Typologie van Jozef

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De typologie van Jozef is de studie en voorstelling van Jozef als een type (voorafbeelding) van Jezus Christus.

In veel opzichten is Jozef een opvallend type van de Heer Jezus. Hij is het mooiste type van Christus in het Oude Testament. In zijn rede voor de Joodse Raad doelt Stefanus, de eerste discipel die als martelaar even later zou sterven, met zijn beschrijving van Jozefs lotgevallen op de Heer Jezus (Hand. 7:9v).

Zijn weg. Jozef stelt de Heer Jezus voor als de zoon van God die van lijden tot heerlijkheid gaat, van verwerping tot verhoging. In vier etappen:

  1. de geliefde van de Vader en zijn recht als Messias (de Mensenzoon) op heerschappij, geven zijn broeders aanleiding hem te verstoten;
  2. hij lijdt door Jood èn heiden. 'Tot de tijd dat zijn woord uitkwam' (Ps. 105:19);
  3. hij wordt verhoogd tot onderkoning en is de Levensbehouder;
  4. hij wordt herenigd met zijn broeders en neemt hen vergevend aan.

Geliefde zoon. Hij was de geliefde van zijn vader. Zijn vader liet een prachtig veelkleurig bovenkleed voor hem maken.

Heerlijkheid. Dit kleed spreekt typisch van de heerlijkheid die de Zoon bij de Vader had (Joh. 17:5). 

Geen kwaad wordt van Jozef gezegd, zoals ook van Jezus eigenlijk geen kwaad viel op te merken. Maar ... was Jozef dan geen klikspaan, daar hij met zijn vader sprak over zijn broers, die zich misdroegen (Gen. 37:2)? Neen, want het kan zijn dat hij bestáánde kwade geruchten over hen overbracht, vgl. "En Jozef bracht het kwade gerucht over hen aan zijn vader over." (Gen. 37:2 Herziene Statenvertaling) "Hij bracht de kwade geruchten die over zijn broers in omloop waren aan hun vader over" (Willibrord-95 vertaling). En daarbij is het mogelijk dat Jozef de kwade dingen aan zijn vader vertelde, omdat Jozef er leed over droeg en dat leed met zijn vader wilde delen. 

Zijn toekomstige functie in het midden van zijn huisgezin werd door God geopenbaard. Zijn broeders benijdden hem. Wanneer Jezus voor de Joodse Raad spreekt van het gezicht van Daniël over de komst van de Zoon des mensen, wordt hij veroordeeld vanwege lastering en bespuwd. Jozef werd door zijn broers verkocht aan heidenen. Ook de Heer Jezus werd gehaat door zijn broeders, de Joden, en verkocht door een van hen en door de Joden aan de heidenen (Romeinen) overgeleverd.

Dood gewaand. Josef werd door zijn vader Israël (Jakob) voor dood gewaand. Het volk Israël - op een gelovig overblijfsel na - heeft er geen weet van dat Jezus leeft.

Vernedering. In Egypte werd Jozef vernederd en onder valse beschuldiging werd hij, die niet wilde zondigen, in de gevangenis geworpen. In al deze omstandigheden was hij een voorafschaduwing van de Heer Jezus in Diens vernedering. 

Geest van God. In tegenstelling dat de tovenaars en wijzen van Egypte kon Jozef de twee dromen van Farao uitleggen. Daarna gaf hij Farao een wijs advies.

Ge 41:38  Daarom zei de farao tegen zijn dienaren: Zouden wij [ooit] iemand kunnen vinden als deze [man], in wie de Geest van God is? (HSV)

Verhoging. Op de vernedering volgde, evenals bij het tegenbeeld Jezus Christus, de verhoging. Jozef wordt onderkoning van Egypte, alleen de Farao staat nog boven hem. Zo staat bij de Heer Jezus God de Vader nog boven hem. Jozef is 'de heer van dat land' (van Egypte), zo zeggen zijn broers tweemaal tegen hun vader Jacob (Gen. 42:30 33). Aan de Heer Jezus is gegeven alle macht in hemel en op aarde. 

Ge 45:8 ... maar God. Hij heeft mij aangesteld als een vader voor de farao, als heer over heel zijn huis en [als] heerser over heel het land Egypte. (HSV)

Vruchtbaar. Na zijn verhoging in Egypte was hij onbekend bij zijn broeders, gelijk de Heer in zijn verhoging thans onbekend is bij Zijn broeders naar het vlees. Gedurende deze tijd kreeg hij een heidense vrouw en werd hij 'vruchtbaar'. Hij kreeg zijn vrouw vóór de tijd van grote nood, vóór de tijd van Jacobs benauwdheid. Zo wordt voor de Heer Jezus een bruid geworven vóór de grote verdrukking. De naam van zijn zoon Efraïm betekent 'vruchtbaarheid'. Terwijl de Heer Jezus is verworpen door de Joden, verzamelt God uit de volken een volk voor Zijn naam. Jozef kreeg zijn zonen vóór de tijd van honger.

