Daniël 9

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Daniël (boek)/Hoofdstuk 9)

Daniël 9 is een hoofdstuk van het boek Daniël. Het wordt hieronder samengevat en/of becommentarieerd.

Hoofdstukken samengevat en/of becommentarieerd:
Daniël: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12

Samenvatting

De zeventig jaarweken. 1-19 Daniël verhaalt, hoe hij eens nadacht over de zeventig jaren gedurende welke volgens Jeremia Jeruzalem woest zou liggen, in rouw en gebed zich wendde tot God en voor zich en zijn volk een schuldbekentenis uitsprak. 20-23 Terwijl hij nog bad, was Gabriël tot hem gekomen en had hem inzicht in een gezicht. 24-27 Zeventig weken zijn bestemd over het volk Israël en over Jeruzalem, die de tot verzoening van Israëls schuld bepaalde tijd uitmaken en in enige tijdperken ingedeeld zijn.

1

1 In het eerste jaar van Darius, de zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeeën; (CP[1]) 

In het eerste jaar van Darius. Darius de Meder. Zie vs. 2.

600 — 550 v.C. < Israël 550 — 500 v.C.[2] > 500 — 400 v.C.
Zacharia (Bijbelboek)Darius IKoresDarius de MederBelsazarKoresDaniël (profeet)

Ahaveros. Niet te verwarren met de koning en gemaal van Esther, zie Ahasveros. Die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeeën. Waarschijnlijk ontving hij zijn koningschap over het gewest Babel uit de hand van Kores, de koning van het hele rijk der Meden en Perzen. Zie Darius de Meder.

Da 5:31 (6-1) Darius, de Meder nu, ontving het koninkrijk, omtrent twee en zestig jaren oud zijnde. (SV)

2

2 In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniël, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was. (SV) 

Verwoestingen van Jeruzalem. Vs. 18: "onze verwoestingen".

4

4 Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden. (SV)  

En deed belijdenis. Van zijn eigen zonde en van die van het volk Israël (20)

5

5 Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten. (SV)  

Daniël doet belijdenis (4). Hij belijdt het kwaad dat God deed besluiten tot "de verwoestingen van Jeruzalem" (2).

11

11 Maar geheel Israel heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben. (SV) 

De wet van Mozes. Zie vs. 13.

13

13 Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid. (SV)

De wet van Mozes. Zie vs. 11.

16

16 O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heilige berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen die rondom ons zijn. (CP[1])  

Uw heilige berg. Zie vs. 20.

18

18 Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn. (SV) 

Onze verwoestingen. Vs. 2: "verwoestingen van Jeruzalem".

20

20 Als ik nog sprak en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde van mijn volk, van Israël, en mijn smeking neerwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijn God, omwille van de heilige berg van mijn God; (CP[1]) 

En beleed mijn zonde, en de zonde van mijn volk. Zie vs. 4.

De heilige berg. Zie vs. 16. De heilige berg is de berg waarop de tempel stond. Met deze berg wordt Jeruzalem vereenzelvigd, in vs. 16 en hier:

Jes 66:20  En zij zullen al uw broeders uit alle heidenen den HEERE [ten] spijsoffer brengen, op paarden, en op wagenen, en op rosbaren, en op muildieren, en op snelle lopers, naar Mijn heiligen berg toe, [naar] Jeruzalem, zegt de HEERE, gelijk als de kinderen Israëls het spijsoffer in een rein vat brengen ten huize des HEEREN. (SV)

21

21 Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snel gevlogen, mij aanrakend, omtrent de tijd van het avondoffer. (CP[1]) 

De man Gabriël. Wiens naam betekent "man Gods".

Die ik in het begin in een gezicht gezien had. Twaalf jaren geleden (550 3e jaar Belsazar - 538 1e jaar Darius de Meder = 12 jaar verschil), in het gezicht van Dan. 8, zie Daniël 8:15v.

23

23 In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om [u] [dat] te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst [man]; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht. (SV)

Dit gezicht. Deze ontmoeting met Gabriël was een visioen.

