Wolkkolom

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De wolkkolom is het middel waarmee en waarin God zijn volk overdag leidde op de weg in de woestijn. Het is een zinnebeeld van Gods tegenwoordigheid als Leidsman en Hoeder van zijn volk.

Ex 13:21 En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht. Ex 13:22  Hij nam de wolkkolom des daags, noch de vuurkolom des nachts niet weg van het aangezicht des volks.(SV)

Woord. De Hebreeuwse benaming voor de wolkkolom komt 12 maal voor in het Oude Testament.

God in de wolk tegenwoordig. De wolkkolom was een zinnebeeld van Gods tegenwoordigheid. Hij was in de wolk aanwezig bij Zijn volk. In de wolkkolom leidde hij hen (Ex. 13:21; Num 14:14).
Nu 14:14  En zij zullen zeggen tot de inwoners van dit land, [die] gehoord hebben, dat Gij, HEERE! in het midden van dit volk zijt; dat Gij, HEERE! oog aan oog gezien wordt, dat Uw wolk over hen staat, en Gij in een wolkkolom voor hun aangezicht gaat des daags, en in een vuurkolom des nachts. (SV)

In de wolk zag Hij neer op het leger van de Egyptenaren (Ex. 14:24). In de wolkkolom daalde Hij later neer tot bij de ingang van de tent der samenkomst (Ex. 33:9). Vanuit de wolkkolom riep Hij Aäron en Mirjam (Num. 12:5). Hij sprak tot de Israëlieten in een wolk (Ps. 99:7).

Ex 14:24 Maar het gebeurde bij het aanbreken van de dag, dat de HEERE in de vuur- en wolkkolom neerzag op het leger van de Egyptenaren, en Hij bracht het leger van de Egyptenaren in verwarring. (HSV)

De Engel Gods, de Engel van Jahweh, was er ook bij betrokken.

Ex 14:19  En de Engel Gods, Die voor het heir van Israël ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen. (SV)
Leidsmiddel. Met de wolkkolom leidde God Zijn volk overdag op de weg (Ex. 13:21; Ps. 78:14; Neh. 9:12, 19).
Ex 13:21 En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht. (SV)
Ne 9:12  En Gij hebt ze des daags geleid met een wolkkolom, en des nachts met een vuurkolom, om hen te lichten op den weg, waarin zij zouden wandelen. (...)  Ne 9:19  Hebt Gij hen nochtans door Uw grote barmhartigheid niet verlaten in de woestijn; de wolkkolom week niet van hen des daags, om hen op den weg te leiden, noch de vuurkolom des nachts, om hen te lichten, en dat, op den weg, waarin zij zouden wandelen. (SV)
Ps 78:14  En Hij leidde hen des daags met een wolk, en den gansen nacht met een licht des vuurs. (SV)
De wolkkolom ging het volk voor, Hij trok uit voor hun aangezicht (Ex. 13:21; Num 14:14). God was letterlijk de Voorganger, Hij ging voorop.
Nu 14:14 En zij zullen zeggen tot de inwoners van dit land, [die] gehoord hebben, dat Gij, HEERE! in het midden van dit volk zijt; dat Gij, HEERE! oog aan oog gezien wordt, dat Uw wolk over hen staat, en Gij in een wolkkolom voor hun aangezicht gaat des daags, en in een vuurkolom des nachts. (SV)
De 1:33  Die voor uw aangezicht op den weg wandelde, om u de plaats uit te zien, waar gij zoudt legeren; des nachts in het vuur, opdat Hij u den weg wees, waarin gij zoudt gaan, en des daags in de wolk. (SV)
Zonwering. De wolkkolom diende overdag tot een deksel tegen de hitte van de zon.
Ps 105:39  Hij breidde een wolk uit tot een deksel, en vuur om den nacht te verlichten. (SV)
1Co 10:1   Want ik wil niet, broeders, dat u onbekend is, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee zijn heengegaan, (Telos)

Beschermmiddel. De wolkkolom diende eenmaal ook ter bescherming tegen het Egyptische leger.

Ex 14:19 En de Engel Gods, Die voor het heir van Israël ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen. (SV)

Neerdaling. De wolkkolom daalde neer tot bij de ingang van de tent der samenkomst.

Ex 33:9 Zodra Mozes de tent binnenging, gebeurde het dat de wolkkolom neerdaalde en bij de ingang van de tent bleef staan en dat [de HEERE] met Mozes sprak. Ex 33:10 En zodra heel het volk de wolkkolom zag staan bij de ingang van de tent, stond heel het volk op en boog zich neer, ieder in de opening van zijn tent. (HSV)
Nu 12:5 Toen daalde de HEERE neer in de wolkkolom en ging bij de ingang van de tent staan. Hij riep Aäron en Mirjam, en zij kwamen beiden naar voren. (HSV)
Israëls offerranden aan God in de woestijn, door H. Melville. De wolkkolom boven het heiligdom.

Typische voorstelling. In de bedeling van de genade leidt God Zijn volk, de vergadering van Jezus Christus, door de Heilige Geest, die de Geest van Christus is. De Heer Jezus is met ons, alle dagen. Hij is "de overste leidsman van onze behoudenis" (Hebr. 2:10) en "de overste leidsman en Voleinder van het geloof (Hebr. 12:2).