Bruiloft

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een bruiloft is een trouwfeest. In Israël duurde dat zeven dagen. Eens zal de 'bruiloft van het Lam' plaatsvinden.

Betekenissen

Het woord "bruiloft" heeft twee betekenissen[1]

  1. trouwfeest (synoniem: huwelijksfeest)
  2. gedenkfeest van een huwelijk. In Nederland is een zilveren bruiloft het gedenkfeest van een 25-jarig huwelijk. Een gouden bruiloft is na 50 jaar huwelijk. 

Syrië (19e eeuw)

Over de huwelijksgebruiken in het oude Israël, zie Oud-Israëlitisch huwelijk.

Grote overeenkomst met deze huwelijksgebruiken hadden die in het Syrië van de 19e eeuw:

  1. Dat de bruid bij haar huwelijk inderdaad maagd was, werd daar nog altijd op dezelfde wijze geconstateerd;
  2. de bruiloft duurt er evenals bij de Hebreeërs zeven dagen;
  3. de lof van bruidegom en bruid worden verkondigd;
  4. de bruidegom is omringd door zijn vrienden en makkers, die nog dezelfde functies waarnemen.

Jezus als bruiloftsgast

In Joh. 2 vinden wij ook dat Jezus zelf op een bruiloft was genodigd.

Joh 2:1 En op de derde dag was er een bruiloft in Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was daar. Joh 2:2 Jezus nu was ook op de bruiloft genodigd, alsook zijn discipelen. (Telos)

Bij die gelegenheid vult hij de wijn, die op raakt, wonderdadig aan met wijn uit een watervat. In Luc. 12 vergelijkt de Heer zichzelf met iemand die terugkomt van een bruiloft, waarschijnlijk niet als bruidegom, maar als gast. Zijn discipelen moet klaar zijn om te ontvangen.

Lu 12:35 Laten uw lendenen omgord en uw lampen brandend zijn, Lu 12:36 en weest u gelijk aan mensen die op hun heer wachten, wanneer hij terugkomt van de bruiloft, om als hij komt en klopt, hem terstond open te doen. Lu 12:37 Gelukkig die slaven die de heer, als hij komt, wakend zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich zal omgorden, hen zal doen aanliggen en zal naderkomen om hen te dienen. Lu 12:38 En als hij in de tweede of als hij in de derde nachtwaak komt en hen zo vindt, gelukkig zijn die slaven. (Telos)

De heer is uitgenodigd tot een bruiloftsmaaltijd en zijn slaven moeten op zijn terugkomst wachten; zoals deze slaven zich in zo’n geval moeten gedragen, daaraan moeten de discipelen een voorbeeld nemen. De heer komt niet tot de bruiloft; er is bovendien niet van 'zijn bruiloft' sprake, maar van een uitnodiging, die ten gevolge van een bruiloftsfeest plaats vindt en waaraan de heer heeft voldaan; hij komt van de bruiloft, namelijk van die, waarvan de knechten op hem wachten. Het aangorden of opschorten van de lendenen is nodig, zodat degene die dient niet door het neerhangend lange opperkleed in zijn bewegingen wordt verhinderd. En brandend moeten de kaarsen zijn, zodat zij niet eerst zouden moeten worden aangestoken als de heer komt en aanklopt.[2]

Bruiloft van de Heer

De Heer Jezus verwees naar zichzelf als de Bruidegom en vergeleek zijn leerlingen met de bruiloftsgasten (Marc. 2:19-20; Luc. 5:34-35).

Mr 2:19 En Jezus zei tot hen: Kunnen de bruiloftsgasten soms vasten, terwijl de bruidegom bij hen is? Zolang zij de bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Mr 2:20 Maar er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen wordt weggenomen en dan zullen zij vasten, in die dag. (Telos)

Johannes de Doper duidde de Heer Jezus aan als de bruidegom, 'Hij die de bruid heeft' (Joh. 3:18), en zichzelf als 'de vriend van de bruidegom'.

Joh 3:28 Uzelf getuigt van mij, dat ik heb gezegd dat ik niet de Christus ben, maar dat ik voor Hem uit ben gezonden. Joh 3:29 Hij die de bruid heeft, is de bruidegom; maar de vriend van de bruidegom, die daarbij staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de bruidegom. Deze blijdschap van mij dan is vervuld geworden. (Telos)

In Matth. 22:2v. vertelt de Heer de gelijkenis van een koning (= God de Vader) die een bruiloft voor zijn zoon (= Jezus, de Zoon van God) aanrichtte. De genodigden zijn allen die door het evangelie geroepen worden. Opvallend is dat de koning opmerkt dat de bruiloft 'gereed' is (Matth. 22:8). De gasten zijn genodigden die gehoor hebben gegeven aan de uitnodiging. Sommige gasten echter hebben geen bruiloftskleed aan. Zij worden afgewezen (Matth. 22:13)

In Matth. 25:1v. is de Heer Jezus de bruidegom die verwacht wordt door tien bruidsmeisjes. Deze stellen zijn discipelen, belijders van Zijn naam voor.

Bruiloft van het Lam. De 'bruiloft van het Lam' (of 'bruiloft des Lams' in oudere Bijbelvertalingen) is het toekomstige trouw- of huwelijksfeest van het Lam (die stierf voor onze zonden) met Zijn vrouw, dat is Zijn gemeente (Opb. 19:7-9).

Opb 19:7 Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; Opb 19:8 en haar is gegeven bekleed te zijn met blinkend, rein, fijn linnen, want het fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen. Opb 19:9 En hij zei tot mij: Schrijf: gelukkig zij die geroepen zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam. En hij zei tot mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God. (Telos)

De bruid zijn de gelovigen.

2Co 11:2 Want ik ben naijverig over u met een naijver van God; want ik heb u aan een man verloofd om u als een reine maagd voor Christus te stellen. (Telos)

Wie de gasten (of de geroepenen in Opb. 19:9), de bruiloftsmeisjes of de vrienden van de bruidegom zijn, daarover is verschil van mening. Meningen zijn:

  1. de discipelen, inclusief schijngelovigen (zoals Judas), gezien als individuen. In Opb. 19:9 zijn de geroepenen ware gelovigen. De bruid zijn dan de ware gelovigen als collectief;
  2. de oudtestamentische gelovigen, die uit de dood zijn opgewekt. Hiertoe behoort Johannes de Doper, 'de vriend van de bruidegom' (Joh. 3:29).

Video's


Der Herr hebt das Beste bis zum Schluss auf :: Marcel & Anne. Duitstalige video geüpload op Youtube.com door gebruiker bibelstream :: Deutsch op 3 dec. 2016. Duur: 23 minuten.

Zie ook

Bruid, bruidegom | Oud-Israëlitisch huwelijk

Bron

Ed. Rhiem, C.H. van Rhijn (red.), Bijbelsch woordenboek voor ontwikkelde lezers der Heilige Schriften (Utrecht: Kemink & Zoon, z.j.) s.v. Huwelijk, blz. 866-867 Hieruit is op 26 juli 2013 tekst genomen en verwerkt.

Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Matt. 25:1v. Enige tekst hieruit is op 26 juli 2013 verwerkt. 

Voetnoten

  1. Van Dale, online woordenboek, s.v. Bruiloft, 2013.
  2. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901). Commentaar van Karl von Burger op Luc. 12:36 is onder wijziging verwerkt.