Een zeer gewenst [man]. Ook wij, die in de Heer Jezus geloven, zijn gewenst, geliefd, bemind van de Vader.

1Jo 3:1 Ziet welk een liefde de Vader ons gegeven heeft, dat wij kinderen van God genoemd zouden worden, en wij zijn het ook. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet heeft gekend. (Telos)

24

24  Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht en de profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven. (CP[1]) 

Zeventig weken. Lett. "zeventig zevens" of "zeventig zeventallen".

Hoe moeten we de "weken" ("zevens") verstaan? Bedoeld zijn - blijkens het verband van de tekst - jaarweken[3], tijdperken van 7 jaren. Zeventig van zulke tijdperken van elk 7 jaren = 490 jaren. Deze uitleg wordt vrij algemeen gehuldigd door de uitleggers. Deze zeventig weken worden hierna verdeeld in drie tijdvakken: 7 weken + 62 weken + 1 week.

Vergelijk:

Le 25:8 Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen der zeven jaarweken u negen en veertig jaren zullen zijn.

De Babylonische ballingschap duurde 70 jaren. In een tijdsverloop van 70 x 7 jaren zou God alles in orde maken, zij het door verwoestingen heen. Vergelijk:

Mt 18:21 Toen kwam Petrus bij Hem en zei tot Hem: Heer, hoe vaak zal mijn broeder tegen mij zondigen en ik hem vergeven? Mt 18:22 Tot zevenmaal? Jezus zei tot hem: Ik zeg je, niet tot zevenmaal, maar tot zeventig maal zeven. (Telos)

Over uw volk, en over uw heilige stad. Het gaat over het volk Israël en de heilige stad Jeruzalem.

Om ... om ... om ... om ... om ... om ... 6 doelelementen. Als men de verzegeling van het gezicht en van de profeet onderscheidt, kan men tot 7 doelelementen komen[4].

Om de overtreding te sluiten. Te beëindigen (HSV), voleindigen (NBG51), aan ... een eind(e) te maken (WV95, Naardense vertaling), aan ... een einde komt (NBV'04), "te doen ophouden" (Canis). Volgens een uitleg is het einde tevens een toppunt, namelijk van afgoderij: de aanbidding van het Beest[5].

Om te zonden te verzegelen. Sommigen[4] verstaan: om een eind aan de zonden te maken.

Om de ongerechtigheid te verzoenen. De ongerechtigheid van Israël. Van Gods kant is de verzoeningswerk volbracht door de Heiland aan het kruis van Golgotha. Gedurende de zeventigste (laatste) jaarweek zullen individuele Joden tot geloof komen en met God verzoend worden. Naast deze persoonlijke verzoeningen zal er een nationele verzoening van het volk Israël zijn bij de verschijning van de Heiland.

Ro 11:26  en zo zal heel Israël behouden worden, zoals geschreven staat ‘Uit Sion zal de Redder komen; Hij zal de goddeloosheden van Jakob afwenden. (Telos)

Om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen. Wellicht praktische gerechtigheid, beoefend door mensen met harten waarin Gods wet geschreven staat en door een volmaakte rechtvaardige regering met rechtvaardige wetten en een rechtvaardig bestuur[6]; praktische rechtvaardige mensen en een rechtvaardige wereldorde.

Om het gezicht en de profeet te verzegelen. Het gezicht, nadat het vervuld is, af te sluiten, evenals het woord van de profeten. En wanneer de Geest wordt uitgestort over het verloste Israël, zullen er gezichten (visioen) gezien worden en profetische woorden worden gesproken, en volgens een uitleg ook door individuele gelovige joden tijdens de 70e jaarweek, tot getuigenis voor het volk Israël en voor de volken.[6]

Het grafsteen van het graf van de Heiland werd verzegeld, zijn einde was vastbesloten - bij mensen, maar niet bij God. Wat God verzegelt, die zegel kan niet verbroken worden.

De heiligheid der heiligheden. Petrus Canius-vertaling: "de Heilige der heiligen". Wellicht gaat het over de Heer Jezus Christus. Een andere mening heeft: de tempel[7].

