Dal Refaïm

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het dal Refaïm of Rafaïm, of de laagte van Refaïm (1 Kron. 14:9, Statenvertaling), is een vruchtbaar dal ten zuidwesten van Jeruzalem.

Naam. Het is genoemd naar het reuzengeslacht der Refaïeten of Refaïem, die daar (en vooral ook in het Oost-Jordaanland) hebben gewoond. In 't Grieks word het ook genoemd: het dal der Titanen, en in de Vulgata: het dal der Reuzen.

Ligging. Het dal loopt vanaf Jeruzalems zuidwestzijde af naar het zuiden. De berg aan de noordkant van het dal lag tegenover het dal van Hinnom.

Ligging van het dal Refaïm (Engels: Refaim valley).

De vallei wordt als grens tussen het gebied van Juda en dat van Benjamin genoemd (Joz 15:1, 8; 18:11, 16). Jozua stelt het dal van Refaïm als een grensscheiding van Juda's lot, Jozua 15: 8.

Joz 15:8 De grens loopt vervolgens omhoog door het Dal van de zoon van Hinnom, naar de zuidzijde van de bergrug van de Jebusiet (dat is Jeruzalem). Verder loopt de grens omhoog naar de top van de berg, westelijk tegenover het Dal van Hinnom, dat noordwaarts aan het uiteinde van het dal van de Refaïeten ligt. (HSV)

Onzeker is of het dal in 't lot van Juda lag, of van Benjamin. Eusebius de kerkhistoricus plaatst het in Benjamin. Beroemd was de korenrijkdom van het dal (Jes. 17:5).

Jes 17:4 Op die dag zal het gebeuren dat de luister van Jakob zal wegteren, en het vet van zijn vlees zal wegslinken. Jes 17:5 Het zal hem vergaan zoals wanneer een maaier het staande koren bij elkaar pakt, en met zijn arm de aren oogst. Ja, het zal hem vergaan zoals wanneer iemand aren verzamelt in het dal Refaïm. Jes 17:6 Maar een nalezing zal daarvan overblijven, ... (HSV).

De Filistijnen waren daar meer dan eens gelegerd.

2Sa 5:18 De Filistijnen kwamen en verspreidden zich in het dal Refaïm. (HSV)

2Sa 5:22 Daarna trokken de Filistijnen opnieuw op en verspreidden zich in het dal Refaïm. (HSV)

Toen David in de spelonk van Adullam was, waren Filistijnen gelegerd in het dal Refaïm.

2Sa 23:13 Drie van de dertig hoofdmannen gingen eens op weg en kwamen tijdens de oogst bij David, in de grot van Adullam; een groep Filistijnen had zijn kamp opgeslagen in het dal Refaïm. (HSV)

1Kr 11:15 Drie van de dertig hoofdmannen gingen eens op weg naar de rots, naar David, in de grot van Adullam; en het leger van de Filistijnen had zijn kamp opgeslagen in het dal Refaïm. (HSV)