Tarwe

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tarwe (Eng. wheat, Du. Weizen) is voor de mens een van de belangrijkste soorten graan. De meeste broden die wij eten worden van tarwe gemaakt. Tarwe was oudtijds een van de voornaamste graansoorten, die de Israëlieten verbouwden. Van tarwe werden koeken en het gewone brood gebakken (Ex. 29:2); alleen de onbemiddelden aten gerstebrood. Ook at men geroosterde korrels (Lev. 23:14).

Tarwe in de Schrift wordt altijd vóór gerst genoemd[1]. Het Beloofde Land is "een land van tarwe en gerst".

De 8:8 Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig; (SV)

De Tyrische koning Hiram liet Salomo weten:

2Kr 2:15 Zo zende nu mijn heer zijn knechten de tarwe en de gerst, de olie en den wijn, die hij gezegd heeft. (SV)

In het laatste Bijbelboek wordt schaarste als oordeel aangekondigd:

Opb 6:6 En ik hoorde als een stem in het midden van de vier levende wezens zeggen: Een rantsoen tarwe voor een denaar en drie rantsoenen gerst voor een denaar; en breng geen schade toe aan de olie en de wijn. (TELOS)

Hieruit blijkt dat de marktwaarde van tarwe hoger is dan die van gerst.

Oogsttijd. De tarweoogst bij de Israëlieten viel ongeveer 8-14 dagen later in dan de gersteoogst, in de droge tijd van het einde van april tot het begin van juni; beide dienen in de Heilige Schrift herhaaldelijk om het jaargetijde aan te duiden (Gen. 30:14; Richt. 15:1; 1 Sam. 12:17v.).

Ri 15:1 En het gebeurde na [enkele] dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan. (HSV)

Terwe

     De terwe ziet er zuiver uit,
alsof heur' koorenaren
     geboren uit den binnenwand
van Peru's velden waren,
     zoo geluwe is ze, en goud gelijk!
De stammen staan genegen
     en, honderdduizend, blinken ze, in
den zoelen zonnenregen:
     ‘t zijn priemen gouds, die dragend zijn
den last elk, en de zware,
     de dikke, volle onschatbaarheid
der gouden koorenare!
     Gods zegen op de velden viel,
God zegent u, gij boeren,
     die peerdenwagens kooren zult,
dit jaar, ten vlegel voeren!

Guido Gezelle[2]

Tarweveld in Duitsland
Tarwe Janny Langeveld 2012.jpg

x

Tarwekorrels

Jezus Christus. De Heer Jezus heeft gezegd, op Zichzelf doelend:

Joh 12:24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij alleen; maar als zij sterft, draagt zij veel vrucht. (TELOS)

Hij is de Spruit van Jahweh, 'de vrucht der aarde'. 

Jes 4:2 Op die dag zal de SPRUIT van de HEERE tot een heerlijk sieraad {letterlijk: tot sieraad en tot heerlijkheid} zijn, en de vrucht van de aarde tot trots en luister voor hen in Israël die ontkomen zijn. (HSV)

Bronnen

In de eerste versie van dit artikel, 20 juli 2013, is tekst verwerkt uit: Ed. Rhiem, C.H. van Rhijn (red.), Bijbelsch woordenboek voor ontwikkelde lezers der Heilige Schriften (Utrecht: Kemink & Zoon, z.j.) s.v. Tarwe. 

Voetnoot

  1. In de Statenvertaling komen 'tarwe' en 'gerst' in twaalf plaatsen samen voor. Daar wordt 'tarwe' steeds als eerste genoemd.
  2. Uit: Guido Gezelle, Dichtwerken deel 1 en 2 (ed. Frank Baur). Veen, Amsterdam 1949 (derde druk).