Te zalven. Door zalving te wijden voor zijn taak.

Jezus werd gezalfd na zijn dood in de Jordaan: de Heilige Geest daalde op Hem neer. Wellicht zal hij in de toekomst weer gezalfd worden, tot koning over Sion.

Ps 2:2  De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE, en tegen Zijn Gezalfde, [zeggende]: Ps 2:3  Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen. Ps 2:4  Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal hen bespotten. Ps 2:5  Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, en in Zijn grimmigheid zal Hij hen verschrikken. Ps 2:6  Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid. (SV)

Ook David, het vóórbeeld van Christus, werd tweemaal gezalfd.

1Sa 10:1  Toen nam Samuël een oliekruik, en goot ze uit op zijn hoofd, en kuste hem, en zeide: Is het niet [alzo], dat de HEERE u tot een voorganger over Zijn erfdeel gezalfd heeft? (SV)

2Sa 5:3  Alzo kwamen alle oudsten van Israël tot den koning te Hebron; en de koning David maakte een verbond met hen te Hebron, voor het aangezicht des HEEREN; en zij zalfden David tot koning over Israël. (SV)

25

25  Weet dan, en versta: van de uitgang van het woord, om te doen weerkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, de Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; plein en gracht zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden. (CP[1])

Van de uitgang van het woord, om te doen weerkeren, en om Jeruzalem te bouwen. Om het volk Israël (vs. 24: "uw volk") te doen weerkeren. Merk dat er gesproken wordt, niet van de herbouw van de tempel, maar van de stad (vs. 24: "uw stad").

Welk woord is het?[8] Het is niet het bevel van Kores in Ezra 1 (536 v.C.) om te tempel te doen herbouwen. Het is evenmin het bevel van Darius in Ezra 6 (519 v.C.) aangaande de herbouw van Gods huis in Jeruzalem en de offerdienst. Het is ook niet het bevel van Arthahsasta, in het 7e jaar van zijn regering (458 v.C.), in Ezra 7, ten behoeve van de tempeldienst te Jeruzalem. Het gaat om het bevel van deze koning in zijn 20e jaar, in Neh. 2.

Dat woord van Arthahsasta ging uit, volgens één opvatting in 445 v.C.[4][9][3], in de maand Nisan (maart/april) (Neh. 2:1) van dat jaar[10][11], wellicht op 1 Nisan 445 v.C. (14 maart 445 v.C.)[12].

Messias, de Vorst. Dat is onze Heer Jezus Christus, de verlosser en de zoon van David. De Jodenheid van de oudheid hield er in het algemeen rekening mee dat de Messias in de 1e eeuw zou verschijnen[13].

Weken. Lett. zevens, zeventallen.

Zeven weken, en twee en zestig weken. 7 + 62 = 69 weken. De zeventig weken blijken nu verdeeld in drie tijdvakken: 7 + 62 +1 weken.

Een week is 7 dagen. Het gaat om jaarweken; een jaarweek is 7 jaren. Dus 7 jaarweken is 7 x 7 = 49 jaren. En 62 jaarweken is 62 x 7 = 434 jaren. 69 jaarweken zijn 69 x 7 = 483 jaren.

Als we een gewoon zonnejaar nemen, dan eindigde het eerste tijdvak 445 - 49 (7 jaarweken) = 396 v.C. en het tweede tijdvak 396 - 434 (62 jaarweken) = 38 n.C. Daar het jaar 0 niet bestaat in onze jaartelling, moeten we 1 jaar aftrekken. Want tussen bijvoorbeeld tussen 2 v.C. en 2 na C. zitten niet 4 jaren, maar 3 jaren: 2 v.C. — 1 v.C. — 1 n.C. — 2 n.C. Het tweede tijdvak eindigt dus 37 n.C., uitgaande van een zonnejaar.

