Wierook

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wierook (Grieks: libanos) is een harsachtige stof, een gomhars, die bij verbranding een aangename geur verspreidt. Wierook werd verbrand en zo als reukoffer gebracht aan God.

De wierookhars wordt afgetapt uit de wierookboom.

Wierook werd in de offerdienst van Israël gebruikt, bijv. bij een spijsoffer

Le 2:1 Als nu een ziel een offerande van spijsoffer den HEERE zal offeren, zijn offerande zal van meelbloem zijn; en hij zal olie daarop gieten, en wierook daarop leggen. (SV)

Er werden aparte reukoffers gebracht. In de tabernakel en in de tempel stond een reukofferaltaar.  

In het Nieuwe Testament komt het woord “wierook” (Gr. libanos) twee maal voor (Matth. 2:11, Opb. 3:18), het woord “wierookvat” (Gr. libanootos) ook twee maal (Opb. 8:3,5)

De wijzen uit het oosten openden hun schatten en boden de pas geboren Koning der Joden, onze Heer en Heiland Jezus Christus, aan: goud, wierook en mirre (Matth. 2:11)

De gebeden der heiligen worden zinnebeeldig voorgesteld door reukwerken. De vier levende wezens en de vierentwintig oudsten, die voor het Lam neervielen, “hadden elk een harp en gouden schalen vol reukwerken, welke zijn de gebeden van de heiligen.” (Opb. 5:8, TELOS)

Een engel kwam bij het altaar in de hemel staan “met een gouden wierookvat; en hem werden veel reukwerken gegeven, opdat hij kracht zou geven aan de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar dat voor de troon was. En de rook van de reukwerken steeg op met de gebeden van de heiligen uit de hand van de engel voor God. En de engel nam het wierookvat, en vulde dat met het vuur des altaars, en wierp het op de aarde; en er geschiedden stemmen, en donderslagen, en bliksemen, en aardbeving.” (Opb 8:3-5, TELOS).

Ook aan afgoden werd wierook als reukoffer verbrand.

Aan Babylon, de grote en sterke stad, werd onder meer wierook geleverd (Opb. 8:13).