Voedsel

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Voedsel is alles wat kan worden gegeten[1]. Synoniem: eten.

'Brood' in de Schrift. Brood is het meest algemene voedingsmiddel. In de Schrift staat brood dikwijls voor voedsel in 't algemeen, zoals 'het dagelijks brood' in het Onze Vader (Matth.  6: 11). 'Lechem', Hebreeuws voor brood, komt daarom dikwijls voor in de algemene betekenis van 'voedsel, spijs'. 'Lechem' betekent 'vlees' in het Arabisch, dat verwant is met het Hebreeuws.
Voedsel voor het lichaam
Nut. De behoefte aan voedsel is een levensbehoefte. Uit voedsel halen we energie en stoffen die ons lichaam nodig heeft. Voedsel versterkt ons. Van Paulus wordt gemeld:
Hnd 9:19  En toen hij voedsel had genomen, werd hij versterkt. Hij nu was enige dagen bij de discipelen in Damaskus. (Telos)
Na een tijd van vasten (onthouding van voedsel) is het natuurlijk nodig weer voedsel te nemen.
Hnd 27:33  En tegen dat het dag zou worden, spoorde Paulus allen aan voedsel te nemen en zei: Het is vandaag de veertiende dag dat u blijft afwachten zonder eten en zonder iets te nuttigen. Hnd 27:34  Daarom spoor ik u aan voedsel te nemen, want dit dient tot uw behoudenis; want van niemand van u zal een haar van het hoofd verloren gaan. (...) Hnd 27:36  En zij werden allen goedsmoeds en namen zelf ook voedsel. (...) Hnd 27:38  Toen zij nu van voedsel verzadigd waren, maakten zij het schip lichter door het koren in zee te werpen. (Telos)
1Ti 6:8  Hebben wij echter voedsel en kleding, dan zullen wij daarmee tevreden zijn. (Telos)
Gave Gods. Voedsel is een gave van God aan de mensen.
Hnd 14:17  hoewel Hij Zich niet onbetuigd heeft gelaten in goeddoen, door u uit de hemel regen en vruchtbare tijden te geven en uw harten te vervullen met voedsel en vreugde. (Telos)
2Co 9:10  Hij nu die aan de zaaier zaad verschaft en brood tot voedsel, zal u het zaaisel verschaffen en vermenigvuldigen en de vruchten van uw gerechtigheid doen toenemen, (Telos)

Soorten voedsel. Er zijn, overeenkomstig de samenstelling van de mens, twee soorten voedsel: voedsel voor het lichaam en voedsel voor de geest.

Het stoffelijke voedsel van de profeet Johannes de Doper in de woestijn bestond uit sprinkhanen en wilde honing.
Mt 3:4  Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een leren gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honing. (Telos)
Over geestelijk voedsel, zie verderop. Naar de duurzaamheid kan men ook onderscheiden: voedsel dat vergaat en voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven.
Joh 6:27  Werkt niet om het voedsel dat vergaat, maar om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u zal geven, want Hem heeft de Vader, God, verzegeld. (Telos)
Naar de volwassenheid van de ontvanger kan men onderscheiden: voedsel voor zuigelingen en kleine kinderen (zacht, vloeibaar voedsel) en voedsel voor grote kinderen en volwassenen (vast voedsel).
1Co 3:2  Ik voedde u met melk, niet met vast voedsel, want dat kon u niet verdragen, ja, dat kunt u ook nu nog niet; (Telos)
Heb 5:12  Immers, terwijl u gezien de tijd leraars behoorde te zijn, hebt u weer nodig dat men u leert wat de elementen van het begin van de uitspraken van God zijn, en u bent geworden als zij die melk nodig hebben, en niet vast voedsel. (...) Heb 5:14  maar het vaste voedsel is voor volwassenen, die door de gewoonte hun zinnen geoefend hebben om zowel het goede als het kwade te onderscheiden. (Telos)
Samen voedsel nemen. Een kenmerk van de christelijke oergemeente was dat zij dikwijls samen aten, samen voedsel namen. Samen eten verbindt.
Hnd 2:46  En met volharding waren zij dagelijks eendrachtig in de tempel en braken brood aan huis en namen samen voedsel met vreugdegejuich en eenvoud van hart, (Telos)
Voedsel waard zijn. Die voor God arbeidt is waard om voedsel te ontvangen voor zijn levensonderhoud
Mt 10:10  geen reiszak voor onderweg, geen twee onderklederen, geen sandalen, geen staf; want de arbeider is zijn voedsel waard. (Telos)
Spijswetten. Sommige gelovigen houden zich aan spijswetten en denken dat overtreding ervan een zonde is. Voedsel maakt ons echter niet aangenaam bij God.
1Co 8:8  Voedsel maakt ons echter niet aangenaam bij God; eten wij niet, wij zijn er niet minder om; en eten wij wel, wij zijn er niet beter om. (Telos)
Met hen die zich om het geweten en voor God aan spijswetten houden moeten., moeten de anderen rekening.
Ro 14:20  Breek ter wille van voedsel het werk van God niet af. Alle dingen zijn wel rein, maar het is kwaad voor de mens die door zijn eten een struikelblok vormt. (Telos)
1Co 8:13  Daarom, als voedsel mijn broeder een aanleiding tot vallen geeft, zal ik in eeuwigheid geen vlees eten, om mijn broeder geen aanleiding tot vallen te geven. (Telos)
Het verbieden van voedsel kan een teken van ontsporing zijn.
1Ti 4:3  Zij verbieden te trouwen en gebieden zich van voedsel te onthouden, dat God geschapen heeft om met dankzegging te worden genuttigd door hen die geloven en de waarheid kennen. (Telos)
Voedselproductie in de wereld. De wereldwijde voedselproductie is van 1970 tot 2010 naar schatting met ongeveer 145 procent toegenomen. In Afrika is die echter met 10 procent gedaald, terwijl er genoeg vruchtbare grond en arbeid voorhanden is.