Echter, de Bijbel rekent niet met een zonnejaar (365 dagen), maar met een maanjaar, een jaar van 360 (12 x 30) dagen[10]. In het boek Openbaring zijn 42 maanden daarom gelijk aan precies 42 x 30 = 1260 dagen (Op 11:2-3; 13:5) oftewel “een tijd, tijden en een halve tijd” (Dan. 7:25; 9:27; 12:7; Openb. 12:14).

Gaan we uit van 360 dagen in een jaar, dan omvatten de 70 jaarweken tezamen 490 jaren x 360 dagen per jaar = 176.400 dagen. Deze dagen kunnen we verdelen in 173.880 dagen (69 jaarweken) en 2.520 dagen (70e jaarweek). Zetten we de jaren van 360 dagen om in zonnejaren van 365,25 dagen, dan zijn de 69 jaarweken (483 jaren) gelijk aan 483 jaren x 360 dagen er jaar / 365,25 dagen in een zonnejaar = 476 zonnejaren.

Tellen we nu vanaf het jaar 445 v.C. 476 zonnejaren vooruit, dan komen we uit op het jaar 32 n.Chr. (doordat het jaar 0 ontbreekt). Volgens een uitlegger begon de periode van 69 jaarweken op 1 Nisan 445 v.C. (= 14 maart 445 v.C.) en eindigde zij in de maand Nisan (maart/april) van het jaar 32 n.C.[14][9], op 6 april 32 n.C., bij de intocht van Jezus in Jeruzalem ('palmzondag')[15][16][17]. Want het Paasfeest viel in dat jaar, volgens astronomische berekening, op 10 april[17]. Zes dagen te voren (Joh. 12:1), op 10 - 6 = vrijdag 4 april, kwam Jezus naar Bethanië. Op zondag 6 april was Jezus' intocht in Jeruzalem. Tussen 14 maart 445 v.C. en 6 april 32 n.C. liggen precies 173.880 dagen. 173.764 + 116 schrikkeldagen = 173.880 dagen.[12]

De eerste zeven jaarweken beslaan 7 x 7 jaren = 49 jaren. Wat gebeurde er in dit tijdvak? In deze jaren, doch ook in het tweede tijdvak, zal Jeruzalem worden herbouwd. Waarom de 7 jaarweken afzonderlijk genoemd? Dat is niet duidelijk. Volgens een opvatting werden de straten en grachten gebouwd in de eerste jaarweek, het tijdvak van 49 jaar. Een andere duiding zegt[4]: na die 49 jaren eindigde de tijd van het Oude Testament en kwamen er tot op Johannes geen profeten en openbaringen meer.

Volgens een uitlegger duurt het eerste tijdvak tot de hogepriester Jozua[18].

De NBV04-vertaling zegt:

Da 9:25  Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem hersteld en weer opgebouwd zal worden tot het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt, zullen zeven weken verstrijken; en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn. (NBV04)

Volgens deze vertaling en de Petrus Caniusvertaling duurt de tijd tot de gezalfde vorst zeven jaarweken. Als deze gezalfde vorst de hogepriester Jozua is, dan hebben we een moeilijkheid: de hogepriester Jozua was hogepriester ca. 538 tot 483. Kort daarvoor gaf Kores toestemming om Gods huis in Jeruzalem te bouwen. Daartussen zitten geen 49 jaren. Bovendien, het woord dat uitging (vs. 24) betreft waarschijnlijk het decreet van Arthasasta in 445 v.C. om de stad Jeruzalem te herbouwen, een decreet ná de ambtsperiode van Jozua. De NBV04-vertaling is niet juist[19]. Beter vertaalt de Herziene Statenvertaling:

Da 9:25  U moet weten en begrijpen: vanaf [de tijd dat] het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op Messias, de Vorst, [verstrijken] er zeven weken en tweeënzestig weken. Plein en gracht zullen opnieuw gebouwd worden, maar [wel] in benauwde tijden. (HSV)

Plein en gracht zullen wederom gebouwd worden. Dit ziet op de herbouw van Jeruzalem. Volgens een opvatting werden de straten en grachten gebouwd in de eerste jaarweek (49 jaar).

