Sargon II

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Sargon II (rechts)

Sargon II was koning van Assyrië (723/722/721-705/704 v.C.).

Hij werd koning nadat zijn voorganger Salmanasser V van Assyrië vermoord was.

800 — 700 v.C. < Israël 750 — 650 v.C.[1] > 700 — 600 v.C.
EsarhaddonTirhakaManasseBerodach-BaladanSanheribBerodach-BaladanSargon IISalmaneserHizkiaHosea (koning)AchazPekahPekahiaJesaja (profeet)https://nl.wikipedia.org/wiki/PiyePulMichaJothamMenahemSallumZachariaRezinUzzia

Tijdens het beleg van Samaria, de hoofdstad van Israël (tienstammenrijk), of omstreeks haar inneming in 722, wordt de Assyrische veroveraar koning Salmanasser V vermoord. Sargon II volgt hem (in 723 of 722) op als koning van Assyrië. Hij regeert van 723/722 tot 705/704 voor Chr.

Sargon beweert dat tijdens zijn beleg van Samaria (hoofdstad van het tienstammenrijk Israël) de stad door hem werd ingenomen voor Assyrië (720 v.Chr.), maar het is goed mogelijk dat dat propaganda was en dat de stad al twee jaar eerder onder zijn voorganger gevallen was. Het is niet duidelijk. Wel is duidelijk dat Filistea eveneens geannexeerd werd.

Hij kreeg te maken met een opstand van Babylon en Elam, die 3000 jaar onderlinge haat opzij zetten om samen het Assyrische juk af te schudden. Intussen leidde de vorst van Hamath Damascus in een opstand tegen de overheersing van Assur en daarbovenop kreeg Hanuna van Gaza hulp van Egypte in zijn poging de Assyriërs af te schudden (720 v.Chr.). Sargon II trok op tegen de opstandige koning Marduk-Apla-Iddina II van Babylon en zijn bondgenoot Humbanigash van Elam. Er volgde een veldslag bij Der (Badrah), waarvan de overwinning door iedereen werd opgeëist. De Babylonische kroniek schrijft ze aan de Elamieten toe en dit kan daardoor misschien wel beschouwd worden als meest correcte voorstelling van de feiten (720 v.Chr.).

719. v.C. Rusa I van Urartu probeerde van de zwakte van Assur gebruik te maken om de vazallen van Assur die de Mannaeërs regeerden door zijn eigen stromannen te vervangen (719 v.Chr.).

717 v.C. Sargon II viel het tot nu toe onafhankelijke Karkemish aan en annexeerde het. Dit was het begin van een campagne om de Neo-Hettitische vorstendommen onder Assyrisch gezag te brengen (717 v.Chr.).

716 v.C. Nadat alle opstanden waren neergeslagen, drong Sargon II door tot de Egyptische stad El Arish (aan de noordkust van de Sinaï). Farao Osorkon IV (732 - ca. 715, koning van de 23 dynastie) van een zwaar verdeeld Egypte stuurde hem twaalf prachtige paarden als gift (716 v.Chr.), waarop Sargon de stad met rust liet.

715 v.C. Rond deze tijd kwam Iamani van Ashdod in opstand tegen het Assyrische gezag, maar Sargon II versloeg hem. Hij vluchtte naar Egypte, maar men leverde hem uit omdat men liever tot een vergelijk met de machtige Sargon kwam.

713 v.C. Vanuit de Filistijnse stad Ashdod begon opnieuw een opstand tegen het Assyrische gezag (713-711). De opstandelingen hoopten nu ook weer op Egyptische hulp.

712 v.C. De Assyriërs verwoestten de Filistijnse stad Ekron.

711 v.C. Sargon II Hij maakte een einde aan Ashdods opstand (713-711 v.Chr.), waarbij Juda vrijwel ongedeerd bleef.

710 v.C. Nu Syrië en - behalve Juda - Filistea onderworpen waren, het Zagrosgebergte en de Meden schatplichtig waren gemaakt, viel Sargon II Babylon aan. De Chaldeeërs boden verbitterd tegenstand (710 v.Chr.).

708 v.C. Na twee jaar strijd (710-708) nam Sargon II Babylon in. Hij nam de hand van Bel en erkende daarmee de hoofdgod van de stad.

707 v.C. Hij betrok zijn nieuw gebouwde hoofdstad Dur-Sharrukin = burcht van Sharrukin (Akkadisch voor Sargon). Heden ten dage is dat Khorsabad.

705 v.C. Toen hij echter optrok tegen Tabal, sneuvelde hij zeer onverwacht.

Sanherib volgde hem op. Intussen nam koning Hizkia van Juda de Filistijnse stad Ekron over van de Assyriërs en koning Lule van Sidon rebelleerde tegen hen (705-704 v.Chr.).

Bron

Sargon II, nl.wikipedia.org. Tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 7 mei 2020.

Voetnoot

  1. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).