De productie van voeding in de wereld wordt nadelig beïnvloed door onder meer de snelle verspreiding van planten- en dierenziekten, ernstige natuurrampen en de gevolgen van aids.

Voedseltekort. Volgens de Wereldvoedselorganisatie[2] is anno 2001 30 procent van de wereldbevolking ondervoed en is Afrika is het zwaarst getroffen. Voedseltekort dreef de zonen van Jakob naar Egypte, waar dankzij de voorzienigheid van Jozef (onder Gods bestuur) nog voedsel te koop was.
Hnd 7:11  Er kwam echter een hongersnood over heel Egypte en Kanaän een grote verdrukking, en onze vaderen vonden geen voedsel. (Telos)
Bezorgdheid om het krijgen van voedsel.
Mt 6:25  Daarom zeg Ik u: weest niet bezorgd voor uw leven, wat u eten of wat u drinken zult, ook niet voor uw lichaam, waarmee u zich zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam dan de kleding? (Telos)
Mededeelzaamheid. De deugd van mededeelzaamheid kunnen we uitoefenen door meer voedsel te verstrekken.
Lu 3:11  Hij nu antwoordde en zei tot hen: Laat hij die twee onderklederen heeft, meedelen aan wie er geen heeft, en laat hij die voedsel heeft, evenzo doen. (Telos)
Jak 2:15  Als een broeder of zuster zonder kleding zijn en gebrek hebben aan het dagelijkse voedsel Jak 2:16  en iemand van u zegt tot hen: Gaat heen in vrede, warmt u en verzadigt u, maar u geeft hun niet het voor het lichaam benodigde, wat baat het? Jak 2:17  Zo is ook het geloof, als het geen werken heeft, op zichzelf dood. (Telos)

Geestelijk voedsel

Muziek

"Stil je honger met muziek." "Of je nu gaat voor een uitgebreid diner of kookt voor één persoon, breng je maaltijd op smaak met de juiste muziek." (audio streamingdienst Spotify[3])


Dieet Je dieet is niet alleen wat je eet. Het is wat je bekijkt, wat je beluistert, wat je leest, en wat je opdoet van de mensen waarmee je omgaat. Let niet alleen op het voedsel voor je maag, maar ook op datgene waarmee je je geest voedt.[4]

