Versnijdenis

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Versnijdenis is in de brief van Paulus aan de Filippenzen een woordspeling van 'besnijdenis' en een benaming van Joden die de gelovige heidenen besneden willen hebben.

Het Griekse naamwoord is κατατομη, katatome. Het Strong nummer is 2699. Het woord is een samenstelling van κατα, kata en τέμνω, temno (= snijden). De betekenis is: stuksnijden, versnijden, wegsnijden, verminken[1]. Het woord komt alleen voor in Filip. 3:2.

Flp 3:2 Kijkt uit voor de honden, kijkt uit voor de boze arbeiders, kijkt uit voor de versnijdenis. Flp 3:3 Want wij zijn de besnijdenis, wij die God dienen door de Geest van God, en in Christus Jezus roemen en niet op vlees vertrouwen; (TELOS)

In dit vers stelt Paulus dit woord 'versnijdenis' (katatome) verachtelijk voor 'besnijdenis' (peritome, vers 3) in de plaats.

Vertalingen. De Herziene Statenvertaling, De Synodale vertaling 1866, de vertaling van Vissering, de NBG51-vertaling, de TELOS-vertaling, de Naardense vertaling en de Nieuwe Bijbelvertaling 2004 hebben hier 'versnijdenis'. De Statenvertaling, de Palmvertaling, de Voorhoeve-vertaling 1877 en de Canisiusvertaling hebben 'versnijding'. De Leidse vertaling heeft 'wegsnijdenis', een latere herziening heeft 'verminking'. De Willibrordvertalingen van 1878 en 1995 hebben 'versnedenen'.

De oude Latijnse Vulgaatvertaling heeft 'concisionem' tegenover circumcisio (besnijdenis) in vers 3. Luther vertaalde door 'Zurschneitung'. De Engelse King James-vertaling heeft 'concision' tegenover 'circumcision' in vers 3.

De apostel doelt met 'versnijdenis' op Joden die de gelovigen uit de heidenen besneden wilden hebben. Hij zinspeelt op de verminking van het mannelijke geslachtsorgaan. Hij maakt een cynische woordspeling op het gebruikelijke woord voor besnijdenis, περιτομή, peritome. De besnijdenis van de mannelijke Israëlieten was door God geboden, maar het snijden in je eigen lichaam was verboden.

Le 21:5 Zij zullen op hun hoofd geen kaalheid maken, en zullen den hoek van hun baard niet afscheren, en in hun vlees zullen zij geen sneden snijden. (SV)

De versnijdenis zijn zij die gelovige heidenen willen besnijden. Deze besnijdenis is echter onnodig en misleidend. De ware besnijdenis is die van het hart en de ware gerechtigheid is uit het geloof in de Heiland Jezus Christus. De lichamelijke besnijdenis heeft nu geen nut meer. Wie toch willen besnijden, besnijden niet zoals God het wil, ze versnijden, ze verminken.

Een soortgelijke, maar nog scherpere opmerking maakt Paulus in Gal 5:12

Ga 5:12 Lieten zij die u opruien, zich maar afsnijden! (HSV)

De voorstanders van de besnijdenis der gelovige heidenen moesten zichzelf maar ontmannen (castreren), dus nog verder gaan dan de besnijdenis, om des te groter gerechtigheid te verkrijgen, als de gerechtigheid afhankelijk is van het besneden zijn.

Zie Besnijdenis voor een nadere behandeling van 'afsnijden' in Gal. 5:12

Voetnoot

  1. Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. D. Harting, Grieks-Nederlands handwoordenboek op het Nieuwe Testament, onderdeel van de Online Bible (Importantia).