Tijd onderkennen

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het onderkennen van de tijd is (1) het onderkennen van omstandigheden en gebeurtenissen die voorboden zijn van een verwachte of voorzegde toestand, of (2) het onderkennen van de tijd waarin de verwachte of voorzegde toestand is gekomen.

De Heer Jezus verweet zijn tijdgenoten dat zij bepaalde ontwikkelingen niet door hadden en andere dingen gewoon wel zagen.

Lu 12:54  Hij nu zei ook tot de menigten: Wanneer u de wolk ziet opkomen in het westen, zegt u terstond: Er komt regen; en zo gebeurt het.  Lu 12:55  En wanneer u een zuidenwind ziet waaien, zegt u: Er zal hitte zijn; en het gebeurt.  Lu 12:56  Huichelaars, het aanzien van de aarde en de hemel weet u te onderkennen, maar waarom weet u deze tijd niet te onderkennen? (Telos)

"Deze tijd" is de tijd waarin God naar hen omzag in Zijn Zoon, die rondging en tal van wonderen verrichtte en een boodschap van het komende koninkrijk van God verkondigde. Johannes de Doper, die het koninkrijk van God aankondigde, maakte deel uit van die ontwikkeling.

Afwijkingen

In verband met het onderkennen van de tijd zijn er twee afwijkingen, die we hebben te vermijden:

  1. onopmerkzaamheid: voorboden of kentenen van de voorzegde tijd niet opmerken. Te weinig of niets zien; blind zijn voor de betekenis van gebeurtenissen met het oog op de voorzegde tijd.
  2. projectie: toedichten van kenmerken van de voorzegde tijd aan tegenwoordige zaken en personen. Te veel zien, overijlde gevolgtrekkingen maken.

Van de afwijking van opopmerkzaamheid geeft de Bijbel een geval weer. De Heer Jezus zei wenend over de stad Jeruzalem:

Lu 19:42  en zei: Och, mocht op deze uw dag ook u erkennen wat tot uw vrede dient. Nu is het echter verborgen voor uw ogen. Lu 19:43  Want er zullen dagen over u komen dat uw vijanden een wal rondom u zullen opwerpen,  Lu 19:44  en u zullen omsingelen en u van alle zijden benauwen; en zij zullen u met de grond gelijkmaken met uw kinderen in u; en zij zullen in u geen steen op de andere steen laten, aangezien u de tijd waarin naar u werd omgezien, niet hebt erkend. (Telos)

Het voorzegde onheil heeft ongeveer 40 jaar later plaatsgegrepen, toen de stad Jeruzalem werd omsingeld, ingenomen en verwoest door de Romeinen. Van de afwijking van projectie geeft de Bijbel ook een geval weer. Het betreft de verwachting omtrent de dag van Jahweh, een dag van toorn. De gelovigen in de Griekse stad Thessalonika vreesden, door een brief of een andere uiting die tot hen gekomen was, dat de dag van Jahweh al was aangebroken. Paulus schrijft hen een brief om hun vrees en en misvatting weg te nemen.

2Th 2:1  Wij vragen u echter, broeders, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze bijeenvergadering tot Hem, 2Th 2:2  dat u niet zo snel in uw denken geschokt of verschrikt wordt, noch door geest, noch door woord, noch door brief als van ons, alsof de dag van de Heer al aangebroken zou zijn.  2Th 2:3 Laat niemand u op enigerlei wijze bedriegen, want die komt niet als niet eerst de afval gekomen is en de mens van de zonde geopenbaard is,  2Th 2:4  die zich verzet en zich verheft tegen al wat God heet of een voorwerp van verering is, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is. (Telos)