Heer. Jozef heerste over de heidenen, zoals ook de Heer Jezus eens zal doen en nu al doet in de levens van hen die Hem gehoorzamen. Hij is onze Heer

Levensbehouder. De van farao ontvangen naam Safenat-Paneach (“levensbehouder”) wordt in het bijzonder waar in verband met de uitredding van Israël. Tot zijn broers zei hij, nadat hij zich aan hen bekend had gemaakt:

Ge 45:5 Maar nu, wees niet bedroefd en laat jullie ogen niet [in toorn] ontvlammen omdat jullie mij hiernaartoe hebben verkocht, want God heeft mij vóór jullie uit gezonden tot behoud van [jullie] leven. (...) Ge 45:7 God heeft mij vóór jullie uit gezonden, om voor jullie een overblijfsel [veilig] te stellen op aarde, en jullie door een grote uitredding in leven te houden. (HSV)

De Heer Jezus zal komen om zijn volk Israël, dat hem aan de heidenen 'verkocht' (overgeleverd) had, te redden met 'een grote verlossing' (Gen. 45:7 SV). Tevens hadden de Egyptenaren hun levensbehoud aan de voorzienigheid van Jozef te danken. Zo hebben de gelovige heidenen thans hun levensbehoud aan Jezus te danken. 

Jozef maakt zichzelf aan zijn broeders bekend. Schilderij door James Tissot, ca. 1896-1902

Hulde door Israël. Jozefs broeders komen tot Jozef en buigen zich voor hem, zoals uiteindelijk alle twaalf stammen van Israël zich zullen buigen voor de Heer Jezus.

De prachtige en ontroerende manier waarop Jozef zijn broeders behandelt, zal op grootse wijze worden herhaald in de liefdevolle omgang van de Heer met het overblijfsel van Juda, wanneer ze zullen komen om Hem te spreken over de wonden in Zijn handen, en te treuren over de manier waarop Hij door hen werd behandeld. Zij zullen dan zien dat, ondanks hun haat, Hij in Zijn dood de grondslag voor hun toekomstige zegen heeft gelegd.

Als Farao. Juda achtte Jozef aan Farao gelijk.

Ge 44:18  Toen naderde Juda tot hem en zeide: Met uw verlof, mijn heer, uw knecht moge toch een enkel woord ten aanhoren van mijn heer spreken en uw toorn ontbrande niet tegen uw knecht, want gij zijt als Farao. (NBG51)

Jezus, de Zoon van de Vader, is aan de Vader gelijk.

Joh 1:1  In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God. (Telos)

Verzameling van Israël. Na de verzoening van Jozef met zijn broers volgt de komst en verzameling van alle afstammelingen van Jakob; ze worden geplaatst in een vruchtbaar deel van het land, gelijk het volk Israël zal worden verzameld naar het aangename land in het duizendjarige vrederijk.

Alle landen kwamen. Mensen uit alle landen kwamen tot Jozef.

Ge 41:57  En alle landen kwamen in Egypte tot Jozef, om te kopen; want de honger was sterk in alle landen. (SV)

Zo zullen eens alle landen tot Jezus komen.

Alle knie boog voor hem. Zoals voor Jozef na zijn verhoging rondrijdend in een wagen alle knie zich moest buigen (Gen. 41:43), zo zal voor Christus eens alle knie zich buigen.

Ge 41:42 En Farao nam zijn ring van zijn hand af, en deed hem aan Jozefs hand, en liet hem fijne linnen klederen aantrekken, en legde hem een gouden keten aan zijn hals; Ge 41:43 En hij deed hem rijden op den tweeden wagen, dien hij had; en zij riepen voor zijn aangezicht: Knielt! Alzo stelde hij hem over gans Egypteland. Ge 41:44 En Farao zeide tot Jozef: Ik ben Farao! doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen in gans Egypteland. (SV)

Flp 2:9 Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die boven alle naam is, Flp 2:10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, Flp 2:11 en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God de Vader. (Telos)

Zorgde voor woningen. Jozef bestelde voor Jakob en zijn broers woningen in hun nieuwe woongebied, "in het beste van het land".

Ge 47:11  En Jozef bestelde voor Jakob en zijn broers woningen, en hij gaf hun een bezitting in Egypteland, in het beste van het land, in het land Rameses, gelijk als Farao geboden had. (CP[1])

Jozef schijnt in deze een vóórbeeld van de Heer Jezus Christus te zijn, die heengegaan is om voor de zijn een plaats te bereiden in het huis van Zijn vader, dat vele woningen heeft en een uitnemend heerlijke plaats is.

Joh 14:2  In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; als het niet zo was, zou Ik het u hebben gezegd, want Ik ga heen om u plaats te bereiden. (Telos)

Al het land aan Farao. Al het land, behalve dat van de priesters, werd door Jozefs toedoen eigendom van Farao.

Ge 47:20  Alzo kocht Jozef het gehele land van Egypte voor Farao; want de Egyptenaars verkochten een ieder zijn akker, dewijl de honger sterk over hen geworden was; zo werd het land Farao’s eigen. (SV)

In de toekomst zal de hele wereld erkennen: de aarde en haar volheid is van de Heer!

1Co 15:28  Maar wanneer Hem [d.i. God] alles onderworpen is, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen zijn aan Hem die Hem alles onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn.) (Telos)

Voetnoot

  1. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.