1 Petrus 4

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

1 Petrus 4 van de Eerste brief van Petrus wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

1 Petrus, hoofdstukken: 12345.

12

1Pe 4:12  Geliefden, laat de vuurgloed in uw midden die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden alsof u iets vreemds overkwam; (Telos)

Vuurgloed... tot beproeving. Als in een smeltoven. Aan zo'n vuurgloed, die doet smelten, zou het zondige Juda ook worden blootgesteld.

Jer 9:7  Daarom zegt de HEERE der heirscharen alzo: Ziet, Ik zal hen smelten en zal hen beproeven; want hoe zou Ik [anders] doen ten aanzien der dochter Mijns volks? (SV)

13

1Pe 4:13  maar naarmate u deel hebt aan het lijden van Christus, verblijdt u, opdat u zich ook verblijdt met vreugdegejuich bij de openbaring van zijn heerlijkheid. (Telos)

Lijden. Zie vs. 14, 15, 16, 19.

18

1Pe 4:18  En als de rechtvaardige met moeite behouden wordt, waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen? (Telos)

Spr 11:31  Zie, een rechtvaardige krijgt vergelding op aarde, hoeveel te meer de goddeloze en de zondaar! (HSV)

Met moeite. Het Griekse bijwoord is μολις molis, wat betekent: 1. met moeite, nauwelijks; 2. niet gemakkelijk, nauwelijks, zelden (Rom. 5:7)[1]. Het komt 6x voor in het Nieuwe Testament.

De Statenvertaling en de Herziene Statenvertaling vertalen in ons vers met nauwelijks. NBG51, Canisius-vertaling, NBV2004: ternauwernood. Telos-vertaling, Naardense vertaling: met moeite.

Hetzelfde Griekse woord komt verder nog voor in:

Hnd 14:18  En door dit te zeggen weerhielden zij ternauwernood de menigten ervan hun te offeren. (Telos)

Hnd 27:7  Toen wij nu ettelijke dagen langzaam opschoten en met moeite ter hoogte van Cnidus kwamen, daar wij de wind niet mee hadden, voeren wij dicht langs Kreta ter hoogte van Salmone. Hnd 27:8  En na het met moeite te zijn voorbij gevaren kwamen wij bij een plaats, Schone Havens geheten, waar de stad Lasea dichtbij lag. (Telos)

Hnd 27:16  Toen wij nu onder een eilandje, Cauda geheten, doorliepen, waren wij met moeite in staat de sloep machtig te worden; (Telos)

Ro 5:7  Want nauwelijks zal iemand voor een rechtvaardige sterven; want voor den goede zal mogelijk iemand ook bestaan te sterven. (Telos)

Het laatste vers drukt uit dat het zelden voorkomt dat iemand voor een rechtvaardige sterft.

En als de rechtvaardige met moeite behouden wordt. 'Moeite' ziet wellicht, gezien het zinsverband, op de moeite in de beproeving, de verzoeking, de verdrukking en het lijden dat de gelovige ondergaat. Van Gods kant is deze moeite een oordeel, maar dan als tuchtiging en loutering.

Mt 19:22  Toen de jongeman echter dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg, want hij had vele bezittingen.  Mt 19:23 Jezus nu zei tot zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke moeilijk het koninkrijk der hemelen zal binnengaan.  Mt 19:24  En opnieuw zeg Ik u: het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke het koninkrijk van God binnengaat. Mt 19:25  Toen de discipelen echter dit hoorden, stonden zij zeer versteld en zeiden: Wie kan dan behouden worden? Mt 19:26  Jezus echter keek hen aan en zei tot hen: Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk. (Telos)

Lu 14:23  En de heer zei tot de slaaf: Ga naar buiten naar de wegen en heggen en dwing ze binnen te komen, opdat mijn huis vol wordt; (Telos)

Hnd 14:22  en versterkten de zielen van de discipelen, terwijl zij hen vermaanden in het geloof te blijven en dat wij door vele verdrukkingen het koninkrijk van God moeten binnengaan. (Telos)

1Pe 5:8 Weest nuchter, waakt; uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek wie hij zou kunnen verslinden. (Telos)

Lu 13:23  Iemand nu zei tot Hem: Heer, zijn het weinigen die behouden worden? Lu 13:24  Hij nu zei tot hen: Strijdt om in te gaan door de nauwe deur; want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan en het niet kunnen. (Telos)

Mt 7:13  Gaat in door de nauwe poort; want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor binnengaan; (Telos)

Joh 10:9  Ik ben de deur; als iemand door Mij binnengaat, zal hij behouden worden, en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden. (Telos)

Mt 10:22  en u zult door allen gehaat worden ter wille van mijn naam; wie echter volhardt tot het einde, die zal behouden worden. (Telos)

Heb 10:39  Wij echter behoren niet tot hen die zich onttrekken tot verderf, maar tot hen die geloven tot behoud van de ziel. (Telos)

Waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen?

Ps 1:5  Daarom zullen de goddelozen niet bestaan in het gericht, noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen. (SV)

Lu 23:31  Want als men dit doet met het groene hout, wat zal er met het dorre gebeuren? (Telos)

19

1Pe 4:19  Laten daarom ook zij die naar de wil van God lijden, hun zielen de trouwe Schepper toevertrouwen met goeddoen. (Telos)

Lijden. Zie vs. 13, 14, 15, 16.

Voetnoot

  1. Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.