Verbond

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een verbond is een verdrag, vereniging, overeenkomst tussen twee of meer partijen.

God sloot een verbond met Noach. De Here beloofde, dat de aarde niet meer door water zou worden verdelgd (⇒ Zondvloed). De regenboog is hiervan het teken (Gen. 9:8-17).

God heeft met met de Israëlieten meerdere verbonden gesloten (Rom. 9:4). Hij sloot een verbond met Abraham met betrekking tot het beloofde land en Abrahams nakomelingen (Gen. 15:18; 17:2-7).

Landbelofte. Het verbond met Abraham en zijn zaad (= nageslacht) hield een landbelofte in:

Ge 15:18 Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath: (SV)

Het beloofde land was 'het land van uw (d.i. Abrahams) vreemdelingschappen', Gen. 17:8.

Ge 17:8 En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn. (SV)

Het land zou tot een eeuwige bezitting zijn. 

Talrijk nageslacht. Het verbond hield tevens de belofte van een talrijk nageslacht in, Gen. 17:2. God zou Abram 'zeer vruchtbaar maken', Gen. 17:6, en hem en Sara 'tot volken stellen', Gen. 17:6, 16. Abram zou 'een vader van menigte der volken' worden; daarom zou hij voortaan Abraham, d.i. vader van een menigte, genoemd worden, Gen. 17:2, 4-5. Koningen zouden uit Abraham an Sarai voortkomen, Gen. 17:6, 16.

Eeuwig verbond. God sloot het verbond met Abraham en zijn nageslacht, Gen. 17:7, 13. Het is een eeuwig verbond.

Verhouding. Het verbond hield ook de belofte van een bepaalde verhouding tussen de beide partijen in: God zou Abraham en zijn nageslacht tot een God zijn. 

Ge 17:7 En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. Ge 17:8 En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn. (SV)

Verbondsteken. Het onontbeerlijke 'teken van het verbond' (Gen. 17:11) was de besnijdenis van al wat mannelijk is, Gen. 17:10. 'Mijn verbond zal in uw vlees zijn', Gen. 17:13. Nalaten van de besnijdenis betekende een verbreking van het verbond, Gen. 17:14. De overtreder moest daarom van zijn volksgenoten worden afgesneden, Gen. 17:14. 

In Exodus is sprake van een verbond met Abraham, Izaäk en Jakob (Ex. 2:24; 6:1-6). De Here beloofde Zijn volk te verlossen uit de macht van Egypte.

Toen het verloste volk in de woestijn was maakte de Here met hen een verbond, dat voorwaardelijk was. 't Was een aangrijpende gebeurtenis! Donderslagen, bliksemstralen, een zware wolk, een rokende Sinaï, een sterk bazuingeschal waren de begeleidende symptonen (Ex. 19:5, 16; Hebr. 12:18-21). De tien geboden werden gegeven en het houden ervan werd door God als voorwaarde van dit verbond gesteld (Ex. 20:1-17). De sabbat is hiervan het teken (Ex. 31 :13, 16). De bijbel vermeldt ons het verloop. Geen Israëliet heeft ooit van nature aan deze eisen kunnen voldoen, zodat ieder die onder de wet Gods stond of staat een overtreder is.

In Deuteronomium ging het nieuwe geslacht van de Israëlieten over in het verbond, Deut. 29:12. God maakte een verbond met hen, Deut 29:12. 

De 29:13 Opdat Hij u heden Zichzelven tot een volk bevestige, en Hij u tot een God zij, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gelijk als Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft. (SV)

Slachtoffers. Soms werd bij het sluiten van een verbond dieren geslacht. Dat zien wij bijvoorbeeld bij Abram. God had hem het land Kanaän beloofd.

