Narcissus

Uit Christipedia

Narcissus was een Romein, wiens huisgenoten door de apostel Paulus gegroet worden. Het is onbekend wie met dezen naam bedoeld wordt.

Naam. De Griekse naam is Νάρκισσος, Nárkissos, afgeleid van ναρκάω, narkáo = verlammen, verkrampen, samentrekken, verstarren; vandaar de naam van Narcis wegens de bedwelmende geur; vgl. Narcose (verdoving), narcotiseren (verdoven).[1][2] Het strongnummer is G3488. Onder slaven en vrijgelatenen kwam de naam niet zelden voor[1].

In de Nieuwe Testament vinden wij de naam alleen in:
Ro 16:11 Groet Herodion, mijn verwant. Groet hen die de huisgenoten van Narcissus in de Heer zijn. (Telos)
Zonder goede reden[3] denken veel uitleggers aan de befaamde gelijknamige vrijgelatene van keizer Claudius I, die leefde van 10 v.C. — 54 n.C.[4]

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Narcissus' is onder wijziging verwerkt op 28 mei 2022.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 Griechisch-Deutsch Strongs Lexikon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. https://de.wikipedia.org/wiki/Narzissen#Etymologie
  3. Is het oordeel van Thayer's Greek—English Lexicon of the New Testament.
  4. A.T. Robertson, Word Pictures in the New Testament. Onderdeel van de Online Bible van Importantia Publishing. A.T. Robertson denkt aan die vrijgelatene. Misschien, zegt hij, gaat het om huisgenoten van die Narcissus.