Deze melding van de wederopbouw maakt aannemelijk dat de zeven weken begonnen met het decreet van Arthasasta, niet met dat van Kores. Honderd jaar na het decreet van Kores was Jeruzalem nog niet herbouwd.[20]

Doch in benauwdheid der tijden. De herbouw van Jeruzalem vond plaats onder dreigend gevaar van aanslagen, zie het boek Nehemia.

De volgorde der gebeurtenissen is in 69 weken is volgens ons vers:

  • woord om te doen wederkeren;
  • terugkeer van Joden;
  • herbouw van de stad Jeruzalem;
  • benauwdheid der tijden;
  • duurt tot op de Messias;

26

26  En na die twee en zestig weken zal de Messias worden afgesneden, terwijl er niets tegen hem is; en een volk van de vorst, die komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot [het] einde toe zal er oorlog zijn, vast besloten verwoestingen. (CP[1])

Afgesneden. Gedood worden. Dit gebeurde onze Heiland Christus Jezus door kruisiging.

Terwijl er niets tegen hem is. Hij is onschuldig.

Joh 19:6  Toen dan de overpriesters en de dienaars Hem zagen, riepen zij aldus: Kruisig, kruisig Hem! Pilatus zei tot hen: Neemt u Hem en kruisigt Hem, want ik vind geen schuld in Hem. (Telos)

Ook Judas Iskariot erkende Jezus' onschuld:

Mt 27:4  en zei: Ik heb gezondigd door onschuldig bloed over te leveren! Zij echter zeiden: Wat gaat ons dat aan? Dat is uw zaak. (Telos)

Een volk van de vorst, die komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven. Het volk is dat van de Romeinen, die de stad Jeruzalem en de heilige tempel in 70 n.C. hebben verwoest. Dit gebeurde dus na de afsnijding van de Messias.

Tussen de 69e en 70e jaarweek (vs. 27: "een week") vinden deze gebeurtenissen plaats:

  • uitroeiing van de Messias
  • invasie van een volk (Romeinse leger)
  • verwoesting van de stad en het heiligdom, door dat volk
  • “zijn einde zal zijn met een overstromende vloed”
  • tot het einde: oorlog, verwoestingen

Deze gebeurtenissen worden niet meegeteld in de 70 jaarweken. Het niet meetellen door God komt vaker voor. God telde niet mee[21]:

  • de jaren van Abrahams handelen in ongeloof;
  • de jaren van vreemde overheersing in de Richterentijd;
  • de jaren buiten het land doorgebracht in de Babylonische gevangenschap.

Een gebeurtenis tussen de 69e en 70e jaarweek die niet vermeldt wordt, maar uit de Bijbelse voorzeggingen af te leiden is, is Israëls terugkeer uit de verstrooiing naar zijn land. Een commentaar uit 1867[22] zegt: “Uit deze profetie volgt derhalve, dat de Joden naar hun land moeten terugkeeren, vóórdat de zeventigste week van Daniël begint, dat zij gedurende die week aan den Antichrist zullen onderworpen zijn, waardoor vele oordeelen over hen zullen uitgestort worden.”

Zijn einde. Of "[het] einde ervan".

Met een overstromende vloed. Of "in een overstroming".

De reeks oorlogen en verwoestingen eindigt, aldus Roger Liebi[23], met een overstromende vloed: invasie door de koning van het noorden (Dan. 11:40) oftewel Assur (Jes. 10:5-19, 24-34; 14:24-27; 28:17-22; 29:1-8; 30:27-33; 31:4-9; 33:1-16; Micha 4:11-14; 5:4-5; Joël 1-2). Tussen het herstelde Romeinse Rijk en Israël zal weliswaar een sterk verbond worden gemaakt, ter bescherming tegen de koning van het noorden (Jes. 28:14-22), maar na 3½ jaar zal de offerdienst in de Derde Tempel ophouden en zal de koning van het noorden aanrukken en verwoesting brengen (Dan. 11:40-45; Joël 1 en 2).

Vast besloten. En gaat dus vast en zeker gebeuren.

