Vaccin

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een vaccin is een (medisch) preparaat waarmee tegen een ziekte wordt ingeënt[1].

"Bescherm uw kinderen tegen tuberculose met het vaccin B.C.G." (jaar 1917)

Doel. Een vaccin wordt gemaakt om een natuurlijke afweerreactie uit te lokken, zonder dat de gevaccineerde aan de echte ziektekiem wordt blootgesteld. Het vaccin 'traint' het immuunsysteem door het te laten kennismaken met een stukje van de ziekteverwekker, waartegen het dan gaat optreden en zodoende hiertegen afweer (immuniteit) opbouwt. Dankzij de verbeterde en geoefende afweer zullen minder mensen ziek worden, of minder ernstig ziek worden, en minder mensen zullen overlijden.

Onderscheid met medicijn. Een medicijn is voor zieken. Een vaccin is voor gezonde mensen ter voorkoming van een bepaalde ziekte.

Vereisten. Een vaccin moet werkzaam en veilig zijn. Werkzaam: voorkomen dat iemand de ziekte krijgt waartegen het vaccin dient. Veilig: het vaccin mag iemand niet ziek maken.

Effectiviteit. Geen enkel vaccin beschermt 100%. Zo heeft het Pfizer-vaccin tegen SARS-Cov-2 een effectiviteit van 95%. Anders gezegd: een besmet persoon heeft 95% minder kans op Covid-19, de ziekte veroorzaakt door SARS-Cov-2, te krijgen. Er bestaat dus nog een kans dat iemand na de vaccinatie Covid-19 krijgt.[2] Het effectiviteitspercentage wordt berekend door uit een bepaalde ongevaccineerde groep mensen, die een placebo-vaccin kregen toegediend, het aantal zieken te nemen en dit te verminderen met het aantal zieken uit de gevaccineerde groep en de uitkomst te delen door het aantal zieken uit de eerste groep. Voorbeeld (162 - 8)/162 = 0,95 = 95%.[3]

Antigen. Een vaccin bevat een lichaamsvreemd antigen of een recept voor het maken van een lichaamsvreemd antigen. Een lichaamsvreemd antigen[4] is elk van de stoffen die in het bloed of weefsel van mensen en dieren een immunologische reactie veroorzaken, er worden dan antilichamen of T-lymfocyten gevormd[1]. De kenmerkende uitsteeksels van een virus zijn lichaamsvreemde antigenen.

Adjuvanten. Een vaccin bevat vaak adjuvanten[5], dat zijn hulpstoffen die de antigenen versterken in hun signalering van het afweersysteem. Ze worden al meer dan 70 jaar (gerekend vanaf 2021) in bijna alle vaccins gebruikt[3]. Veeltoegevoegde hulpstoffen zijn (anno 2021) aluminiumzouten en squaleen, dat uit de lever van bepaalde haaien wordt verkregen.

Bijwerking. Een vaccin kan, net als een medicijn, een of meer bijwerkingen hebben. Daarom eisen verschillende controlerende instanties (bijvoorbeeld de Wereldgezondheidsorganisatie en het Europees Geneesmiddelen Agentschap) uitgebreide rapportage na elke testfase in de ontwikkeling van een vaccin. Sommige 'bijwerkingen', zoals koorts, zwelling op de injectieplaats of vermoeidheid, zijn een teken dat het immuunsysteem aan het werk is.

Desondanks ziek. Iemand na vaccinatie ziek desondanks ziek worden doordat hij al geïnfecteerd was of kort daarna geïnfecteerd is zonder dat het afweersysteem de tijd heeft gekregen om door het vaccin op afweer op te bouwen. Iemand kan zich ook ziek voelen door de bijwerkingen van een vaccin.

Ontwikkeling

Men zoekt een antigen dat een immuunreactie geeft zonder dat iemand daar ziek van wordt. Na het vinden van een geschikt antigen wordt uitgezocht hoe je dat antigen op de beste manier kunt toedienen. Het bepalen van de juiste wijze van toediening is vele malen moeilijker dan bij een gewoon medicijn.

De ontwikkeling van een vaccin is een lang en moeizaam proces. Zij duurt doorgaans 5 tot 10 jaar. Soms duurt het decennia voordat een goed vaccin wordt gevonden.

