Gibeon

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gibeon was de belangrijkste van de vier steden die de Israëlische leider Jozua verleid hadden tot het maken van een verbond met hen (Joz. 9:3-17). Op een hoogte te Gibeon heeft een tijdlang de tabernakel gestaan (2 Kron. 1:3, 13).

Ligging. Gibeon wordt vereenzelvigd met de plaats Ed-Dsjib[1] (31°51' NB, 35°11' OL, ongeveer 9,5 km of 1,5 uur gaans ten noordwesten van Jeruzalem[2] gelegen), een dorp op een heuvel.

Gibeon (1950). Schamele huizen van het Arabische Ed-Dsjib. Op de voorgrond olijfbomen. De huizen hebben platte daken.

De stad lag in een kleine vlakte, die ze beheerst vanaf de alleenstaande heuvel, waarop ze gebouwd is. Naar het zuiden toe wordt de vlakte begrensd door de berg, waarop het huidige Nebi Samwil ligt, waarin we misschien het oude Mizpa mogen herkennen[2]. Naar het westen toe zinkt de vlakte neer in een dal, dat nu Wadi Salman heet en langs Bet-horon naar het dal van Ajalon, het huidige Jalo, voert. De terrasgewijze afdalende hellingen van die heuvel zijn even zovele gemakkelijk te verdedigen stellin­gen, die de vijand de toegang tot de stad zelf ten zeerste bemoeilijken.

Weg. Over Gibeon gaat dan ook de oude weg, die Jeruzalem met Joppe verbindt. De stad ligt dus niet aan de grote weg, die over de kam van het gebergte loopt en Jeruzalem met Sichem verbindt, maar ten westen daarvan. Maar juist daardoor te meer is ze als aan­ gewezen om leiding te geven aan de omliggende steden.

Omvang. Daarom wordt ze in Joz. 10 : 2 dan ook „een grote stad" genoemd, „als een der koninklijke steden, ja groter dan Ai". Te oordelen naar de beschikbare ruimte kan ze echter hoogstens drie­ duizend inwoners gehad hebben[2].

Watervoorziening. Aan de ene kant van de heuvel is een overvloedige bron, en lager gelegen de overblijfselen van een groot waterbekken, dat wordt beschouwd als “de vijver van Gibeon” of “het grote water”.

De vijver van Gibeon

Deze vijver aan de voet van de heuvel voorzag Gibeons inwoners ruimschoots van water en was tevens van groot belang voor de vruchtbaarheid van de kleine vlakte (2 Sam. 2 : 13, Jer. 41 : 12).

2Sa 2:13 Joab, de zoon van Zeruja, en de knechten van David, togen ook uit; en zij ontmoetten elkander bij den vijver van Gibeon; en zij bleven, deze aan deze zijde des vijvers, en die aan gene zijde des vijvers. (STV)

Jer 41:12 Zo namen zij al de mannen, en togen henen, om met Ismael, den zoon van Nethanja, te strijden; en zij vonden hem aan het grote water, dat bij Gibeon is. (STV)

Zonnestilstand te Gibeon. Toen de Amorieten in de dagen van Jozua een aanval deden op Gibeon, haastte hij zich om de Gibeonieten te bevrijden. Om het daglicht te verlengen, gebood Jozua dat zon en maan zouden stilstaan.

Joz 10:12 Toen sprak Jozua tot den HEERE, ten dage als de HEERE de Amorieten voor het aangezicht der kinderen Israëls overgaf, en zeide voor de ogen der Israëlieten: Zon, sta stil te Gibeon, en gij, maan, in het dal van Ajalon! Joz 10:13 En de zon stond stil, en de maan bleef staan, totdat zich het volk aan zijn vijanden gewroken had. Is dit niet geschreven in het boek des oprechten? De zon nu stond stil in het midden des hemels, en haastte niet onder te gaan omtrent een volkomen dag. Joz 10:14 En er was geen dag aan dezen gelijk, voor hem noch na hem, dat de HEERE de stem eens mans [alzo] verhoorde; want de HEERE streed voor Israël. (SV)

Jozua campagnes midden zuiden Kanaan Access-Foundation.jpg

De stad werd later geschonken aan Benjamin en tot een Levitische stad gemaakt (Joz. 18:25; 21:17).

