Loven

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Loven is met waardering de voortreffelijke handeling(en) of eigenschap(pen) van iemand, inzonderheid God, vermelden en hem daarmee in figuurlijke zin verheffen, verhogen, groter maken. 

Begripsbepaling

Loven, prijzen en roemen betekenen ongeveer hetzelfde: een voortreffelijkheid van iemand of iets verheffen; iemand verheerlijken. Prijzen is de algemene uitdrukking voor iemand verheffen door zijn waarde in enig opzicht te vermelden. Zie verder bij Prijzen.

Loven is edeler of verhevener dan prijzen en wordt inzonderheid ten opzichte van God gebezigd: "looft God in Zijn heiligdom!". Ook 'prijzen' wordt aldus gebruikt: "God prijzen en verheerlijken". God loven of prijzen is een en hetzelfde.

Romeinen 15:8 Want ik zeg, dat Christus een dienstknecht van de besnijdenis geworden is terwille van de waarheid van God, om de beloften van de vaderen te bevestigen, Romeinen 15:9 en opdat de volken God verheerlijken wegens de barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik U belijden onder de volken en uw naam lofzingen’. Romeinen 15:10 En verder zegt hij: ‘Weest vrolijk, volken, met zijn volk’. Romeinen 15:11 En verder: ‘Looft de Heer, alle volken, en laten alle naties Hem prijzen’. (TELOS)

Vergeleken met 'loven' komt 'prijzen' meer algemeen met betrekking tot geringere voortreffelijkheden voor: "elke koopman prijst zijn eigen waar". 

Woordelijk. Loven, prijzen en roemen doe je met woorden, loven is een verbale handeling. Kun je God in stilte loven, Hem loven zonder een woord over je lippen te brengen? Ja, met innerlijke woorden kun je Hem loven, die ook de stem van je hart hoort. En ook met geschreven woorden kun je God loven.

Lof is dat wat gezegd wordt ten gunste van iemand of iets. Het kan ook in het algemeen eer, roem betekenen. 

Romeinen 13:3 Want de overheidspersonen zijn niet voor het goede, maar voor het kwade werk te vrezen. Wilt u nu de overheid niet vrezen, doe het goede, en u zult lof van haar hebben, (TELOS)

Van een onbekende broeder schrijft Paulus:

2Co 8:18 En wij hebben ook de broeder met hem meegezonden, wiens lof in het evangelie in al de gemeenten verbreid is; (TELOS)

God loven

In de Bijbel vinden wij gevallen vermeld waarin mensen God loven. Koning Nebukadnezar, hersteld van zijn vernedering en verdwazing, loofde God:

De oude Simeon loofde God

Da 4:34  Na verloop van die dagen sloeg ík, Nebukadnezar, mijn ogen op naar de hemel, want mijn verstand kwam in mij terug, en ik loofde de Allerhoogste en prees en verheerlijkte [Hem] Die eeuwig leeft. Zijn heerschappij is immers een eeuwige heerschappij, en Zijn Koninkrijk is van generatie op generatie. Da 4:35 Al de bewoners van de aarde worden als niets geacht. Hij doet naar Zijn wil met de [legermacht] in de hemel en de bewoners van de aarde. Er is niemand die Zijn hand kan wegslaan of tegen Hem kan zeggen: Wat doet U? (...) Da 4:37 Ik, Nebukadnezar, prijs, roem en verheerlijk nu de Hemelkoning, omdat al Zijn daden waarheid zijn en Zijn paden gerechtigheid: Hij is in staat te vernederen wie in hoogmoed [hun weg] gaan. (HSV)

De oude Simeon, toen hij in het kind Jezus Gods beloofde heil had gezien, loofde God:

Lukas 2:25 En zie, er was een man in Jeruzalem wiens naam was Simeon, en deze man was rechtvaardig en godvrezend en verwachtte de vertroosting van Israel, en de Heilige Geest was op hem. Lukas 2:26 En hij had een Goddelijke aanwijzing ontvangen door de Heilige Geest, dat hij de dood niet zou zien voordat hij de Christus van de Heer had gezien. Lukas 2:27 En hij kwam door de Geest in de tempel. En toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om volgens de gewoonte van de wet met Hem te doen, Lukas 2:28 nam hij het in zijn armen en hij loofde God en zei: Lukas 2:29 Nu laat U, Heer, uw slaaf in vrede heengaan naar uw woord, Lukas 2:30 want mijn ogen hebben uw behoudenis gezien, Lukas 2:31 die U bereid hebt voor het aangezicht van alle volken: Lukas 2:32 een licht tot openbaring voor de naties en tot heerlijkheid voor uw volk Israel. (TELOS) 

Gods naam is verhoogd boven alle lof en prijs

Ne 9:5  En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den Naam Uwer heerlijkheid, die verhoogd is boven allen lof en prijs! (SV)