Ge 15:8 Hij zei: Heere HEERE, waardoor zal ik weten dat ik het in bezit zal krijgen? Ge 15:9 Hij zei tegen hem: Haal voor Mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif. Ge 15:10 Hij haalde al deze [dieren] voor Hem, deelde ze doormidden en legde de stukken tegenover elkaar; de vogels deelde hij echter niet. (...) Ge 15:17 En het gebeurde dat de zon onderging en het donker werd; en zie, er was een rokende oven en een brandende fakkel, die tussen die stukken doorging. Ge 15:18 Op die dag sloot de HEERE een verbond met Abram, en zei: Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat: (HSV)

Jer 34:18 Ik zal de mannen die Mijn verbond hebben overtreden, die de woorden van het verbond dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, niet gestand hebben gedaan, maken [als] het kalf dat zij in tweeën hebben gesneden en tussen de stukken waarvan zij zijn doorgegaan, Jer 34:19 [namelijk] de vorsten van Juda, de vorsten van Jeruzalem, de hovelingen, de priesters en de hele bevolking van het land, die [allen] tussen de stukken van het kalf zijn doorgegaan. Jer 34:20 Ja, Ik zal hen geven in de hand van hun vijanden en in de hand van hen die hen naar het leven staan. Hun dode lichamen zullen de vogels in de lucht en de dieren op de aarde tot voedsel zijn. (HSV)

Door het slachten van beesten, en de verdeling der stukken, waar de bondgenoten midden door gingen, was men in de oude tijd gewoon een teken te stellen, dat de verbreker van het verbond waardig was aldus in stukken gehouwen te worden[1]

Het nieuwe verbond

Met geheel Israël. In de brief aan de Hebreeën wordt vermeld, dat het verbond, door de Here met Zijn volk bij de Sinaï gesloten, verouderd is en dat hiervoor in de plaats het nieuwe verbond zal komen (Hebr. 8:8-12; 10:16, 17). Het zijn aanhalingen uit Jeremia. Het oude en het nieuwe verbond uitsluitend zien op het joodse volk, op Israël. God zal een nieuw verbond maken "met het huis van Israël en met het huis van Juda" (Jer. 31:31), dus met met de twaalf stammen. Bij dit nieuwe verbond stelt de Here echter geen voorwaarden.

Jer 31:31  Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; Jer 31:32  Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE;  Jer 31:33  Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.  Jer 31:34  En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken. (SV)

Gave van de Heilige Geest. Het nieuwe verbond heeft te maken met het werk van de Heilige Geest, die in ons binnenste wordt gegeven (Eze 36:27; 2 Cor. 3:5). De bediening van het nieuwe verbond is een bediening van de Geest (2 Cor. 3:8).

2Co 3:5  Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn iets te denken, alsof het uit onszelf kwam, maar onze bekwaamheid is uit God, 2Co 3:6  die ons ook bekwaam heeft gemaakt als dienaars van het nieuwe verbond, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. (Telos)

Inwendige verandering, wedergeboorte. God zal Zijn wetten in de harten schrijven. Dat houdt in, dat het volk Israël als geheel een nieuwe geboorte zal ontvangen. Het stenen hart wordt door de Here weggenomen en een vlezen hart komt ervoor in de plaats (Ezech. 36:26-27).

Eze 36:26  En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. Eze 36:27  En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen. (SV)

Ongetwijfeld heeft de Heer Jezus hierop gedoeld in het nachtelijk gesprek met Nicodemus (Joh. 3:10).

Bloed van Christus. Het nieuwe verbond kan God oprichten op grond van het bloed van Christus. Reeds bij de instelling van het avondmaal wijst de Heer Jezus hierop (Matth. 26:38). Paulus haalt de woorden van de Heer Jezus aan in zijn brief aan de discipelen te Korinthe.

1Co 11:25 Evenzo ook de drinkbeker na de maaltijd, en Hij zei: ‘Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in mijn bloed; doet dit, zo dikwijls u die drinkt, tot mijn gedachtenis’. (TELOS)

De drinkbeker van 's Heren avondmaal is dus een symbool van het nieuwe verbond.