Zoals boven gezegd is naast voedsel voor het lichaam ook voedsel voor de geest. De Heer Jezus nuttigde beide. Zijn geestelijk voedsel was het doen van Gods wil.
Joh 4:32  Maar Hij zei tot hen: Ik heb voedsel om te eten dat u niet kent. (...) Joh 4:34  Jezus zei tot hen: Mijn voedsel is, dat Ik de wil doe van Hem die Mij heeft gezonden en zijn werk volbreng. (Telos)
Het ware geestelijke voedsel vergaat niet, maar blijft tot in het eeuwige leven.
Joh 6:27  Werkt niet om het voedsel dat vergaat, maar om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u zal geven, want Hem heeft de Vader, God, verzegeld. (Telos)
Het woord van God is voedsel voor ons.
Mt 4:4  Hij antwoordde echter en zei: Er staat geschreven’: Niet van brood alleen zal de mens leven, maar van alle woord dat door de mond van God uitgaat’. (Telos)
Geestelijk voedsel kan, gelijk stoffelijk voedsel, onderscheiden worden in 'melk' en 'vast voedsel'.
1Co 3:2  Ik voedde u met melk, niet met vast voedsel, want dat kon u niet verdragen, ja, dat kunt u ook nu nog niet; (Telos)
In de woestijnreis at het volk Israël manna, 'brood uit de hemel', en dronk bij twee gelegenheden water uit een geslagen rots (Ex. 17, Num. 20). De apostel Paulus legt dat typologisch uit:
1Co 10:3  allen hetzelfde geestelijke voedsel aten 1Co 10:4  en allen dezelfde geestelijke drank dronken. (Want zij dronken uit een geestelijke steenrots die volgde; de steenrots nu was Christus.) (Telos)
Jezus geeft het. De Heer Jezus geeft voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven.
Joh 6:27  Werkt niet om het voedsel dat vergaat, maar om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u zal geven, want Hem heeft de Vader, God, verzegeld. (Telos)
Hijzelf is het brood van het leven. De Heer Jezus is niet alleen de gever van het voedsel, van het brood (Joh. 6:27), maar tevens het brood zelf (Joh. 6:35, 48); brood dat de Vader, God, geeft (Joh. 6:32). Jezus is 'het brood van God' (Joh. 6:33).
Joh 6:32  Jezus dan zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel. Joh 6:33  Want het brood van God is Hij die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld leven geeft. Joh 6:34  Zij zeiden dan tot Hem: Heer, geef ons altijd dit brood. Joh 6:35  Jezus zei tot hen: Ik ben het brood van het leven; wie tot Mij komt, zal nooit meer honger hebben; en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben. (Telos)
Joh 6:47  Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven. Joh 6:48  Ik ben het brood van het leven. Joh 6:49  Uw vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn en zijn gestorven. Joh 6:50  Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat men daarvan eet en niet sterft. Joh 6:51  Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; als iemand van dit brood eet, zal hij leven tot in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees dat Ik zal geven voor het leven van de wereld. Joh 6:52  De Joden dan twistten onder elkaar en zeiden: Hoe kan Deze ons zijn vlees te eten geven? Joh 6:53  Jezus dan zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij u het vlees van de Zoon des mensen eet en zijn bloed drinkt, hebt u geen leven in uzelf. Joh 6:54  Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem opwekken op de laatste dag. Joh 6:55  Want mijn vlees is waarlijk spijs en mijn bloed is waarlijk drank. Joh 6:56  Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Joh 6:57  Zoals de levende Vader Mij heeft gezonden en Ik leef door de Vader, zo zal ook degene die Mij eet, leven door Mij. Joh 6:58  Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; niet zoals de vaderen het manna hebben gegeten en gestorven zijn; wie dit brood eet, zal leven tot in eeuwigheid. (Telos)
Naast voedsel geeft Hij ook levenswater (Joh. 4: 10, 14; 6:35). Hij leidt ons naar het water des levens, maar Zijn Geest, de Geest van Christus en van God is, dat water tevens.
Joh. 6:35b ... en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben. (Telos)
Tegen de Samaritaanse zei Hij:
Joh 4:10  Jezus antwoordde en zei tot haar: Als u de gave van God kende en Wie Hij is die tot u zegt: Geef Mij te drinken, dan zou u aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven. (...) Joh 4:14  maar ieder die drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst hebben; maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een bron van water dat springt tot in het eeuwige leven. (Telos)
Later zei de Heer iets dergelijks:
Joh 7:37 En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep aldus: Als iemand dorst heeft, laat hij bij Mij komen en drinken! Joh 7:38  Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Joh 7:39  Dit nu zei Hij van de Geest, die zij die in Hem geloven, zouden ontvangen; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet was verheerlijkt.. (Telos)
Vergelijk:
Opb 21:6  En Hij zei tot mij: Zij zijn gebeurd! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Ik zal hem die dorst heeft, geven uit de bron van het water van het leven om niet. (Telos)
De geslagen steenrots, waaruit water voor het volk van God kwam, was een beeld van Christus als de bron van levenswater.
1Co 10:3  allen hetzelfde geestelijke voedsel aten 1Co 10:4  en allen dezelfde geestelijke drank dronken. (Want zij dronken uit een geestelijke steenrots die volgde; de steenrots nu was Christus.) (Telos)
Een slaaf geeft het. Ook een slaaf van Jezus kan geestelijk voedsel verstrekken.
Mt 24:45  Wie is dan de trouwe en wijze slaaf, die de heer over zijn huisbedienden gesteld heeft om hun het voedsel te geven op de juiste tijd? (Telos)

Zie ook

Brood

Voetnoten

  1. VanDale.nl. Geraadpleegd 24 juli 2021.
  2. Nieuwsbericht van Radio Nederland Wereldomroep, dd. 11 sept 2001.  
  3. E-mailbericht dd. 2 aug. 2021.
  4. Vrij naar: "Your diet is not only what you eat. It is what you watch, what you listen to, what you read, and the people you hang around. Pay attention to what you feed your soul, not just your stomach." Bron: https://www.facebook.com/francisca.duh/posts/4453319784712727