Wetgeleerde

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een wetgeleerde is in het Nieuwe Testament een leraar en uitlegger van de wet van Mozes, een Joodse rechtsgeleerde.

De Griekse woorden in het Nieuwe Testament voor wetgeleerde zijn νομοδιδασκαλος, nomodidaskalos = wetleraar, en νομικος, nomikos = wettelijke.

Onderscheiden van farizeeër. De wetgeleerden worden in het evangelie naar Lucas onderscheiden van de farizeeën:

Lu 5:17  En het gebeurde op een van die dagen dat Hij leerde, en er zaten farizeeën en wetgeleerden, die uit elk dorp van Galilea en Judea en van Jeruzalem bijeen gekomen waren, en er was kracht van de Heer om gezond te maken. (Telos)

Lu 7:30  de farizeeen en de wetgeleerden echter hebben de raad van God voor zichzelf terzijde gesteld, daar zij niet door hem waren gedoopt.) (Telos)

Wanneer de Heer Jezus farizeeën misgeprezen heeft, krijgt hij een reactie van een wetgeleerde. Het woordje 'ook', dat enerzijds aan dat de wetgeleerde zich geestverwant met de farizeeën voelde, maar ook dat hij zich van hen onderscheidt.

Lu 11:45  Een van de wetgeleerden nu antwoordde en zei tot Hem: Meester, door deze dingen te zeggen beledigt U ook ons. Lu 11:46  Hij echter zei: Wee ook u, wetgeleerden, want u belast de mensen met moeilijk te dragen lasten, en zelf raakt u die lasten niet met een van uw vingers aan. (Telos)

Lu 14:3  En Jezus antwoordde en zei tot de wetgeleerden en farizeeen aldus: Is het geoorloofd op de sabbat te genezen of niet? (Telos)

Onderscheiden van wetgeleerde. Een wetgeleerde is ook te onderscheiden van een Schriftgeleerde. Een Schriftgeleerde bestudeerde de Schrift als geheel. Een wetgeleerde was een jurist, een rechtsgeleerde. Evenwel, in de beschrijving door Lukas van de genezing van een verlamde (Luk. 5:17-26) zegt vers 17 dat er farizeeën en wetgeleerden aanwezig waren en vers 21 dat de farizeeën en de Schriftgeleerden begonnen te overleggen. Wetgeleerden stelden vanuit hun wetskennis vragen aan Jezus om hem te verzoeken:

Mt 22:35 En een van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem te verzoeken: Mt 22:36 Meester, wat is het grote gebod in de wet? (Telos)

Lu 10:25  En zie, een wetgeleerde stond op om Hem te verzoeken en zei: Meester, wat moet ik doen om eeuwig leven te beerven? (Telos)

De Heer Jezus stelde hun verzwarende bepalingen aan de kaak:

Lu 11:45  Een van de wetgeleerden nu antwoordde en zei tot Hem: Meester, door deze dingen te zeggen beledigt U ook ons. Lu 11:46  Hij echter zei: Wee ook u, wetgeleerden, want u belast de mensen met moeilijk te dragen lasten, en zelf raakt u die lasten niet met een van uw vingers aan. (Telos)

De wetgeleerden vormden een hinderpaal voor het heil:

Lu 11:52  Wee u, wetgeleerden, want u hebt de sleutel van de kennis weggenomen; zelf bent u niet binnengegaan en hen die wilden binnengaan, hebt u verhinderd. (Telos)

Zenas was een gelovige wetgeleerde, genoemd door de apostel Paulus:

Tit 3:13 Help ijverig Zenas de wetgeleerde voort, en Apollos, opdat het hun aan niets ontbreekt. (Telos)