1 Petrus 2

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

1 Petrus 2 van de Eerste brief van Petrus wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd. De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Hoofdstukken van 1 Petrus: 12345.

2

1Pe 2:2  Verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat u daardoor opgroeit tot behoudenis; (Telos)

Pasgeboren kinderen. Wij, die wedergeboren zijn (1:3, 23).

Behoudenis. Zie vs. 1:5, 9 ,10. Wij worden bewaard "tot de behoudenis" (1:5).

Opgroeit tot behoudenis. Tot "het einde van uw geloof ... de behoudenis van uw zielen" (1:9). Tot de volmaakte staat en heerlijkheid die u zult bereiken als Christus geopenbaard wordt. Opgroeien is hier de geestelijke groei waardoor we al meer gaan lijken op de nieuwe mens, op Christus, ons doel.

3

1Pe 2:3  als u geproefd hebt dat de Heer goedertieren is, (Telos)

Petrus heeft dat zeker geproefd na zijn verloochening, bij zijn herstel door de Heer.

De Heer. D.i. de Heer Jezus, zie volgende vers.

4

1Pe 2:4   tot Wie u komt, tot een levende steen, door mensen wel verworpen maar bij God uitverkoren en kostbaar, (Telos)

Levende steen. De hoeksteen (vs. 6) van het Godsgebouw. Simon Petrus zelf was een 'steen' (Gr. petros), terwijl de Heer het gesteente, de rots is.

Uitverkoren. Een woord dat Petrus vaker gebruikt in de brief. Vs. 1:1 wij zijn uitverkorenen; 5:13 "de medeuitverkorene in Babylon".

Kostbaar. Zie vs. 6-7.

Ook dit woord 'kostbaar' gebruikt Petrus vaker. Het bloed van Christus is kostbaar (1:19). De beproefdheid van ons geloof is kostbaarder dan die van goud (1:7). In zijn tweede brief spreekt Petrus van ons "kostbaar geloof" (2:1) en van "de kostbare en zeer grote beloften" (2:4) van God aan ons.

5

1Pe 2:5  en u wordt ook zelf als levende stenen gebouwd, als een geestelijk huis tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden te offeren, die voor God aangenaam zijn door Jezus Christus. (Telos)

Levende stenen. De Heer is de levende steen (4), de hoeksteen (6).

Heilig priesterdom. Vs. 9: "een koninklijk priesterdom".

6

1Pe 2:6  Want er staat in de Schrift: ‘Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren, kostbare hoeksteen, en wie in Hem gelooft, zal geenszins beschaamd worden’. (Telos)

Er staat in de Schrift. Ook Paulus verwijst naar dit gedeelte:

Ro 9:33  zoals geschreven staat: ‘Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis’; en ‘wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden’. (Telos)

Uitverkoren. Zie vs. 4.

Kostbare hoeksteen. Zie vs. 4, 7.

7

1Pe 2:7  Voor u dan die gelooft, is dit kostbare; maar voor de ongelovigen: ‘De steen die de bouwlieden hebben verworpen, deze is tot een hoeksteen geworden’, en’ een steen des aanstoots en een rots der ergernis’. (Telos)

Ro 9:33  zoals geschreven staat: ‘Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis’; en ‘wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden’. (Telos)

Rots der ergernis. Dit is hij voor de ongelovigen, maar voor de gelovigen is hij de rots van de gemeente, het vaste gesteente, het fundament waarop de gemeente als een geestelijk huis (5) gebouwd wordt.

8

1Pe 2:8 Daar zij ongehoorzaam zijn, stoten zij zich aan het woord, waartoe zij ook bestemd zijn. (Telos)

Het woord. Van God dat verkondigd is, het evangelie.

1Pe 1:23 u die wedergeboren bent, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levend en blijvend woord. 1Pe 1:24 Want: ‘Alle vlees is als gras en al zijn heerlijkheid als een bloem van het gras. Het gras verdort en de bloem valt af, 1Pe 1:25 maar het woord van de Heer blijft tot in eeuwigheid’. Dit nu is het woord dat u verkondigd is. (Telos)

9

1Pe 2:9  U echter bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilige natie, een volk tot een eigendom, opdat u de deugden verkondigt van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht, (Telos)

Uitverkoren.

