Timotheüs

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Timotheüs (Eng. Timotheus of Timothy) was een metgezel en medewerker van de apostel Paulus. De apostel had hem door het Evangelie verwekt. Van natuurlijke geboorte was Timotheüs de zoon van een Joodse moeder en een Griekse vader. Twee brieven van de hand van Paulus in het Nieuwe Testament (1 Timotheüs, 2 Timotheüs) zijn aan Timotheüs geschreven.

Naam. De naam Timotheüs betekent 'vereerder van God'.

Afkomst en opvoeding. Timotheus was afkomstig uit Klein Azië (het huidige Turkije), uit de regio van Derbe en Lystra. Zijn vader was een Griek en zijn moeder een gelovige Jodin, een christin, Eunice geheten, Hand. 16:1.

Hnd 16:1 Hij nu kwam en in Derbe en ook in Lystra. En zie, daar was een discipel, genaamd Timotheus, zoon van een gelovige Joodse vrouw, maar van een Griekse vader, (TELOS)

Zijn grootmoeder Loïs was ook een gelovige vrouw. Zijn moeder en zijn grootmoeder hebben hem opgevoed bij de Bijbelse geschriften (= het Oude Testament), 2 Tim.3:15 en 1:5.

Goed getuigenis. Als jonge man had hij reeds een goed getuigenis van de broeders te Lystre en Iconium.

Bekering. Op zijn tweede zendingsreis kwam Paulus in de regio van Derbe en Lystra, waar Timotheüs woonde.

Paulus en Silas ontmoetten Timotheüs op de tweede zendingsreis van de apostel. Hij ging met hen mee.

Timotheüs was een discipel van de Heer Jezus en had een goed getuigenis (Hand. 16:1-2).

Hnd 16:1 Hij [= Paulus] nu kwam en in Derbe en ook in Lystra. En zie, daar was een discipel, genaamd Timotheus, zoon van een gelovige Joodse vrouw, maar van een Griekse vader, Hnd 16:2 die een goed getuigenis had van de broeders in Lystra en Iconium. (TELOS)

Paulus liet hem besnijden en nam hem mee als medewerker op zijn verdere zendingsreizen. In Handelingen en diverse Nieuwtestamentische brieven wordt Timotheüs meerdere malen genoemd.

Band met Paulus. Paulus en Timotheüs hadden een heel speciale hechte band. Vanaf de eerste ontmoeting is hij met Paulus meegereisd en hij is hem tot het einde trouw gebleven. De apostel noemt hem "mijn waar [of echt] kind in het geloof."

1Ti 1:2  aan Timotheus, mijn echt kind in het geloof: genade, barmhartigheid en vrede van God de Vader en van Christus Jezus, onze Heer. (Telos)

In een van de Corinthebrieven noemt hij hem "mijn geliefd en trouw kind". "Zoals een kind zijn vader" (Filp. 2:22), zo diende Timotheüs samen met Paulus in het evangelie.

Arbeid. Timotheüs krijgt de opdracht te werken als evangelist, 2 Tim. 4:5.

Paulus schrijft van hem aan de gelovigen in Corinthe dat Timotheüs "werkt het werk van de Heer evenals ik" (1 Cor. 16:10).

1Co 16:10  Wanneer nu Timotheus komt, let erop dat hij zonder vrees bij u is, want hij werkt het werk van de Heer evenals ik. 1Co 16:11 Laat dus niemand hem minachten; maar helpt hem in vrede voort, opdat hij tot mij komt, want ik verwacht hem met de broeders. (TELOS)

Gezindheid. Vanuit de gevangenis beval Paulus Timotheüs aan bij de gelovigen in Filippi:

Flp 2:19 Maar ik hoop in de Heer Jezus Timotheus spoedig naar u toe te zenden, opdat ook ik welgemoed mag zijn als ik uw omstandigheden weet. Flp 2:20 Want ik heb niemand van gelijke gezindheid als hij, die zo trouw uw belangen zal behartigen, Flp 2:21 want allen zoeken hun eigen belang, niet dat van Jezus Christus.  Flp 2:22 En u kent zijn beproefdheid, dat hij, zoals een kind zijn vader, met mij in het evangelie heeft gediend. Flp 2:23 Hem nu hoop ik onmiddellijk te zenden, zodra ik mijn omstandigheden heb overzien.  (TELOS)

Bron

H. Moll, Wat zegt Gods Woord over ...?, deel 3 (Oostburg: W.J Pieters, z.j.), blz. 124. Enige tekst hiervan is, onder toestemming, op 21 aug. 2015 verwerkt.