Psalm 103

1 Een psalm van David.
Loof de HEERE, mijn ziel,
en al wat in mij is, Zijn heilige Naam.
2 Loof de HEERE, mijn ziel,
en vergeet niet een van Zijn weldaden.
3 Die al uw ongerechtigheid vergeeft,
Die al uw ziekten geneest,
4 Die uw leven verlost van het verderf,
Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid,
5 Die uw mond verzadigt met het goede,
uw jeugd vernieuwt als die van een arend.
6 De HEERE doet rechtvaardige daden
en recht aan alle onderdrukten.
7 Hij heeft aan Mozes Zijn wegen bekendgemaakt,
aan de nakomelingen van Israël Zijn daden.
8 Barmhartig en genadig is de HEERE,
geduldig en rijk aan goedertierenheid.
9 Hij zal niet voor altijd ter verantwoording roepen,
niet voor eeuwig handhaaft Hij Zijn toorn.
10 Hij doet ons niet naar onze zonden
en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.
11 Want zo hoog de hemel is boven de aarde,
zo is Zijn goedertierenheid machtig over wie Hem vrezen.
12 Zo ver het oosten is van het westen,
zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons gedaan.
13 Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen,
zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen.
14 Want Híj weet wat voor maaksel wij zijn
en blijft bedenken dat wij stof zijn.
15 De sterveling-zijn dagen zijn als het gras,
als een bloem op het veld, zo bloeit hij.
16 Wanneer de wind erover is gegaan, is hij er niet meer
en zijn plaats kent hem niet meer.
17 Maar de goedertierenheid van de HEERE
is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over wie Hem vrezen.
Zijn gerechtigheid is voor de kinderen van hun kinderen,
18 voor wie Zijn verbond in acht nemen
en aan Zijn bevelen denken om ze te doen.
19 De HEERE heeft Zijn troon in de hemel gevestigd,
Zijn Koninkrijk heerst over alles.
20 Loof de HEERE, u, Zijn engelen,
sterke helden, die Zijn woord uitvoeren,
gehoorzaam aan het woord dat Hij spreekt. 
21 Loof de HEERE, al Zijn legermachten,
dienaren van Hem, die Zijn welbehagen doen.
22 Loof de HEERE, al Zijn werken,
op alle plaatsen van Zijn heerschappij.
Loof de HEERE, mijn ziel!

'Ik loof U', 'wij loven U'

God loven doe je niet, of althans niet voldoende, door enkel en alleen ‘ik loof U’ te zeggen. Loven zonder gedachte aan of vermelding van lovenswaardige dingen is half werk.

Omgekeerd kan wel: iemand loven zonder het woord 'loven' te gebruiken, te weten, door de lovenswaardige dingen te vermelden. De woorden 'ik loof U' zijn daarvoor niet nodig[1].

Lofwaardigheden bedenken

De apostel Paulus vermaant ons om lovenswaardige dingen te bedenken:

Filippenzen 4:8 Overigens, broeders, al wat waar, al wat eerzaam, al wat rechtvaardig, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, als er enige deugd en als er enige lof is, bedenkt dat. (TELOS)

Het bedenken van Gods lovenswaardige deugden en daden gaat makkelijk over tot lofzegging. Iemand als David vermeldde de lovenswaardige dingen van God. Psalm 103 (zie kader) is een loflied van hem op Gods genade en een opwekking om God te loven.

Lof van Godswege

Een mens kan lof van God ontvangen: 

Romeinen 2:29 maar hij is een Jood die het in het verborgen is, en dat is besnijdenis: die van het hart, naar de geest, niet naar de letter; zijn lof is niet van mensen, maar van God. (TELOS)

1 Corinthiërs 4:5 Oordeelt daarom niets voor de tijd, totdat de Heer komt, die ook wat in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen van de harten openbaar zal maken; en dan zal ieder zijn lof ontvangen van God. (TELOS)

Opwekking tot lof

Opwekken tot lof is iets anders dan loven. Wie opwekt tot lof geeft te kennen dat iets of iemand waard is lof te ontvangen.

De meest voorkomende opwekking tot lof is het woord "Hallelujah", dat "Looft Jah" betekent. "Jah" is de verkorte vorm van de Godsnaam Jahweh.

Een geweldige opwekking om God te loven is Psalm 148.

Ps 148:1 Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen! 
Ps 148:2 Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen!
Ps 148:3 Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!
Ps 148:4 Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt!
Ps 148:5 Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.
Ps 148:6 En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden.
Ps 148:7 Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden!
Ps 148:8 Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet!
Ps 148:9 Gij bergen en alle heuvelen; vruchtbomen en alle cederbomen!
Ps 148:10 Het wild gedierte en alle vee; kruipend gedierte en gevleugeld gevogelte!
Ps 148:11 Gij koningen der aarde, en alle volken, gij vorsten, en alle rechters der aarde! 
Ps 148:12 Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen!
Ps 148:13 Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.
Ps 148:14 En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israëls, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah! 
(SV)

Ook de schepselen die geen mens of engel zijn kunnen ook opwekken tot lof van God:

Opb 5:13 En elk schepsel dat in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem die op de troon zit, en het Lam, zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Bronnen

In dit artikel is in januari 2012 gebruik gemaakt van tekst uit: Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908).

Op 13 april 2013 is tekst verwerkt uit: Petrus Weiland, Kunstwoordenboek, of: Verklaring van allerhande vreemde woorden, benamingen, gezegden en spreekwijzen, etc (1821), blz. 378

Voetnoot

Labels: (Bewerk labels)

  • Geen labels
  1. Iets vergelijkbaars is het geval met beloven. Je belooft niet als je alleen zegt ‘ik beloof’ zonder duidelijk te hebben gemaakt of duidelijk te maken wat je belooft. Wie alleen zegt ‘ik beloof’ zonder te zeggen wat hij belooft, belooft niets en belooft dus niet. 'Ik beloof' is niet nodig om een belofte te doen, maar dient ter verzekering of bevestiging of verduidelijking.