Roken (offeren)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Roken in de offerdienst is het brengen van een vuur,- brand- of reukoffer. Door de verbranding geeft het offer rook van zich en gaat het in rook op.

1Kr 6:49 Aäron nu en zijn zonen rookten op het altaar des brandoffers, en op het reukaltaar, zijnde [besteld] tot al het werk van het heilige der heiligen, en om over Israël verzoening te doen, naar alles wat Mozes, de knecht Gods, geboden had. (SV)

De hogepriester van Israël bezig bij het rookaltaar (reukofferaltaar) in het Heilige. © Copyright V. Gilbert & Arlisle F. Beers, bron: www.VisualBibleAlive.com

In de Herziene Statenvertaling:

1Kr 6:49 Aäron en zijn zonen lieten offers in rook opgaan op het brandofferaltaar en op het reukaltaar. Zij waren aangesteld voor al het werk in het heilige der heiligen, en om over Israël verzoening te doen, overeenkomstig alles wat Mozes, de knecht van God, geboden had. (HSV)

Van koning Achaz van Juda wordt gezegd:

2Kr 28:2 Maar hij wandelde in de wegen der koningen van Israël; daartoe maakte hij ook gegotene beelden voor de Baäls. 2Kr 28:3 Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israëls uit de bezitting verdreven had. 2Kr 28:4 Ook offerde hij en rookte op de hoogten en op de heuvelen, mitsgaders onder alle groen geboomte. (SV)

2Kr 28:25 Ook maakte hij in elke stad van Juda hoogten, om anderen goden te roken; alzo verwekte hij den HEERE, zijner vaderen God, tot toorn. (SV)

Synoniem: rookofferen.

Een rookplaats is een plaats waar gerookt d. i. een vuur-, brand- of reukoffer geofferd wordt. Een rookaltaar is een altaar waarop gerookt d.i. een brand,- vuur of reukoffer wordt gebracht; in het laatste geval hetzelfde als reukaltaar. Een rookoffer is een reukoffer, gebracht op het reukaltaar. Een Rookschaal is een reukschaal, d.i. schaal met reukwerk. Rooktuig of rookgerei is al hetgeen dienst doet bij het rookofferen, of alle gerei waarmede men rook (van reukwerk) verwekt, iets of iemand berookt bij godsdienstige handelingen.

Bron

Rooken (1), Woordenboek der Nederlandsche Taal