Nebo

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nebo (= 'profeet') is in de Bijbel de naam van een afgod, een berg, twee steden en een Israëliet.

Naam. De naam Nebo betekent "profeet"[1]. Het Strongnummer is 05015. De naam komt 13x voor in het Oude Testament. De naam verwijst naar:

  1. Afgod. Een afgod der Chaldeeërs en Babyloniërs, die waakt over onderwijs en letteren; vergelijkbaar met de Egyptische god Thoth, de Griekse god Hermes, de Romeinse god Mercurius. Wellicht werd Nebo op de top van de berg Nebo en in de Moabietische stad van deze naam vereerd. Onderscheidene Babylonische persoonsnamen, als Nabopolassar, Nebukadnezar en andere zijn uit de woorden Nebo, Nabo of Nebu samengesteld;
  2. Berg. Een berg, die ten tijde van Mozes in het land van Moab lag, noordoostelijk van de Dode of Zoutzee tegenover Jericho. Hij behoorde tot het gebergte Abarim en vormde de spits van de Piega. Hier stierf Mozes;
  3. Stad in Ruben. Een Moabitische stad, aan Ruben toegewezen. Na Israëls wegvoering in ballingschap werd zij door haar oorspronkelijke bewoners heroverd;
  4. Stad in Juda/Benjamin. Israël. een stad in Juda (of misschien Benjamin), ter onderscheiding van Nebo in Ruben, in Neh. 7:33 "het andere Nebo" genoemd. Hier kwamen enkele Hebreeuwse families, die waren teruggekeerd uit Babylon met Zerubbabel, oorspronkelijk vandaan.
  5. Man. Een van de Israëlieten die vreemde vrouwen genomen hadden.


De berg Nebo gezien vanuit het oosten op een afstand van 1,4 km.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Nebo' is op 15 sept. 2016 verwerkt.

Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.

Voetnoot

  1. Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.