Smeer

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Smeer is een vettige substantie. In de Statenvertaling (SV) komt het woord 9 keer voor, bijvoorbeeld in:

Le 1:8 Ook zullen de zonen van Aaron, de priesters, de stukken, het hoofd en het smeer, schikken op het hout, dat op het vuur is, hetwelk op het altaar is. (SV)

De Herziene Statenvertaling (HSV) en andere vertalingen hebben 'vet'.

Le 1:8 en [dan] moeten de zonen van Aäron, de priesters, de stukken, de kop en het vet schikken op het hout dat op het vuur van het altaar ligt. (HSV)

Ander voorbeeld:

Jes 1:11 Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? zegt de HEERE; Ik ben zat van de brandoffers der rammen, en het smeer der vette [beesten], en heb geen lust aan het bloed der varren, noch der lammeren, noch der bokken. (SV)

Jes 1:11 Waartoe dienen voor Mij uw vele offers? zegt de HEERE. Ik heb genoeg van de brandoffers van rammen en het vet van gemest [vee]; en in het bloed van jonge stieren, lammeren of bokken vind Ik geen vreugde. (HSV)

In drie verzen in de Bijbel (Lev. 1:8, 12; 8:20) is 'smeer' in de Statenvertaling een vertaling van het Hebreeuwse woord peder, dat afgeleid is van een niet-voorkomende stam, in de betekenis van 'vet zijn'.