1 Petrus 3

Uit Christipedia

1 Petrus 3 van de Eerste brief van Petrus wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

1 Petrus, hoofdstukken: 12345.

Samenvatting

1-6 Vermaningen aan de vrouwen. aan de mannen en aan allen. 7-8 Vermaning aan de mannen en aan allen. 9-22 Lijden om de gerechtigheid, om Christus' wil.

1

1Pe 3:1  Evenzo, vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, opdat, ook als sommigen ongehoorzaam zijn aan het woord, zij door de wandel van hun vrouwen zonder woord gewonnen worden, (Telos)
Weest aan uw eigen mannen onderdanig. Zie ook vs. 5. 'Onderdanig zijn' staat hier en in vers 5 in de werkwoordstijd van de praesens; dit duidt op een voortdurende gezindheid[1].
1Pe 2:13 Weest aan elke menselijke instelling onderdanig om ‘s Heren wil; hetzij aan een koning als hoogste, (Telos)
In 2:13 staat 'onderdanig zijn' in een andere werkwoordstijd, die van de aoristus: onderdanig zijn wanneer de gelegenheid het vereist.

2

1Pe 3:2  wanneer zij uw kuise wandel in vrees hebben opgemerkt. (Telos)
In vrees. Met eerbied voor hun echtgenoten, hun de nodige eer gevend en alle gepast respect tonend. En/of: in de vreze Gods, met ontzag en eerbied voor God, die hen tot een zodanige wandel aanzet; vgl. vs. 5 "de heilige vrouwen die hun hoop op God stelden, terwijl zij aan hun eigen mannen onderdanig waren".[2]
1Pe 1:17  En als u als Vader Hem aanroept die zonder aanzien des persoons oordeelt naar het werk van ieder, wandelt dan in vrees de tijd van uw bijwoning, (Telos)
1Pe 3:15  maar heiligt Christus als Heer in uw harten, altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, maar met zachtmoedigheid en vrees, (Telos)

3

1Pe 3:3  Laat uw versiering niet de uiterlijke zijn: het vlechten van het haar en het omhangen van gouden dingen of het aantrekken van kleren, (Telos)

Laat uw versiering niet de uiterlijke zijn. Onderscheiden daarvan is de inwendige schoonheid (vs. 4v), die meer belang heeft.

Het vlechten van het haar en het omhangen van gouden dingen of het aantrekken van kleren. Deze dingen worden niet verboden, maar het teveel waarde hechten aan deze vergankelijke dingen wordt afgewezen. De focus moeten liggen op de inwendige en zedelijke schoonheid.

5

1Pe 3:5  Want zo versierden zich vroeger ook de heilige vrouwen die hun hoop op God stelden, terwijl zij aan hun eigen mannen onderdanig waren; (Telos)

Aan hun eigen mannen onderdanig waren. Zie ook vs. 1.

6

1Pe 3:6  zoals Sara Abraham gehoorzaamde en hem ‘heer’ noemde; en haar kinderen bent u geworden, als u goed doet en geen enkele verschrikking vreest. (Telos)

En geen enkele verschrikking vreest. Dat u niet uit vrees voor harde bejegening door uw man zodanige onderdanigheid op u nemen zult. Vgl. 1 Petr. 3:14b: "Vreest echter niet zoals zij vrezen...".

7

1Pe 3:7  Mannen, evenzo, woont bij hen met verstand als bij een zwakker vat, het vrouwelijke, en bewijst hun eer, omdat zij ook medeerfgenamen van de genade van het leven zijn, opdat uw gebeden niet verhinderd worden. (Telos)
Medeërfgenamen van de genade van het leven. Ook voor hen is een erfenis in de hemelen weggelegd.
1Pe 1:4  tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, in de hemelen weggelegd voor u, (Telos)
Wij zijn "geroepen zegen te erven" (9).

9

1Pe 3:9  en vergeldt niet kwaad met kwaad, of schelden met schelden, maar zegent integendeel, omdat u ertoe geroepen bent zegen te erven. (Telos)
Vergeldt niet kwaad met kwaad. Men moet zich integendeel weerhouden van kwaad te doen (vgl. 10 wat betreft de tong), zich van het kwade afkeren (11).
1Pe 2:21 Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten heeft, opdat u zijn voetstappen navolgt; (Telos)
Of schelden met schelden. Onze Heer Jezus schold niet terug.
1Pe 2:23  die als Hij uitgescholden werd, niet terugschold, als Hij leed, niet dreigde, maar Zich overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeelt; (Telos)
Geroepen bent zegen te erven. Zie vs. 7.
1Pe 1:4  tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, in de hemelen weggelegd voor u, (Telos)

10

1Pe 3:10  ‘Want laat hij die het leven wil liefhebben en goede dagen zien, zijn tong van kwaad weerhouden en zijn lippen van het spreken van bedrog; (Telos)

Zijn tong van kwaad weerhouden. Bijvoorbeeld, niet terugschelden (9).

