Benaja

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Benaja (= wien Jahweh gebouwd heeft) is de naam van verschillende personen in het Oude Testament. De bekendste is Benaja een held van David.

Naam. In de Hebreeuwse uitspraak van de naam ligt de klemtoon op de laatste lettergreep: Benaja. De naam betekent "Jahweh heeft gebouwd"[1] of "wien Jahweh gebouwd heeft"[2], d.w.z. wien Hij geluk en welstand verleent, van het werkwoord Banoh = bouwen, bebouwen, en Jah, een verkorting van Jahweh.

"Benaja, die de leeuw versloeg", schilderij door James Tissot (1836-1902).
Jojada
 
 
 
 
Benaja
 
 
 
 
Jojada

Familie en herkomst. Benaja was de zoon van Jojada (2 Sam. 20:2; 23:20). Deze Jojada was een dappere man, groot van daden. En zo vader was, zo werd de zoon, een dappere held. Benaja kwam uit Kabzeël, een stad in het zuiden van de stam Juda.

2Sa 23:20 Verder Benaja, de zoon van Jojada, de zoon van een dappere man, groot van daden, uit Kabzeël. ... (HSV)

Werken. Benaja was een van de dappere helden uit David's tijd, die de koning voortdurend tot zijn dood getrouw bleef, en ook Salomo gediend heeft. Ten bewijze van zijn uitnemende dapperheid wordt aangevoerd, dat hij twee Moabitische helden overwon, dat hij op een gevaarlijke plaats een leeuw doodde, en in een tweegevecht met een zeer sterke Egyptische reus de zege wegdroeg.

2Sa 23:20 Verder Benaja, de zoon van Jojada, de zoon van een dappere man, groot van daden, uit Kabzeël. Hij was het die de twee zonen van Ariël uit Moab versloeg. Ook was hij het die eens in het midden van een kuil afdaalde en daar een leeuw doodsloeg, in de sneeuwtijd. 2Sa 23:21 Hij versloeg ook een Egyptische man, een man van aanzien. In de hand van de Egyptenaar was een speer, maar Benaja ging op hem af met een staf, rukte de speer uit de hand van de Egyptenaar en doodde hem met diens eigen speer. 2Sa 23:22 Deze dingen deed Benaja, de zoon van Jojada; daarom had hij een naam onder de drie helden. 2Sa 23:23 Hij was de meest geëerde onder de dertig, maar hij reikte niet tot dat eerste drietal. David stelde hem aan over zijn lijfwacht. (HSV)

Met Abisaï en een onbekende derde vormde hij een beroemd heldhaftig drietal (2 Sam. 23:18-23). Onder David was hij hoofd van de Krethi en Plethi, de koninklijke lijfwacht (2 Sam. 20:23; 23:23).

2Sa 20:23 Joab ging over het hele leger van Israël, en Benaja, de zoon van Jojada, over de Krethi en over de Plethi. (HSV)

Door Salomo werd hij tot opperbevelhebber van het leger aangesteld.

Zijn zoon heette Jojada. Ook Benaja's vader heette zo.

Anderen. Voorts is Benaja nog de naam van verschillende priesters, Levieten, Israëlieten die vreemde vrouwen genomen hadden, en anderen.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Benaja' is op 31 maart 2017 verwerkt.

Voetnoot

  1. Benaja, Wikipedia.nl. Geraadpleegd op 31 maart 2017.
  2. S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Benaja. Van Ronkel was hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler.