Hananja

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hananja, ook naar het Hebreeuws geschreven Chananja, (Hebr. Chananja; Eng. Hananiah) is een Hebreeuwse naam die betekent ‘Jah begenadigt’[1], 'Jah is genadig geweest'[2]; of ‘wien Jah gunstig is’, van het werkwoord Chanôn en de (afgekorte) Godsnaam Jah[3]. Hananja is in de H. Schrift de naam van ca. 15 verschillende personen, van wie de voornaamste zijn: Hananja de metgezel van Daniël en Hananja de valse profeet.

Van al die Hananja's noemen wij de volgende:

  1. Hananja, een volksgenoot en metgezel van Daniël aan het Babylonische hof. Zie Dan.1:6-19; 2:17. Hij was een der drie vrienden van Daniël. De overste der hofbeambten veranderde zijn naam in Sadrach (Eng. Shadrach), van het Akkadische šudur-AK(u), d.i. 'bevel van Aku’ (Soemerische maangod), òfšādurāku, d.i. ‘Ik vrees zeer' (namelijk ten opzichte van God)’[4]. Met zijn medegezellen bleef hij ook te midden van het dreigendste levensgevaar aan Jhwh getrouw en werd met hen wonderbaar gered.

  2. Hananja, een valse profeet ten tijde van Jeremia, Jer. 28: 1, 15.

  3. Hananja, een overste van de burcht te Jeruzalem. Hij was een zeer betrouwbaar en vroom commandant van de ten noorden van de tempel liggende vesting ten tijde van Nehemia, Neh. 7:2

    Ne 7:2 Over Jeruzalem stelde ik aan mijn broeder Chanani en Chananja, de overste van de burcht, (want deze was een betrouwbaar man en godvrezend boven velen) (NBG51)

De naam Hanani is een afkorting van Hananja.

Voetnoten

  1. Vergelijk Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden(Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Dan. 1:6.
  2. Vergelijk de duiding 'De HERE is genadig geweest' in Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht. Boekencentrum, 1987. Commentaar op Neh. 7:2
  3. S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Hananja. Van Ronkel was destijds hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler.
  4. Bromiley, Geoffrey  W.: The International Standard Bible Encyclopedia, Revised (Wm. B. Eerdmans, 1988; 2002) s.v. Shadrach. 

    Karl August Dächsel, a.w., commentaar op Dan. 1:7, heeft als betekenis ‘aanblazing van de zon’.