Spreken van bedrog. Petrus zelf is hierin tekort geschoten, toen hij Jezus verloochende. In de mond van Jezus echter werd geen bedrog gevonden.
1Pe 2:22  Hij ‘die geen zonde heeft gedaan en geen bedrog werd in zijn mond gevonden’, (Telos)

11

1Pe 3:11  laat hij zich afkeren van het kwade en het goede doen, vrede zoeken en ernaar jagen. (Telos)
Vrede zoeken en ernaar jagen.
Mt 5:9  Gelukkig de vredestichters, want zij zullen zonen van God worden genoemd. (Telos)

12

1Pe 3:12  Want de ogen van de Heer zijn op de rechtvaardigen en zijn oren tot hun smeken; maar het aangezicht van de Heer is tegen hen die kwaad doen’.

Het aangezicht van de Heer is tegen hen die kwaad doen. Zie vs. 7: "opdat u gebeden niet verhinderd worden".

13

1Pe 3:13  En wie zal u kwaad doen, als u ijveraars voor het goede bent geworden? (Telos)
Normaal gesproken, wie goed doet, goed ontmoet. Maar er zijn uitzonderingen op deze regel, vgl. het volgende vers en vers 17. De Heer Jezus is een opvallende uitzondering.
Hnd 10:38  met Jezus van Nazareth, hoe God Hem heeft gezalfd met de Heilige Geest en met kracht. Hij is het land doorgegaan, terwijl Hij goeddeed en allen gezond maakte die door de duivel waren overweldigd, want God was met Hem. Hnd 10:39  En wij zijn getuigen van alles wat Hij heeft gedaan, zowel in het land van de Joden als in Jeruzalem. Hem hebben zij ook gedood door Hem te hangen aan een hout. (Telos)

14

1Pe 3:14  Maar al lijdt u ook ter wille van de gerechtigheid, gelukkig bent u. Vreest echter niet zoals zij vrezen, en wordt niet in verwarring gebracht, (Telos)
Al lijdt u ook ter wille van de gerechtigheid, gelukkig bent u. Petrus, die deze woorden schreef, is zelf gegeseld.
Hnd 5:40  En na de apostelen tot zich geroepen te hebben geselden zij hen en bevalen hun niet te spreken in de naam van Jezus; en zij lieten hen los. Hnd 5:41  Zij dan gingen weg van voor de Raad, verblijd dat zij waardig waren geacht voor de Naam oneer te verdragen. (Telos)
1Pe 2:19  Want dat is genade, als iemand droeve dingen verdraagt ter wille van het geweten voor God, terwijl hij onrechtvaardig lijdt. 1Pe 2:20  Want wat voor roem is het, als u volhardt terwijl u zondigt en met vuisten wordt geslagen? Maar als u volhardt terwijl u goed doet en lijdt, dat is genade bij God. (Telos)
1Pe 4:13  maar naarmate u deel hebt aan het lijden van Christus, verblijdt u, opdat u zich ook verblijdt met vreugdegejuich bij de openbaring van zijn heerlijkheid. (Telos)
Jezus heeft gezegd:
Lu 6:22  Gelukkig bent u wanneer de mensen u haten en wanneer zij u uitstoten en smaden en uw naam als slecht verwerpen ter wille van de Zoon des mensen.  Lu 6:23  Verblijdt u op die dag en springt op van vreugde, want zie, uw loon is groot in de hemel; want op dezelfde wijze deden hun vaderen met de profeten. (Telos)
Vreest echter niet zoals zij vrezen.
1Pe 3:6  zoals Sara Abraham gehoorzaamde en hem ‘heer’ noemde; en haar kinderen bent u geworden, als u goed doet en geen enkele verschrikking vreest. (Telos)
"Zoals zij vrezen", zij, de ongelovigen, die vrezen voor mensen die meerder zijn in macht en hen kwaad (kunnen) doen.

Wordt niet in verwarring gebracht. Anderen goeddoen, terwijl een medemens jou kwaad doet, dat kan verwarrend zijn.

