Kritiek

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kritiek is een woord met vier betekenissen[1]:

  1. beoordeling, hetzij van de waarde, de goede en slechte hoedanigheden van voortbrengselen van wetenschap of kunst, ook van de daden, de handelingen, het gedrag van personen, hetzij van de juistheid van wat is overgeleverd, waargenomen enz. "Grondige kritiek", "wetenschappelijke kritiek", "opbouwende kritiek". Iets is "beneden alle kritiek" als het niet waard is om beoordeeld te worden, schandalig slechts is. "Deze film is beneden alle kritiek".
  2. in beperkende betekenis is "kritiek": het aanwijzen van gebreken in iets, uiting van afkeuring of ongenoegen. "Kritiek op iets uitoefenen". "Zij heeft veel kritiek hebben op zijn preek": veel af te keuren vinden in zijn preek. Iets is "boven alle kritiek verheven" als het buitengewoon goed is, zodat elke uiting van afkeuring belachelijk aandoet
  3. Het vak of de kunst van wetenschappelijke of artistieke arbeid te beoordelen. "Dit werk voldoet niet aan de eisen van de hedendaagse kritiek", "de historische kritiek", "de Nederlandse literaire kritiek".
  4. opstel, verhandeling, werk waarin een beoordeling gegeven wordt. Synoniem: recensie, bespreking. "Een kritiek in het Reformatorisch Dagblad."

Kritisch zijn in de betekenis van onderscheidend en beoordelend is een goede houding.

Kritiek en objectiviteit. Kritiek en objectiviteit kunnen samengaan als uit de juiste gezichtshoek wordt beoordeeld. We kunnen kritisch zijn en tegelijk toegewijd aan het kennen en eerbiedigen van de feiten.

Schriftuurlijke kritiek. De Bijbel leert ons ook de juiste kritiek, namelijk hoe God oordeelt. Zo kunnen wij kritisch in Schriftuurlijke zin zijn. De Heilige Schrift biedt ook de juiste gezichtshoek: leert ons de dingen nuchter en in hun ware gedaante en afmetingen te zien. Zo kunnen we objectief in Schriftuurlijke zin zijn.

Opbouwende kritiek

Opbouwende kritiek wijst op gebreken maar geeft daarbij middel aan om deze te verbeteren of in het vervolg te vermijden. De tegenstelling van opbouwende kritiek is afbrekende kritiek. Om opbouwende kritiek te geven op iemands woorden of gedrag moet je van hem geen karikatuur maken, niet suggestief verdacht maken, zijn (keuze)vrijheid respecteren en "zakelijk" op het gebrek of de dwaling ingaan.

Voetnoot

  1. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.