Adoni-Bezek

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Adoni-Bezek was een machtig koning van de stad Bezek in Kanaän. Hij had 70 vorsten onderworpen en door het afhouwen van duimen en grote tenen voor altijd tot de strijd ongeschikt gemaakt. Hij werd verslagen door de stam Juda, na de dood van Jozua.

Naam. De Hebreeuwse eigennaam is אדני־בזק, Adoniy-Bezeq. De betekenis van de naam is "Mijnheer Bliksemstraal". Zijn naam komt 3x in de Bijbel voor en wel in Richt. 1:4-7. Het Strongnummer is H137.
Ri 1:4  En Juda toog op, en de HEERE gaf de Kanaänieten en de Ferezieten in hun hand; en zij sloegen hen bij Bezek, tien duizend man.  Ri 1:5  En zij vonden Adoni-bezek te Bezek, en streden tegen hem; en zij sloegen de Kanaänieten en de Ferezieten. Ri 1:6  Doch Adoni-bezek vluchtte; en zij jaagden hem na, en zij grepen hem, en hieuwen de duimen zijner handen en zijner voeten af. Ri 1:7  Toen zeide Adoni-bezek: Zeventig koningen, met afgehouwen duimen van hun handen en van hun voeten, waren onder mijn tafel, [de] [kruimen] oplezende; gelijk als ik gedaan heb, alzo heeft mij God vergolden! En zij brachten hem te Jeruzalem, en hij stierf aldaar. (SV)
In het lot van Adoni-Zedek zien wij een geval van wedervergelding, een beginsel in het strafrecht van God.