Da 11:36  Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren. (HSV)

Jes 10:20 En het zal geschieden te dien dage, dat het overblijfsel van Israël, en de ontkomenen van het huis Jakobs niet meer steunen zullen op dien, die ze geslagen heeft; maar zij zullen steunen op den HEERE, den Heilige Israëls, oprechtelijk. Jes 10:21  Het overblijfsel zal wederkeren, het overblijfsel van Jakob, tot den sterken God! Jes 10:22  Want ofschoon uw volk, o Israël! is gelijk het zand der zee, zo zal [toch] [maar] het overblijfsel daarvan wederkeren; de verdelging is vastelijk besloten, overvloeiende met gerechtigheid. Jes 10:23  Want een verdelging, die vastelijk besloten is, zal de Heere HEERE der heirscharen doen in het midden dezes gansen lands. (SV)

Jes 28:22  Nu dan, spot niet, anders zullen uw boeien nog strakker aangehaald worden; want een [vernietigend] einde-en het is vast besloten, heb ik gehoord van de Heere, de HEERE van de legermachten-[komt] over heel het land. (HSV)

27

27  En hij zal een sterk verbond maken met velen voor één week; en [in] de helft van de week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vast besloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste. (CP[1])

Een sterk verbond maken. In het Hebreeuwse staat voor 'verbond' geen lidwoord van bepaaldheid, dus 'een verbond'.

Het is niet slechts een verbond sluiten, maar een sterk verbond sluiten, met de bijgedachte dat het aan de velen, de andere partij, wordt opgelegd, afgedwongen[24][25].

Is het een nieuw of bestaand verbond? Opvattingen zijn:

  1. Een nieuw verbond, verdrag of overeenkomst.
  2. Een bestaande reeks verdragen met de Palestijnen en omliggende landen die tot dan toe niet tot echte vrede hebben geleid[26].
  3. Een bestaand verbond, namelijk het verbond met Abraham, dat onder andere inhoudt dat het land Kanaän het erfelijk bezit van Israël is[27]; of het verbond van Sinaï met zijn bepalingen voor de offerdienst.

Wat is de inhoud van het verbond? Velen denken aan een vredesverdrag. Een mening, welke een nieuw verbond onderstelt, zegt dat de herbouw van de tempel wordt overeengekomen. Sommige uitleggers, die het als een nieuw verbond opvatten, vereenzelvigen het verbond met het verbond 'met de dood en het dodenrijk' genoemd in Jes. 28[28]. Bill Salus denkt dat in dit verdrag ook de herbouw van de tempel worden toegestaan[29]. Een andere mening zegt dat de versterking van het (bestaande) verbond eveneens inhoudt dat de tempel zal worden herbouwd.

Hij ... de velen. Zij zijn de betrokken partijen die een sterk verbond sluiten. 'Hij' is de vorst die uit het volk, genoemd in vers 26, zal voortkomen. Deze treedt op in de laatste jaarweek van Daniël.

Vandaar de mening dat deze vorst zal opstaan uit het herstelde Romeinse rijk, waarvan de EU de voorloper schijnt te wezen. Deze vorst is het Beest uit de zee. Het Beest (de Romeinse heerser) zal een sterk verbond met de Joden, 'de velen', maken; de 70e jaarweek zou dan aanvangen met het verbond tussen de Romeinse heerser en de Joden[30].

Dit 'een sterk verbond maken' hoeft niet te betekenen dat de vorst zelf een van de ondertekenende partijen. Hij kan een bemiddelende en faciliterende rol hebben gespeeld, zoals Amerikaanse presidenten hebben gedaan bij de vredesverdragen van Israël met Egypte en Jordanië in de 20e eeuw. Eén mening zegt dat het een vals verbond is dat gesloten wordt tussen Israël en de Grote Hoer (vals godsdienstig systeem) en dat het verbond bevestigd, versterkt zal worden door het Beest uit de zee[31]. De Joden sluiten het verbond omdat ze niet gedood willen worden door de Grote Hoer, die immers veel slachtoffers maakt (Opb. 17:6; 19:2).