1Pe 1:2 uitverkorenen naar de voorkennis van God de Vader, door heiliging van de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenkeling met het bloed van Jezus Christus; genade en vrede zij u vermenigvuldigd. (Telos)

1Pe 5:13 U groet de medeuitverkorene in Babylon, en mijn zoon Markus. (Telos)

Koninklijk priesterdom. Vs. 5: "een heilig priesterdom".

Natie. Over dit begrip, zie Natie.

10

1Pe 2:10  u die vroeger geen volk was, maar nu Gods volk bent, die aan geen barmhartigheid deel had, maar nu barmhartigheid hebt verkregen. (Telos)

Barmhartigheid.

1Pe 1:3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die naar zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren doen worden tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden, (Telos)

11

1Pe 2:11  Geliefden, ik vermaan u dat u zich als bijwoners en vreemdelingen onthoudt van de vleselijke begeerten die strijd voeren tegen uw ziel, (Telos)

Bijwoners.

1Pe 1:17  En als u als Vader Hem aanroept die zonder aanzien des persoons oordeelt naar het werk van ieder, wandelt dan in vrees de tijd van uw bijwoning, (Telos)

Vreemdelingen. De brief richt zich tot "de vreemdelingen in de verstrooiing".

1Pe 1:1  Petrus, apostel van Jezus Christus aan de vreemdelingen in de verstrooiing in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia, en Bithynië, (Telos)

12

1Pe 2:12 terwijl u een goede wandel hebt onder de volken, opdat zij in wat zij kwaad van u spreken als van boosdoeners, op grond van uw goede werken die zij opmerken, God verheerlijken in [de] dag van [de] bezoeking. (Telos)

In wat zij kwaad van u spreken als van boosdoeners.

1Pe 3:16  en met een goed geweten, opdat in wat van u kwaad gesproken wordt als van boosdoeners, zij die uw goede wandel in Christus smaden, beschaamd worden. (Telos)

'Boosdoeners', zie vs. 14.

God verheerlijken.

Mt 5:16 Laat zo uw licht schijnen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader die in de hemelen is, verheerlijken. (Telos)

In [de] dag van [de] bezoeking. Grieks: επισκοπης, van επισκοπη, episkope; strongnummer is G1984. Het woord betekent: 'onderzoek, controle, visitatie'[1]. Bezoeking is de inspectie en vergelding door God, tot droefheid of tot blijdschap[2]. Deze dag wordt verschillend verstaan:

1. Dag der bekering. De Kanttekenaar heeft: “Dat is, in dien tijd als de Heere hen zal aanzoeken door Zijn genade tot bekering; zie dergelijke Lu 1:68, en Lu 19:44." De aantekening in de vertaling van Petrus Canisius verklaart: "Als God hen met zijn genade tot bekering bezoekt.” . Maar een dag van bezoeking hoeft niet te leiden tot bekering. Elke knie zal zich uiteindelijk buigen en Christus erkennen, maar niet ieder komt tot bekering.

2. Dag van beproeving. Anderen nemen het voor de dag, waarin de gelovigen door de ongelovigen verzocht of vervolgd worden; omdat het menigmaal gebeurt, dat de vervolgers, ziende de godzaligheid en lijdzaamheid van de vervolgden, daardoor tot nadenken worden gebracht, en die God zelf beginnen te prijzen, wiens kinderen zij tevoren vervolgden[3]. De dag van de bezoeking kan de dag zijn waarop de gezonden stadhouder (vs. 14) komt, tot bestraffing van boosdoeners of tot lof van hen die goeddoen.

3. Dag der afrekening. De aantekening bij de Leidse Vertaling spreekt van de "dag waarop God afrekening komt houden" en verwijst naar Jes. 10:3.

Jes 10:3  Wat zult gij dan doen op de dag der bezoeking en bij de verwoesting die uit de verte komt? Tot wie zult gij vluchten om hulp en waar zult gij uw heerlijkheid laten? (NBG51)

Een dag van bezoeking is vermoedelijk een dag of periode waarin God een ongelovige tegenkomt met ongeluk, ziekte, rampspoed, waarin de getroffene Gods hand opmerkt en, hopelijk, tot bekering komt. De dwaze mens die in onwetendheid gesproken heeft, komt dan tot zwijgen (vs. 15).

De oordelen die de aarde in de toekomst zullen treffen, bedoelen mede tot bekering te leiden: tot het vrezen van God en het verheerlijken van Hem.

