Zuzieten

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zuzieten is de naam van een oud volk dat onderworpen werd door de Elamitische koning Kedorlaomer en drie met hem verbonden koningen. Het volk wordt slechts één maal genoemd in Schrift (Gen. 14:5).

Ge 14:5 Daarom kwam Kedor-Laomer in het veertiende jaar met de koningen die bij hem waren; en zij versloegen de Refaïeten in Asteroth-Karnaïm, de Zuzieten in Ham, de Emieten in Sjave-Kiriathaïm, (HSV)

De naam wordt ook Zoezieten of Zusieten gespeld. Hebreeuws: Zuzim. Engels: Zuzims. De betekenis van de volksnaam is: ‘zwervende schepselen’[1], of ‘sterke gespierde lieden’ naar het Arabisch[2], of ‘sterke volken’[3]. De oude Griekse vertaling Septuagint vertaalt éthnē ischyrá, dat betekent ‘sterke volken’.

De Zuzieten woonden in Ham. De ligging van deze plaats is onbekend. Volgens sommigen bewoonden zij misschien het oude Ammon, oostelijk van de Jordaan.

Volgens sommigen zijn de Zuzieten identiek met de reuzenstam Zamzummim, welke eerst het gebied van Ammon bewoonde, Deut. 2:20. Deze gelijkstelling is echter onzeker.

Mogelijke ligging van Ham en de woonplaats der Zuzieten

Meer informatie

Bromiley, Geoffrey  W.: The International Standard Bible Encyclopedia, Revised (Wm. B. Eerdmans, 1988, 2002) s.v. Zuzim.

Voetnoten

  1. Aldus Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. Aldus S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Zizum. Van Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëedigd vertaler.
  3. Zo Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Gen 14:5.