Een week. Het verbond geldt voor een week of is een week lang van toepassing. Deze week is de zeventigste jaarweek van Daniël. De week begint dus met de bevestiging van een verbond.

Tussen de 69 jaarweken en de 70e jaarweek ligt de tijd van de gemeente van Jezus Christus. Ná de opname van de gemeente en bij het sluiten van het verbond begint de laatste jaarweek.

En [in] de helft der week. Na 3,5 jaar.

Zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden. Er zal dus een offerdienst zijn. Dit maakt waarschijnlijk dat er een tempel met een brandofferaltaar zal zijn, waar de offers gebracht worden.

Opb 11:1 En mij werd een rietstok gegeven, aan een staf gelijk, en gezegd: Sta op en meet de tempel van God en het altaar en hen die daarin aanbidden. (Telos)

In de 70e of laatste jaarweek gebeurt dus het volgende:

  • Hij (de Romeinse vorst) zal het verbond versterken voor een week;
  • Op de helft van de week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden;
  • Er wordt een gruwel der verwoesting gesteld;
  • De verwoester wordt vernietigd.

De tweede helft van de 70e jaarweek is de tijd van een "grote verdrukking", die begint nadat een gruwel der verwoesting in de heilige plaats (van de herbouwde tempel) is geplaatst (Matth. 24). Halverwege de 70e jaarweek zal de duivel uit de hemel op aarde worden geworpen. Twee Godsgetuigen beginnen hun bediening.