Als er een vaccin is gemaakt, moet het worden beproefd. In de testfase vallen de meeste van de vaak tientallen 'kandidaatvaccins', die kleine verschillen vertonen, af.[6] Als een vaccin goed blijkt te werken, wordt het in productie genomen. Men onderscheidt deze fasen[7]:

  1. Experimentele fase: experiment 1 🡺 beoordeling 🡺 experiment 2 🡺 beoordeling;
  2. Klinische fase: subfase 1 (menselijke-farmacologische studies) 🡺 bureaucratisch werk 🡺 beoordeling 🡺 subfase 2 (verkennende therapeutische studies) 🡺 bureaucratisch werk 🡺 beoordeling 🡺 subfase 3 (klinische effectiviteit- en veiligheidsstudies) 🡺 bureaucratisch werk 🡺 beoordeling
  3. Definitieve goedkeuring
  4. Productie van het vaccin voor de markt

De zoektocht naar een vaccin tegen aids duurt inmiddels al ruim dertig jaar (anno 2020). De ontwikkeling van het Ebola-vaccin brak indertijd een record doordat het na vijf jaren van ontwikkeling klaar was. Vaccins tegen SARS-Cov-2 zijn binnen één jaar (2020) ontwikkeld. In de ontwikkeling van déze vaccins zijn fasen deels gelijktijdig verlopen, waardoor aanzienlijk tijdwinst kon worden behaald. Dit was mogelijk omdat er grote noodzaak was, waarom veel geld en tijd beschikbaar kwam.[7]

Opbouw en duur van afweer

Koorts. Na toediening van een vaccin kan de gevaccineerde koorts krijgen. Koorts is echter een natuurlijke reactie, een bewijs dat de afweer in werking is getreden. De aanval op de indringer leidt tot opbouw van immuniteit ten opzichte van deze indringer.

Opbouwtijd. Na een vaccinatie duurt het meestal enkele weken voordat het lichaam bescherming heeft opgebouwd tegen de ziekteverwerker. Dat betekent dat de gevaccineerde in deze opbouwtijd de ziekte kan krijgen, doordat hij of zij nog onvoldoende afweer heeft.

Duur van afweer. Soms houdt de natuurlijke afweer na een infectie, bijvoorbeeld met het griepvirus, langer aan dan de afweer opgebouwd na een vaccin; en soms is het andersom, zoals bij het vaccin tegen het papillomavirus, dat een betere afweer oplevert dan de natuurlijke afweer tegen een infectie met dat virus[8].

Soorten vaccins

In de loop van de tijd zijn er verschillende soorten vaccin ontwikkeld. Ze kunnen in zeven soorten worden verdeeld[6]:

  1. verzwakte vaccins
  2. geïnactiveerde vaccins
  3. toxoïdvaccins
  4. subeenheidvaccins
  5. conjugaatvaccins
  6. recombinant vectorvaccin
  7. zichzelf versterkende mRNA-vaccins

Verzwakte vaccins

Deze vaccins bevatten een verzwakte versie van een virus of bacterie, zodat die geen ernstige ziekte veroorzaakt bij mensen met een gezonde afweer. Ze komen het dichtst in de buurt komen van een natuurlijke infectie. Ze kunnen milde symptomen veroorzaken. Tot dit soort vaccin behoren het bof-, mazelen- en rubellavaccin (BMR) en het waterpokkenvaccin. Mensen met een verzwakt immuunsysteem, zoals kankerpatiënten die een chemotherapie ondergaan, mogen deze vaccins niet krijgen, omdat dat gevaarlijk is.[6]

Geïnactiveerde vaccins

Deze vaccins zijn gemaakt door het erfelijk materiaal van de bacterie of het virus te inactiveren. Het poliovaccin is hiervan een voorbeeld. Vaak zijn er meerdere doses nodig om immuniteit te verkrijgen.[6]

Toxoïdvaccins

Deze vaccins voorkomen ziektes veroorzaakt door bacteriën die gifstoffen in het lichaam afgeven. Het vaccin bevat toxoïd, dat is onschadelijk gemaakt gif van de ziekmakende bacterie en die stof verwekt een goede afweerreactie. Een voorbeeld is het DTP-vaccin, dat difterie- en tetanustoxoïden bevat.[6]