Vergeving van zonden. Het Nieuwe Verbond brengt, door het vergoten bloed van het Lam, vergeving van zonden.

Mt 26:28  Want dit is mijn bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. (Telos)

De bloedige offers van het Oude Verbond bedekten de zonden, het bloed van het Nieuwe Verbond neemt zonden weg.

Gemeente van Christus. Dit nieuwe verbond zal voor Israël in werking treden als de tweede partij, dat is gans Israël, dat zijn de twaalf stammen, zich tot God bekeerd zal hebben (Jer. 31 :18-20). Dan zal zij overgaan in het verbond (vgl. Deut. 29:12). De gelovigen uit de bedeling der genade vormen met elkaar de Gemeente van God en Christus. Ze zijn kinderen van God door wedergeboorte en mogen God hun Vader noemen (Rom. 8:14-17). Ja het "Abba, Vader" past in hun mond. Hun verhouding tot God is veel inniger dan in een verbond tot uiting kan komen. Zij zijn in figuurlijke zin besprenkeld met het bloed en geheiligd door het bloed van het nieuwe verbond (Hebr. 10:29, "het bloed van het verbond waardoor hij geheiligd was").

De heiligen in Korinthe waren, zo was gebleken, "een brief van Christus", schrijft Paulus, "geschreven ... met de Geest van de levende God, niet op stenen tafelen, maar op vlezen tafelen van de harten".

2Co 3:2  U bent onze brief, geschreven in onze harten, gekend en gelezen door alle mensen;  2Co 3:3  u, van wie blijkt dat u een brief van Christus bent, door onze bediening opgesteld, geschreven niet met inkt, maar met de Geest van de levende God, niet op stenen tafelen, maar op vlezen tafelen van de harten. (Telos)

Paulus en zijn medewerkers waren "dienaars van het nieuwe verbond" (2 Cor. 3:6).

2Co 3:5  Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn iets te denken, alsof het uit onszelf kwam, maar onze bekwaamheid is uit God, 2Co 3:6  die ons ook bekwaam heeft gemaakt als dienaars van het nieuwe verbond, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. (Telos)

De nieuwtestamentische gelovigen genieten nu reeds van de zegeningen van het nieuwe verbond (2 Cor. 3:6), dat eenmaal door God met Juda en Israël zal worden opgericht; het zijn de zegeningen verbonden met de inwoning van de Heilige Geest (Rom. 8:23, vgl. Hebr. 10:29). Zij hebben ze als eerste gave ontvangen, terwijl bij de oprichting van het nieuwe verbond de Heilige Geest op al wat leeft zal worden uitgestort (Joël 2:28).  De grondslag van het nieuwe verbond, het bloedig zelfoffer van Jezus Christus, is gereed. De bediening van de evangelist Paulus was een priesterlijke bediening van het nieuwe verbond, niet van het oude. Hij sprenkelt in figuurlijke zin het bloed van Christus op hen die in Hem geloven. Van de zijde van God is alles gereed, alleen de andere partij, Israël, moet nog toetreden. Vergelijk de bruiloft van de zoon van de koning in de gelijkenis van de bruiloft:

Mt 22:4 Opnieuw zond hij andere slaven uit en zei: Zegt aan de genodigden: Zie, mijn middagmaal heb ik gereedgemaakt, mijn ossen en mijn gemeste beesten zijn geslacht en alles is gereed; komt tot de bruiloft. (...) Mt 22:8 Toen zei hij tot zijn slaven: De bruiloft is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard; (TELOS)

Wie in deze tijd, vóórdat Israël zich bekeert, toetreedt, krijgt deel aan de zegeningen van het nieuwe verbond.

Bron

H. Moll, Wat zegt Gods Woord over ...?, deel 1 (Oostburg: W.J Pieters, z.j.), blz. 61-62.  Hieruit is, onder toestemming, in februari 2012 tekst opgenomen. 

Voetnoot

  1. Aldus de Kanttekenaren bij de Statenvertaling van Gen. 15:17.