Opb 14:6  En ik zag een andere engel vliegen in het midden van de hemel, die het eeuwig evangelie had, om het te verkondigen aan hen die op de aarde wonen en aan elke natie en geslacht en taal en volk, Opb 14:7  en hij zei met luider stem: Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want het uur van zijn oordeel is gekomen; en aanbidt hem die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen heeft gemaakt. (Telos)

13

1Pe 2:13 Weest aan elke menselijke instelling onderdanig om ‘s Heren wil; hetzij aan een koning als hoogste, (Telos)

Weest ... onderdanig. Staat in de werkwoordstijd van de aoristus: weest onderdanig wanneer de gelegenheid het vereist. In vs. 18 (onderdanig zijn van huisknechten aan hun meesters) en 3:1, 5 (onderdanig zijn van de vrouwen aan hun eigen mannen) wordt voor 'onderdanig zijn' de tegenwoordige tijd (praesens) gebruikt[4].

14

1Pe 2:14  hetzij aan stadhouders als door hem gezonden tot bestraffing van boosdoeners, maar tot lof van hen die goeddoen. (Telos)

Boosdoeners. Zie vs. 12.

16

1Pe 2:16 als vrijen, en niet door de vrijheid als een dekmantel van de boosheid te hebben, maar als slaven van God. (Telos)

Als vrijen. Zondaars daarentegen zijn slaven, geknecht door de zonde, geleid door de vleselijke begeerten (vs. 11).

17

1Pe 2:17 Eert allen, hebt de broederschap lief, vreest God, eert de koning. (telos)

Eert allen. ‘Eert’ heeft een werkwoordstijd[5] in de zin van: doet dat wanneer de gelegenheid het vereist. De andere werkwoorden staan in de tegenwoordige tijd (praesens) en duiden op een voortdurende gezindheid.[4]

Vreest God.

1Pe 1:17 En als u als Vader Hem aanroept die zonder aanzien des persoons oordeelt naar het werk van ieder, wandelt dan in vrees de tijd van uw bijwoning, (Telos)

18

1Pe 2:18  Huisknechten, weest aan uw meesters in alle ontzag onderdanig, niet alleen aan de goede en inschikkelijke, maar ook aan de verkeerde. (Telos)

Huisknechten. Sommige vertalingen hebben 'huisslaven'. Het gaat om knechten/slaven die bij hun meester inwonen. Zie Huisknecht.

Weest ... onderdanig. In de werkwoordstijd van de praesens; dit duidt op een voortdurende gezindheid[4].

19

1Pe 2:19  Want dat is genade, als iemand droeve dingen verdraagt ter wille van het geweten voor God, terwijl hij onrechtvaardig lijdt. (Telos)

Dat is genade. Zie ook vs. 20: "dat is genade bij God". Misschien is hier een dubbele betekenis: God geeft genade om te verdragen, en het verdragen van lijden voor God is ook een gunst van God.

1Pe 3:14  Maar al lijdt u ook ter wille van de gerechtigheid, gelukkig bent u. Vreest echter niet zoals zij vrezen, en wordt niet in verwarring gebracht, (Telos)

1Pe 4:13  maar naarmate u deel hebt aan het lijden van Christus, verblijdt u, opdat u zich ook verblijdt met vreugdegejuich bij de openbaring van zijn heerlijkheid. (Telos)

Petrus zelf is gegeseld.

Hnd 5:40  En na de apostelen tot zich geroepen te hebben geselden zij hen en bevalen hun niet te spreken in de naam van Jezus; en zij lieten hen los. Hnd 5:41  Zij dan gingen weg van voor de Raad, verblijd dat zij waardig waren geacht voor de Naam oneer te verdragen. (Telos)

Lu 6:22  Gelukkig bent u wanneer de mensen u haten en wanneer zij u uitstoten en smaden en uw naam als slecht verwerpen ter wille van de Zoon des mensen.  Lu 6:23  Verblijdt u op die dag en springt op van vreugde, want zie, uw loon is groot in de hemel; want op dezelfde wijze deden hun vaderen met de profeten. (Telos)

20

1Pe 2:20  Want wat voor roem is het, als u volhardt terwijl u zondigt en met vuisten wordt geslagen? Maar als u volhardt terwijl u goed doet en lijdt, dat is genade bij God. (Telos)

Dat is genade bij God. Zie vs. 19.

