Voedster

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Voedster met kind

Een voedster is een vrouw die het kind van een andere vrouw voedt, zoogt. De Hebreeuwse moeders zoogden zelf hun kinderen; waar echter een voedster nodig was, daar bleef zij haar leven lang in het huis en nam er een eervolle plaats in.

Synoniemen: zoogvrouw, zoogster, voedstermoeder, min.

Hebreeuws. Het Hebreeuws heeft twee verschillende woorden die in de Statenvertaling met “voedster” zijn vertaald.

1. ינק, yanaq, een werkwoord dat betekent 'zuigen, voeden, zogen'[1]. Het Strongnummer is H3243.

Toen Rebekka, een jonge vrouw nog, naar Kanaän vertrok, ging haar voedster mee.

Ge 24:59  Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster en de dienaar van Abraham en zijn mannen vertrekken. (HSV)

2. אמן, aman, een werkwoord dat betekent 'ondersteunen, bevestigen, trouw zijn'. Het Strongnummer is H539.

Ru 4:16  En Naomi nam dat kind, en zette het op haar schoot, en werd zijn voedster. (SV)

Obed in de armen van zijn verzorgster Naomi. Moeder Ruth kijkt toe. Schilderij van Thomas Matthews Rooke (1876)

Het voedster-zijn van Naomi houdt hier in dat zij het kind van Ruth en Boaz verzorgde, opvoedde, niet dat zij hem de borst gaf. Zij heeft een aandeel in de opvoeding gehad. Vandaar 'verzorgster' in de Herziene Statenvertaling:

Ru 4:16  En Naomi nam het kind en zette het op haar schoot. En zij werd zijn verzorgster. (HSV)

In Jes. 49:23 komen de Hebreeuwse woorden samen voor.

Jes 49:23  En koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen; zij zullen zich voor u buigen met het aangezicht ter aarde, en zij zullen het stof uwer voeten lekken; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, dat zij niet beschaamd zullen worden die Mij verwachten. (SV)

“Voedsterheren” zijn mannen die verzorgen, opvoeden; "zoogvrouwen" geven het kind de borst. In de Herziene Statenvertaling:

Jes 49:23  En koningen zullen uw verzorgers zijn en hun vorstinnen uw voedsters. Zij zullen zich voor u neerbuigen met het gezicht ter aarde en zij zullen het stof van uw voeten likken. U zult weten dat Ik de HEERE ben: zij zullen niet beschaamd worden die Mij verwachten. (HSV)

Hoewel de Hebreeuwse moeders meest zelf hun kinderen voedden (1 Sam. 1: 23. 1 Kon. 3 : 21. Ps. 22: 10, Hoogl. 8: 1, 2)[2], en wel tot in het derde jaar[3], werden ook reeds vroegtijdig voedsters gebruikt, bijvoorbeeld wanneer de moeder ziekelijk of gestorven was (Gen. 24: 59 ; 35 : 8), en later aan het hof (2 Sam. 4: 4. 2 Kon. 11 : 2). Ook kunnen de voedsters waarvan de Bijbel spreekt wel enkel 'verzorgsters' betekenen.

Zoals de liefdevolle zorg van de voedster, is ook die van de moeder (Jes. 49: 15)[4] spreekwoordelijk, evenzo de ontferming van de vader over de kinderen (Ps. 103: 13).

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Gen. 24:59. Tekst hiervan is verwerkt op 4 aug. 2020.

H. Zeller, Bijbelsch Woordenboek voor het Christelijke volk. Tweede deel K - Z. ('s Gravenhage: M.J. Visser, 1872) s.v. Kind. Enige tekst van dit lemma is op 4 aug. 2020 onder wijziging verwerkt.

A.D. Fokkema, Voedster in de Bijbel, Refoweb.nl, 24 april. 2018.

Meer informatie

Min (beroep), nl.wikipedia.org

Voetnoten

  1. Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce.
  2. Zie ook Makk. 7 : 28.
  3. Naar vroeger Perzisch gebruik (19e eeuw), de jongens twee jaar en twee maanden, de meisjes twee jaren lang.
  4. Zie ook Sirach 15: 2; 36: 23.