Subeenheidvaccins

Deze vaccins bevatten alleen belangrijke delen ('subeenheden') en wel belangrijke antigenen van het virus of de bacterie. Vaak betreft het alleen eiwitten van het oppervlak van de ziektekiem, niet het erfelijk materiaal. Dit type vaccin kent vaak minder bijwerkingen dan de andere typen. Mogelijk moeten chemische stoffen worden toegevoegd om een sterke afweerreactie teweeg te brengen. Het vaccin tegen Hepatitus-B, dat tegen HPV en het kinkhoestcomponent van het DKTP-vaccin zijn voorbeelden van dit type vaccins.[6][3]

Conjugaatvaccins

Deze vaccins zijn tegen schadelijke bacteriën met een buitenlaag van koolhydraten (polysachariden) die de antigenen verhullen, waardoor het voor het onontwikkelde afweer systeem van een jong kind moeilijk is om de bacterie te herkennen en ertegen te reageren. Conjugaatvaccins verbinden de polysachariden met antigenen waar het afweer goed op reageert. Het leert zo op de buitenlaag van de bacterie te reageren. Een voorbeeld hiervan is het Hib-vaccin, dat bloedvergiftiging of hersenvliesontsteking kan voorkomen.[6]

Recombinant vectorvaccins

Deze vaccins bevatten een onschadelijk gemaakt virus, vaak een verkoudheidsvirus. Het is genetisch zo aangepast, dat het zich niet meer kan vermenigvuldigen. Het virus draagt viraal DNA van het te bestrijden virus, de code voor een eiwit van dat andere virus. Zodra dit dragervirus een cel binnendringt, wordt het recept voor het eiwit afgelezen en worden de eiwitten gemaakt. De eiwitten verwekken een immuunreactie.[6] Levende virussen wekken een grote immuunrespons op dan dode virussen of subeenheden van het virus[3]. Een voorbeeld is het vaccin tegen Ebola.

mRNA-vaccin

Een mRNA-vaccin bevat synthetisch (= kunstmatig gemaakt) mRNA, d.i. is een recept voor de aanmaak van lichaamsvreemd eiwit dat ook door een bepaald soort virus wordt gedragen. Aan de hand van het ontvangen mRNa maken de eiwitfabriekjes (ribosomen) in onze cellen het eiwit waarvoor het mRNA codeert. Dit aangemaakte eiwit lokt een reactie van het afweersysteem uit, waardoor dit zich toerust tot de bestrijding van het echte virus.

Vetbolletje. Het mRNA wordt verpakt in een vetbolletje. Dit beschermt het tegen de afweer van het lichaam en maakt ook toegang tot de cel mogelijk.

In cytoplasma. Het toegediende mRNA komt in de cel terecht en wel in het cytoplasma van de cel. Het mRNA kan vanuit het cytoplasma niet in de celkern komen, waarin het DNA wordt bewaard. De celkern maakt op grond van het DNA in de cel eigen mRNA aan, dat uit de celkern in het cytoplasma komt. Het mRNA uit het vaccin kan ons DNA niet aantasten. Ze komen niet met elkaar in contact[9]. Zelfs als het mRNA erin zou slagen in de celkern te komen, dan kan het niets uithalen. In de celkern wordt uit DNA mRNA gemaakt, maar nooit omgekeerd. Via reverse transcriptase kan mRNA worden overgeschreven in DNA, maar mRNA-vaccins bevatten geen reverse transcriptase.[10]

Productie van het eiwit. De ribosomen maken het lichaamsvreemde eiwit aan de hand van het aangeboden recept. Het gevormde eiwit wordt daarna aan de buitenkant van de cel geplaatst. Daar wordt het ontdekt door het afweersysteem, waaraan het eiwit om zijn vreemdheid een afweerreactie ontlokt. De afweersysteem bewaart daarna een herinnering aan het eiwit in de vorm van geheugencellen. Zo wapent het afweersysteem zich tot de bestrijding van het echte virus.[11] Komt het later weer het eiwit, door het virus meegebracht, tegen, dan kan het sneller ingrijpen en ziekte voorkomen dan wel ziekteverschijnselen beperken.

mRNA-vaccins zijn toegediend ter bestrijding van het virus SARS-CoV-2 en daarmee ter voorkoming van de bijbehorende ziekte Covid-19. De techniek toegepast in de ontwikkeling van dergelijke vaccins bestond al vóór de Covid-10-pandemie die in 2020 begon[7].

