Reizen

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Reizen is zich naar een verwijderde plaats op weg begeven of bevinden. De Bijbel is het reisboek bij uitstek, heeft iemand eens gezegd[1].

God roept Abraham, de stamvader van de Israëlieten en de vader, in geestelijke zin, van de gelovigen in Christus Jezus, om op reis te gaan “naar het land dat Ik u wijzen zal”.

Ge 12:1  De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. (HSV)

Al reizend door het beloofde land gaat hij letterlijk en figuurlijk over bergen en door dalen en zo leert hij God kennen en vertrouwen.

Ge 20:1  En Abraham reisde van daar naar het land van het zuiden, en woonde tussen Kades en tussen Sur; en hij verkeerde als vreemdeling te Gerar. (SV)

Mozes en Gods volk worden uit Egypte geleid en God gaat met hen op reis door de woestijn, een tocht die 40 jaar zou duren, met als bestemming het land dat aan Abraham was beloofd.

Nu 10:33  Zo togen zij drie dagreizen van den berg des HEEREN; en de ark des verbonds des HEEREN reisde voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats uit te speuren. (SV)

In het beloofde land ondernemen de mannelijke Israëlieten jaarlijks drie pelgrimsreizen naar pelgrimsreis. Maria reisde van Galilea naar Juda en verbleef drie maanden bij Elizabeth, die al zes maanden zwanger was.

Lu 1:39  Maria nu stond in die dagen op en reisde met haast naar het gebergte, naar een stad van Judea; (Telos)

Jozef en Maria gaan op reis om zich te laten inschrijven in Bethlehem. Na de geboorte van Jezus trekken zij met hun zoontje naar Egypte, omdat Herodes het op hun kind heeft gemunt. En hoe gaat het in het Nieuwe Testament? Jezus, geroepen om uit te gaan, gaat niet in Jeruzalem werken, maar hij reist door het land en doet steden en dorpen aan. Onderweg worden zijn leerlingen opgeleid.

Lu 8:1  En het gebeurde daarna, dat Hij rondreisde door stad en dorp, terwijl Hij predikte en het evangelie van het koninkrijk van God verkondigde, en de twaalf waren bij Hem, (Telos)

Wanneer Hij zijn bediening op aarde heeft volbracht, zendt hij zijn leerlingen op reis. De Heer vergelijkt zijn hemelvaart met een reis naar een ver land

Lu 19:12  Hij zei dan: Een man van hoge geboorte reisde naar een ver land om voor zich een koninkrijk te ontvangen en terug te keren. (Telos)

Saulus werd op zijn reis ten kwade, van Jeruzalem naar Damascus bezocht door de Heer

Hnd 9:3  Terwijl hij echter reisde, gebeurde het dat hij Damaskus naderde; en plotseling omstraalde hem een licht uit de hemel;

Deze Saulus onderneemt als ‘Paulus’ drie zendingsreizen ten goede.

De kamerling uit Ethiopië leert, vertrokken van Jeruzalem, op zijn thuisreis door de dienst van Filippus de Heiland der wereld kennen.

Ons leven als leerlingen van Jezus kan men als een reis beschouwen. Met de Heer zijn wij op weg naar het Beloofde Land, het hemelse Vaderland. Onderweg worden wij door de Meester gevormd. Daarbij gaat het niet zozeer om “van A naar B” te gaan, maar “van A naar Beter”: meer gaan lijken op de Heer Jezus,  toenemen in liefde tot God en mensen, Hem en hen beter leren dienen.

Bron

Bijbelstudiemidweek met Piet Passchier, Zelhem.Betteld.nl (2020).

Voetnoot

  1. Piet Passchier, Op reis met Bijbelse personen. Voordracht tijdens een Bijbelstudiemidweek op De Betteld, Zelhem (29 juni - 3 juli 2020).