15

1Pe 3:15  maar heiligt Christus als Heer in uw harten, altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, maar met zachtmoedigheid en vrees, (Telos)

Heiligt Christus als Heer in uw harten. In je goeddoen, dien je Hem, die jouw Heer is. Beantwoord kwaad met goed terwille van Hem, uit gehoorzaamheid aan Hem. Hij is de Heer der heren en staat boven machtige aardse heren.

De hoop die in u is.
1Pe 1:3  Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die naar zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren doen worden tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden, (Telos)
1Pe 1:21  die door Hem gelooft in God, die Hem heeft opgewekt uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, opdat uw geloof en hoop op God zijn. (Telos)
1Pe 3:5  Want zo versierden zich vroeger ook de heilige vrouwen die hun hoop op God stelden, terwijl zij aan hun eigen mannen onderdanig waren; (Telos)
Ieder die rekenschap van u vraagt. Dat kunnen machthebbers en rechters zijn, die zich buigen over het afwijkende geloof waarvan zij in kennis worden gesteld. Uiteraard kan ook een echtgenoot, buurman, collega, kortom een gewone naaste rekenschap vragen.
1Pe 4:5 zij zullen rekenschap geven aan Hem die gereed staat levenden en doden te oordelen. (Telos)
Met zachtmoedigheid. Niet brutaal of vertoornd. En vrees.
1Pe 1:17  En als u als Vader Hem aanroept die zonder aanzien des persoons oordeelt naar het werk van ieder, wandelt dan in vrees de tijd van uw bijwoning, (Telos)
1Pe 3:2  wanneer zij uw kuise wandel in vrees hebben opgemerkt. (Telos)

16

1Pe 3:16  en met een goed geweten, opdat in wat van u kwaad gesproken wordt als van boosdoeners, zij die uw goede wandel in Christus smaden, beschaamd worden. (Telos)
In wat van u kwaad gesproken wordt als van boosdoeners.
1Pe 2:12  terwijl u een goede wandel hebt onder de volken, opdat zij in wat zij kwaad van u spreken als van boosdoeners, op grond van uw goede werken die zij opmerken, God verheerlijken in de dag van de bezoeking. (Telos)

18

1Pe 3:18 Want ook Christus heeft eenmaal voor [de] zonden geleden, [de] Rechtvaardige voor [de] onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Hij die wel gedood is in [het] vlees, maar levend gemaakt in [de] Geest. (Telos)
In [de] Geest. Indien “in de geest”, dan betekent het “in een nieuw geestelijk lichaam”. Indien “in de Geest,” dan betekent het “door de Geest”. Vergelijk:
1Pe 4:6  Want daartoe is ook aan doden een blijde boodschap verkondigd, opdat zij wel geoordeeld werden naar [de] mens, in [het] vlees, maar leefden in overeenstemming met God, in [de] Geest. (Telos)

19

1Pe 3:19  in Welke Hij ook tot de geesten in gevangenschap is gegaan en gepredikt heeft, (CP[3])

In Welke. 'In' is de vertaling van het Griekse 'εν', overgeschreven 'en'. Of: "in welke" (kleine letter W), dat wil zeggen: in welke geestelijke hoedanigheid.

1Co 15:44  er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, er wordt een geestelijk lichaam opgewekt. Als er een natuurlijk lichaam is, dan is er ook een geestelijk lichaam. (Telos)

Is gegaan. Hetzelfde Griekse werkwoord wordt gebezigd in vs. 22: "heengegaan naar [de] hemel". Het werkwoord is poreuoma = gaan, reizen, trekken[4]. Hij is heengegaan ná Zijn opstanding.

Gepredikt heeft. Ook aan doden (gestorvenen) is verkondigd.
1Pe 4:6  Want daartoe is ook aan doden een blijde boodschap verkondigd, opdat zij wel geoordeeld werden naar de mens, in het vlees, maar leefden in overeenstemming met God, in de Geest. (Telos)
Tot de geesten in gevangenschap. Geesten die in de gevangenis zitten. Welke geesten dat zijn vertelt ons vs. 20. Ook in 2:4 schijnt Petrus daarvan te spreken:
2Pe 2:4  Want als God engelen die gezondigd hadden niet gespaard, maar hen in de afgrond geworpen en overgeleverd heeft aan ketenen van donkerheid om tot het oordeel bewaard te worden; (Telos)
In vs. 22 staat dat "engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn".

Er staat niet dat Christus in deze gevangenis is geweest, alleen dat hij tot de geesten hen gegaan is en gesproken heeft. Vergelijk ook het gesprek tussen Lazarus en de rijke man. Er is een kloof tussen hen, maar ze konden wel tot elkaar spreken. Maar mogelijk is De Heer in de gevangenis verschenen.