Mogelijke gevaar

Er schuilt wel een mogelijk gevaar in dit vaccintype in verband met het toegediende RNA. Dankzij een replicasegen in het vaccin wordt er in de cellen heel veel RNA voor het virale eiwit aangemaakt, zodat er veel virale eiwitten worden geformeerd om een goede afweerreactie teweeg te brengen. RNA kan in DNA worden omgezet door het enzym reverse-transcriptase (RT). Daarna kan dit stukje DNA door het integrase-enzym (INT) worden geïntegreerd in het DNA. Het virale eiwit-RNA kan langs die weg in iemands genoom terechtkomen. In het menselijk genoom komen tienduizenden genen voor die de code voor het RT- en INT-enzym bevatten. "Dat betekent dat er een reële kans bestaat dat veel RNA gaat integreren in bijvoorbeeld celcyclusgenen of in genen die de stofwisseling aansturen. Het resultaat? Een verhoogde kans op kanker en stofwisselingsafwijkingen. Daar is nog niet op getest", aldus een moleculair bioloog in februari 2021[12].

Kritiek. Sommige critici van het mRNA-vaccin stellen dat het eigenlijk geen vaccin is, omdat RNA geen immuunreactie uitlokt. Dat doet het eiwit, maar dit zit niet in het vaccin.

Meer informatie

Viral vector, op en.wikipedia.org.

Bronnen

Coronavaccin als surpriseact in verkiezingsstrijd: 'Trump ligt op ramkoers', Nu.nl, nieuwsbericht van 16 sept. 2020.

Wim de Jongste, Peter Borger, 'Hoe werkt een vaccin? Een beschrijving van 7 verschillende soorten', in: Weet Magazin, feb. 2021.

Zie ook

Cel | Vaccinatie | Griep | Vaccin tegen SARS-CoV-2

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 VanDale.nl. Geraadpleegd op 17 sept. 2020.
  2. mRNA Vaccinatie - COVID na vaccinatie? Youtube.com: JufDanielle, 9 jan. 2021. Duur: 3 min 7 sec. De auteur is geneeskundige.
  3. 3,0 3,1 3,2 3,3 mRNA Vaccines: Questions & Misconceptions. Youtube.com: Simply Explained, 27 jan. 2021. Duur: 7 min. 45 sec.
  4. Er zijn ook lichaamseigen antigenen, die door het immuunsysteem (gewoonlijk) met rust worden gelaten. Zie Afweer.
  5. Zie Immunologisch_adjuvant, op nl.wikipedia.org.
  6. 6,0 6,1 6,2 6,3 6,4 6,5 6,6 6,7 Wim de Jongste, Peter Borger, 'Hoe werkt een vaccin? Een beschrijving van 7 verschillende soorten', in: Weet Magazin, feb. 2021.
  7. 7,0 7,1 7,2 mRNA Vaccinatie - Te snel? (Evidence based). Youtube.com: JufDanielle, 6 jan. 2021. Duur: 3 min. 29 sec. De auteur is geneeskundige.
  8. COVID 19 Vaccine Deep Dive: Safety, Immunity, RNA Production, w Shane Crotty, PhD (Pfizer / Moderna). Youtube.com: MedCram - Medical Lectures Explained CLEARLY, 17 dec. 2020. Vanaf 25 min. 50 sec.
  9. Het lukt sommige virussen wel om in de celkern te komen, zoals de retrovirussen met HIV als bekendste vertegenwoordiger en de hepadnavirussen met het hepatitus B-virus als bekendste vertegenwoordiger.
  10. mRNA Vaccinaties - Kan het jouw DNA veranderen? (Evidence based). Youtube.com: JufDanielle, 7 jan. 2021. De auteur is geneeskundige.
  11. mRNA Vaccinatie - De Basis. Youtube.com: JufDanielle, 4 jan. 2021. Duur: 4min. 51 sec.
  12. Peter Borger, 'Zichzelf versterkende mRNA-vaccins. Wat zijn het en wat doen ze?', in: Weet Magazin, feb. 2021. De auteur is moleculair bioloog. Hij deed 25 jaar onderzoek naar de genetische aspecten van wat virussen met lichaamscellen doen.