, dat Hij niet aan de hades is overgelaten en zijn vlees geen ontbinding heeft gezien. Hnd 2:32 Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn. (TELOS)

Opb 3:7 En schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, die de sleutel van David heeft, die opent en niemand zal sluiten, en die sluit en niemand opent: (TELOS)

'Mijn knecht David'

De Heer Jezus wordt zelfs door God aangeduid als 'mijn knecht David'. David was een mens. De ware David is ook een mens. Hij zal eens Israëls vorst wezen.

Eze 34:23 Dan zal Ik een herder over hen aanstellen, die hen weiden zal: mijn knecht David. Die zal hen weiden, die zal hun herder zijn. (NBG51)

Eze 34:24 Ik, de HERE, zal hun tot een God zijn, en mijn knecht David zal vorst wezen in hun midden. Ik, de HERE, heb het gesproken.

Eze 37:24 En mijn knecht David zal koning over hen wezen; een herder zal er voor hen allen zijn. Zij zullen naar mijn verordeningen wandelen en naarstig mijn inzettingen onderhouden. (NBG51)

Eze 37:25 Zij zullen wonen in het land dat Ik aan mijn knecht Jakob gegeven heb en waarin hun vaders gewoond hebben; ja, zij zullen daarin wonen, zij, hun kinderen en hun kindskinderen, tot in eeuwigheid, en mijn knecht David zal hun voor eeuwig tot vorst zijn. (NBG51)

De laatste Adam

De eerste mens was Adam. 'Adam' is de eigennaam van de eerste mens, maar ook een soortnaam, de naam van onze soort schepselen. De Heer Jezus is 'de laatste Adam' (1 Cor. 15;45). Deze uitdrukking wordt gebezigd voor zijn staat nadat Hij is opgestaan.

1Co 15:42 Zo is ook de opstanding van de doden. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, er wordt opgewekt in onvergankelijkheid;
1Co 15:43 er wordt gezaaid in oneer, er wordt opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid, er wordt opgewekt in kracht;
1Co 15:44 er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, er wordt een geestelijk lichaam opgewekt. Als er een natuurlijk lichaam is, dan is er ook een geestelijk lichaam.
1Co 15:45 Zo staat er ook geschreven: ‘De eerste mens, Adam, werd tot een levende ziel’; de laatste Adam tot een levendmakende geest.
1Co 15:46 Maar niet het geestelijke is eerst, maar het natuurlijke; daarna het geestelijke.
1Co 15:47 De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel.
1Co 15:48 Zoals de stoffelijke is, zo zijn ook de stoffelijken; en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelsen.
1Co 15:49 En zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen.

(TELOS)

Ofschoon de eerste mens een andere bestaanswijze heeft dan de laatste Adam, zijn beiden mensen. Zo ook wij: onze bestaanswijze na onze toekomstige verandering en/of opstanding is anders, maar we blijven mensen. We zijn nieuwe mensen geworden: onstoffelijk, onsterfelijk, onvergankelijk, vrij van ziekte en zonde, boven onze aardse beperkingen uitgestegen.