Wanneer gepredikt? De Heer is pas na zijn opwekking heengegaan tot de geesten in de gevangenschap. Dat is misschien gebeurd in de tijd (40 dagen) tussen zijn opwekking en zijn hemelvaart. In vers 22 staat dat hij “heengegaan is naar de hemel”. De gevangenis schijnt geen plaats in de hemel te zijn, maar in de afgrond.

Sommigen[5] verstaan dit vers en het volgende anders: Christus is eertijds door de Geest heengegaan en heeft door Noach tot de ongehoorzamen mensen gepredikt, die thans als geesten in de gevangenschap (hades) vertoeven.

20

1Pe 3:20  die destijds ongehoorzaam waren toen de lankmoedigheid van God bleef afwachten in de dagen van Noach, terwijl de ark gereedgemaakt werd waarin weinigen, dat is acht zielen, gered werden door water. (Telos)
Die destijds ongehoorzaam waren.
2Pe 2:4  Want als God engelen die gezondigd hadden niet gespaard, maar hen in de afgrond geworpen en overgeleverd heeft aan ketenen van donkerheid om tot het oordeel bewaard te worden; 2Pe 2:5  en als Hij de oude wereld niet gespaard, maar Noach, een prediker van de gerechtigheid, een van de acht, behoed heeft toen Hij de zondvloed over de wereld van de goddelozen bracht; (Telos)
De ongehoorzame geesten traden op in de dagen van Noach. Waarschijnlijk doelt Petrus in 3:20 op 'de zonen Gods' die, vóór de zondvloed, tegen Gods wil, zich vrouwen uit de mensen namen en kinderen verwekten.
Ge 5:32  En Noach was vijfhonderd jaren oud; en Noach gewon Sem, Cham en Jafeth.  Ge 6:1  En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden, Ge 6:2  Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.  Ge 6:3 Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.  Ge 6:4  In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich [kinderen] gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name. Ge 6:5  En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig [was] op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was. Ge 6:6  Toen berouwde het den HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.  Ge 6:7  En de HEERE zeide: Ik zal den mens, dien Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.  Ge 6:8   Maar Noach vond genade in de ogen des HEEREN. (SV)
Judas schrijft over die ongehoorzame engelen:
Jds 1:6  En engelen die hun oorsprong niet bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien onder duisternis bewaard. Jds 1:7  Zoals Sodom en Gomorra en de steden daaromheen, die op dezelfde wijze als dezen hoereerden en ander vlees achterna gingen, daar liggen als een voorbeeld, doordat zij een straf van eeuwig vuur ondergaan. (Telos)
Gered werden door water. "Door water" kan betekenen: door water heen, of: door middel van water. De eerste betekenis ligt voor de hand.  

21

1Pe 3:21 dat ook u tegenbeeldelijk nu behoudt: [de] doop - niet een aflegging van onreinheid van het vlees, maar een vraag van een goed geweten tot God, door [de] opstanding van Jezus Christus, (CP[3])

Dat. Verwijst naar het water.

Die niet is een afleggen van onreinheid van het vlees. De doop is geen wasbeurt voor het lichaam.

Een vraag van een goed geweten. Genitivus objectivus: de vraag wordt niet door een goed geweten gesteld, maar betreft een goed geweten[6].

Een goed geweten, niet op grond van onze werken, die boos waren, maar op grond van de opstanding van de Heer Jezus, die voor onze zonden heeft geleden, opdat Hij ons tot God zou brengen. Een goed geweten zegt niet: “ik ben onschuldig”, maar “mijn schuld is betaald en ik ben gerechtvaardigd”. In Christus, onze figuurlijke ark, worden we door het water van de doop heen behouden.

Door de opstanding van Jezus Christus. Zie vs. 18.

22

1Pe 3:22 die aan Gods rechterhand is, heengegaan naar de hemel, terwijl engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn. (Telos)

Heengegaan. Hetzelfde Griekse werkwoord wordt gebezigd in vs. 19. Het werkwoord is poreuoma = gaan, reizen, trekken[4]. Hij is heengegaan ná Zijn opstanding.

Engelen, machten en krachten. Zie ook vers 19: "de geesten in gevangenschap".

Voetnoten

  1. Aantekening bij de Telos-vertaling van vers 2:17.
  2. John Gill's Expositor.
  3. 3,0 3,1 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Telos-vertaling.
  4. 4,0 4,1 Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  5. William MacDaonald, Believer's Bible Commentary.
  6. Thayer's Greek—English Lexicon of the New Testament