De stad Gibeon in het stamgebied van Benjamin. Zij ligt ten noordwesten van Jeruzalem.

In 1 Kron. 16 lezen we dat David de Filistijnen sloeg van Gibeon af tot aan Gezer.

1Kr 14:16 David nu deed, gelijk als hem God geboden had; en zij sloegen het heir der Filistijnen van Gibeon af tot aan Gezer. (SV)

Maar in de parallelle passage in 2 Sa. 5:25 heet het dat David hen sloeg van Geba af tot Gezer.

2Sa 5:25 En David deed alzo, gelijk als de HEERE hem geboden had; en hij sloeg de Filistijnen van Geba af, totdat gij komt te Gezer. (SV)

Geba ligt eveneens in het stamgebied van Benjamin, ten oosten van Gibeon, maar volgens Keil en anderen is in 2 Sam. 5 Gibeon bedoeld. In de dagen van David, vóór de tempel was gebouwd, werd de tabernakel geplaatst bij Gibeon. David zorgde dat de priesters te Gibeon dienden.

1Kr 16:39 En den priester Zadok, en zijn broederen, de priesters, voor den tabernakel des HEEREN op de hoogte, welke te Gibeon is; 1Kr 16:40 Om den HEERE de brandofferen geduriglijk te offeren op het brandofferaltaar, des morgens en des avonds; en zulks naar alles, wat er geschreven staat in de wet des HEEREN, die Hij Israël geboden had. (SV)

Daarheen ging Salomo en bracht er duizend offers.

2Kr 1:3 En zij gingen henen, Salomo en de ganse gemeente met hem, naar de hoogte, die te Gibeon was; want daar was de tent der samenkomst Gods, die Mozes, de knecht des HEEREN, in de woestijn gemaakt had. 2Kr 1:4 (Maar de ark Gods had David van Kirjath-jearim opgebracht, ter plaatse, die David voor haar bereid had; want hij had voor haar een tent te Jeruzalem gespannen.) 2Kr 1:5 Ook was het koperen altaar, dat Bezáleël, de zoon van Uri, den zoon van Hur, gemaakt had, aldaar voor den tabernakel des HEEREN; Salomo nu en de gemeente bezochten hetzelve. (SV)

Na de offeranden verscheen God aan Salomo in een droom en gaf hem de wens van zijn hart: wijsheid en begrip (1 Kon. 3:4-5; 1 Kron. 16:39; 21:29; 2 Kron. 1:3, 13).

Het was in de buurt van de grote steen in Gibeon dat Joab verraderlijk Amasa doodde. Joab vluchtte naar dezelfde stad en greep de hoorns van het altaar om zichzelf te beschermen, maar hij werd er ter dood gebracht (2 Sam. 20: 8-10; 1 Kon. 2: 29-34).

Bronnen

A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Gibeon. Vertaalde tekst hiervan is gebruikt voor de eerste versie van dit artikel.

A. Noordtzij, Joh. de Groot, Des Heeren heirscharen. Premieboek bij de N.C.R.V.-kalender 1938. Tekst van blz. 31-32 is onder wijziging verwerkt op 22 dec. 2020.

Voetnoot

  1. A. Noordtzij, Joh. de Groot, Des Heeren heirscharen. Premieboek bij de N.C.R.V.-kalender 1938. Blz. 32, voetnoot 1 zegt dat anderen de ligging van Gibeon zoeken Tell en nasbe, die aan de grote heirweg ten zuiden van het huidige El-bire ligt, maar ook wel voor het oude Mizpa wordt gehouden.
  2. 2,0 2,1 2,2 A. Noordtzij, Joh. de Groot, Des Heeren heirscharen. Premieboek bij de N.C.R.V.-kalender 1938. Blz. 32.