22

1Pe 2:22  Hij ‘die geen zonde heeft gedaan en geen bedrog werd in zijn mond gevonden’, (Telos)

Vrije aanhaling van woorden uit Jes. 53.

Jes 53:9  En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is. (SV)

Geen bedrog werd in zijn mond gevonden.

1Pe 3:10  ‘Want laat hij die het leven wil liefhebben en goede dagen zien, zijn tong van kwaad weerhouden en zijn lippen van het spreken van bedrog; (Telos)

23

1Pe 2:23  die als Hij uitgescholden werd, niet terugschold, als Hij leed, niet dreigde, maar Zich overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeelt; (Telos)

Over de zwijgzaamheid van de lijdende Christus spreekt Jes. 53:7.

Jes 53:7  Toen [betaling] geëist werd, werd Híj verdrukt, maar Hij deed Zijn mond niet open. Als een lam werd Hij ter slachting geleid; als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open. (HSV)

Die als Hij uitgescholden werd, niet terugschold.

1Pe 3:9  en vergeldt niet kwaad met kwaad, of schelden met schelden, maar zegent integendeel, omdat u ertoe geroepen bent zegen te erven. (Telos)

24

1Pe 2:24  die Zelf onze zonden in zijn lichaam heeft gedragen op het hout, opdat wij, voor de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid leven: ‘door zijn striem bent u gezond geworden’. (CP[6])

Voor de zonden afgestorven., voor de gerechtigheid leven.

Ro 6:11  Zo ook u, rekent het ervoor ten opzichte van de zonde dood te zijn, maar voor God levend in Christus Jezus. (Telos)

Striem. De meeste vertalingen hebben 'striemen' of 'wonden'. In de Griekse grondtekst is het woord in het enkelvoud: striem[7]. Het Griekse woord is mooloops, van molos ("moeite"). Het komt in het Nieuwe Testament alleen voor in dit vers. Het gaat om een striem, een streep, een wond waar bloed uitdruppelt; een door slagen ontstane wond waaruit bloed sijpelt of die ook bloeddoorlopen is[8].

Door zijn striem bent u gezond geworden. Petrus haalt een woord uit Jes. 53 aan.

Jes 53:5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. (SV)

De striem heeft Hij om onzentwil ondergaan. De apostel gebruikt het woord striem hier te liever, daar de dienstknechten, omdat zij christenen waren, dergelijke striemen van hun harde heren dikwijls moesten dragen.

De door Petrus aangehaalde tekst uit Jesaja 53 wordt hier blijkbaar geestelijk en zedelijk verstaan; hij denkt niet aan de genezing van lichamelijke kwalen. Vergelijk:

Jes 1:6 Van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve; [maar] wonden, en striemen, en etterbuilen, [die] niet uitgedrukt noch verbonden zijn, en geen derzelve is met olie verzacht. (SV)

25

1Pe 2:25  Want u dwaalde als schapen, maar bent nu teruggekeerd tot de Herder en Opziener van uw zielen. (Telos)

Ook hier schijnt Petrus aan woorden uit Jes. 53 te denken:

Jes 53:6  Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn [eigen] weg. Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen. (HSV)

Andere hoofdstukken

De volgende hoofdstukken zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Hoofdstukken van 1 Petrus: 12345.

Bron

Kanttekeningen bij de Statenvertaling. Enige tekst van de kanttekening bij 1 Petr. 2:4 is onder wijziging verwerkt op 3 okt. 21.

Voetnoten

  1. Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. Vergelijk de definitie van het Grieks-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia: "die daad waardoor God de daden, het karakter, de levenswijze van de mensen onderzoekt, om hen dienovereenkomstig hun lot toe te wijzen, hetzij droevig of verblijdend".
  3. Kanttekening bij de Statenvertaling.
  4. 4,0 4,1 4,2 Aantekening bij de Telos-vertaling van vers 17.
  5. De werkwoordstijd is de aoristus.
  6. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Telos-vertaling.
  7. Dit wordt opgemerkt onder meer door de Kanttekenaar bij de Statenvertaling en in het commentaar van Jamieson, Fausset en Brown.
  8. Griechisch-Deutsch Strongs Lexikon (onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia): "eine durch Schläge entstehende Wunde, aus der Blut hervortritt oder die auch nur blutunterlaufen ist".