Bron

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van dit Bijbelhoofdstuk is onder wijziging verwerkt op 15 dec. 2020.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 1,5 1,6 1,7 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  2. De jaartallen zijn merendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).
  3. 3,0 3,1 Roger Liebi, Jerusalem — Hindernis für den Weltfrieden? Das Drama des jüdischen Tempels (Berneck: Schwengeler-Verlag, 1994), blz. 37.
  4. 4,0 4,1 4,2 4,3 Zo Douglas Stauffer in: Tribulation Period = Seven Years. Youtube.com: Douglas Stauffer - Faith Independent Baptist Church, 2 sept. 2015. Duur: 14 min. 55 sec.
  5. Daniel Study --- Chapter Nine --- The Seventy Weeks. Youtube.com: Soothkeep, 18 mrt. 2023. Vanaf 1 uur 10 min. Bijbelstudie over Dan. 9 door Lee Brainard.
  6. 6,0 6,1 Daniel Study --- Chapter Nine --- The Seventy Weeks. Youtube.com: Soothkeep, 18 mrt. 2023. Vanaf 1 uur 14 min. Bijbelstudie over Dan. 9 door Lee Brainard.
  7. Daniel Study --- Chapter Nine --- The Seventy Weeks. Youtube.com: Soothkeep, 18 mrt. 2023. Vanaf 1 uur 16 min. Bijbelstudie over Dan. 9 door Lee Brainard.
  8. Wanneer het begin en het einde van de 70 weken is, is een lastige kwestie gebleken, getuige de volgende citaten. “… waar nu deze vier honderd en negentig jaren beginnen en waar zij eindigen, daarvan is verscheiden gevoelen.” (Kanttekenaar bij de Statenvertaling) — "Cornelius a Lapide speaketh of one learned gentleman who ran out of his wits, after many years’ study upon it. The doctors are much divided about the beginning and ending of these seventy weeks.” (John Trapp in zijn commentaar) — “This is a most important prophecy, and has given rise to a variety of opinions relative to the proper mode of explanation; but the chief difficulty, if not the only one, is to find out the time from which these seventy weeks should be dated.” (Adam Clarke in zijn commentaar)
  9. 9,0 9,1 Steve Cioccolanti: The Divine Code of the Bible. Youtube.com: Prophecy Watchers, 24 sept. 2018. Duur: 51 min. 12 sec. Vanaf 41 min 50 sec.
  10. 10,0 10,1 Roger Liebi, Jerusalem — Hindernis für den Weltfrieden? Das Drama des jüdischen Tempels (Berneck: Schwengeler-Verlag, 1994), blz. 38.
  11. Roger Liebi, Jerusalem — Hindernis für den Weltfrieden? Das Drama des jüdischen Tempels (Berneck: Schwengeler-Verlag, 1994), blz. 41.
  12. 12,0 12,1 Roger Liebi, Jerusalem — Hindernis für den Weltfrieden? Das Drama des jüdischen Tempels (Berneck: Schwengeler-Verlag, 1994), blz. 42.
  13. Roger Liebi, Jerusalem — Hindernis für den Weltfrieden? Das Drama des jüdischen Tempels (Berneck: Schwengeler-Verlag, 1994), blz. 45.
  14. Roger Liebi, Jerusalem — Hindernis für den Weltfrieden? Das Drama des jüdischen Tempels (Berneck: Schwengeler-Verlag, 1994), blz. 39.
  15. Het was de Engelsman Robert Anderson (1841-1918) die berekende dat de 483 jaren (69 jaarweken) eindigden met de dag van Jezus' intocht in Jeruzalem.
  16. Amir Tsarfati: The Next Temple. Youtube.com: Behold Israel with Amir Tsarfati, april 2022. Vanaf 38 min. 56 sec.
  17. 17,0 17,1 Roger Liebi, Jerusalem — Hindernis für den Weltfrieden? Das Drama des jüdischen Tempels (Berneck: Schwengeler-Verlag, 1994), blz. 40.
  18. Theo Niemeijer - Die groot verdrukking - 23 Februarie 2022. Youtube.com: EG Kerk Pretoria Oos, 23 feb. 2022. Duur: 1 uur 13 min. 55 sec.
  19. Vgl. de beoordeling van (onjuiste) vertalingen van dit vers in: Roger Liebi, Jerusalem — Hindernis für den Weltfrieden? Das Drama des jüdischen Tempels (Berneck: Schwengeler-Verlag, 1994), blz. 44v.
  20. Roger Liebi, Jerusalem — Hindernis für den Weltfrieden? Das Drama des jüdischen Tempels (Berneck: Schwengeler-Verlag, 1994), blz. 43.
  21. Zo H.L. Heijkoop, De toekomst; volgens de profetieën van Gods woord (Winschoten: H.L. Heijkoop, 1950.) blz. 101.
  22. Uit: Bode des Heils in Christus.
  23. Roger Liebi, Das Buch Daniel (8-9), sept. 2014.
  24. Confirm A Covenant — What the Evidence Reveals | Lee Brainard. Youtube.com: Prophecy Watchers, 31 juli 2023. Duur: 30 min. 42 sec. Lee Brainard weerlegt de mening dat het om een bestáánd verbond gaat. Het gaat om het maken van een sterk verbond, dat wordt opgelegd.
  25. The Rapture and the Covenant With Many. Youtube.com: Soothkeep, 18 dec. 2023. Vanaf 13 min 30 sec. Uitleg door Lee Brainard.
  26. Dat is de mening van Jimmy DeYoung in: What will transpire in the time between the rapture and the time when the tribulation begins? Youtube.com: John Ankerberg Show, 29 dec. 2011. Duur: 5 min. 25 sec.
  27. Dat is de mening van Dan Goodwin, te kennen gegeven in Signs of The End-Times, Youtube.com: Prophecy in the News, 15 april 2020
  28. Zo Bill Salus, in: Bill Salus: The False Convenant, Youtube.com: Prophecy Watchers, 6 juni 2017.
  29. Bill Salus: Apocalypse Road, Youtube:com: Prophecy Watchers, 14 juli 2017.
  30. Zo Jaap Fijnvandraat in: Het Israëlprobleem, aflevering 12, in: Bode des Heils in Christus, jan. 1972.
  31. Deze mening heeft Bill Salus. Zie Bill Salus: The Mysterious Seals of Revelation. Youtube.com: Prophecy Watchers, 26 apr. 2017. Duur: 28 min. 30 sec.